Yasso!

Screenshot_20180920-093309_Video Player-01Of je in staat bent een snelle marathon te lopen, hangt af van vele factoren. Daarbij is ‘snel’ een relatief begrip. Voor sommige lopers is het bijvoorbeeld de wens om de afstand in vijf uur te lopen terwijl veel vrouwen hopen op een tijd onder de vier uur zodat ze in de fameuze marathonranglijst van ‘Runners World’ eindigen. Om dezelfde reden zijn er vele mannelijke lopers die zich kapot trainen om binnen drie uur te finishen.

Of je je doel haalt heeft in eerste instantie te maken met het trainen voor de marathon waarop je je oog hebt laten vallen. Er zullen vast mensen zijn die de afstand ongetraind  hebben gelopen maar een knappe tijd zal het niet geworden zijn. Om maar niet te spreken over hoe die mensen zich naderhand gevoeld moeten hebben. De zin om het nog eens te doen vergaat je denk ik wel.

Naast ervoor trainen, met welke methode dan ook, spelen andere factoren een rol. Heb je voldoende geslapen en je rust genomen tussen de trainingen? Heb je gelet op je voeding? De alcohol (tijdelijk) laten staan? Heb je gewerkt aan je ‘core’ zodat je bij vermoeidheid tijdens de marathon de kracht hebt om technisch sterk te blijven lopen? Hoe gaat het mentaal met je? De nieuwbakken winnaar van de marathon van Berlijn Eliud Kipchoge zei na zijn overwinning afgelopen weekend: ‘Nothing is stronger than a peaceful mind’ waarmee ook hij bevestigd wat ik al heel lang voel: boven jezelf uitstijgen doe je niet alleen met je lichaamskracht maar misschien nog wel meer met je mentale vermogens.

Screenshot_20180917-085659_Video Player-01In aanloop naar Chicago -de eerste van mijn laatste drie ‘6 major marathons’- voelde de voorbereiding lange tijd niet helemaal ok. Ik volgde mijn schema maar moest soms een training laten schieten doordat het zomervakantie was en onze kinderen mijn aandacht verdienden. Of omdat ik simpelweg geen oppas had als mijn man voor werk in het buitenland zat. Daarnaast begin ik na iets meer dan drie jaar continue marathon schema’s volgen, te wennen aan deze lifestyle waardoor ik vermoedelijk begin te denken dat ik niet hard genoeg train. Vier a vijf keer per week lopen is normaal geworden. Toen ik voor mijn eerste marathon trainde voelde ik mij geregeld ‘rocky’ als ik dampend en hijgend door de straten van Amsterdam rende. Als ik nu op vrijdag mijn vierde training van de week aantik met nog een lange duurloop op zondag in het vooruitzicht, vind ik dat normaal. Ik weet niet beter en veel van mijn vrienden doen hetzelfde waardoor het in ‘mijn wereld’ doodgewoon is om 60 tot 80 kilometer per week te lopen (of meer). Maar dat is natuurlijk helemaal niet zo gewoon.

Screenshot_20180914-101327_Video Player-01Hoe dan ook: ondanks de bemoedigingen vanuit allerlei hoeken over hoe goed ik bezig ben en vast ook super ‘in shape’: ik voelde mij niet zo. Na de zomervakantie ben ik dus meer rust gaan nemen door op tijd naar bed te gaan. Ik ben namelijk een ‘altijd’-mens. Ik houd van de ochtend maar ook van de avond waardoor ik standaard veel te laat naar bed ga. Sinds een paar weken lig ik rond 23.00 in bed, en slaap ik tot 7.00. Ik zou er niet van moeten staan te kijken maar deed dat toch toen ik zag dat door deze simpele aanpassing mijn hartslag in rust enorm is gedaald naar zo’n 42 slagen per minuut. Alcohol is ook alweer een tijdje geschrapt van het menu. Maar toch: ik bleef onzeker. Ik voelde mijn drive niet meer, de focus was weg. Voor een ander geen probleem, en voor mij ook een hele tijd niet totdat ik tijdens een loopje ineens weer dat magische gevoel had: IK WIL SNEL ZIJN! Ik voelde de wens om 3’20 te lopen op de marathon weer boven komen drijven.

Ruim twee weken geleden kwam ik te vallen waardoor mijn heup scheef kwam te staan met een beenlengteverschil van twee centimeter als gevolg. Ik heb mij direct laten behandelen door een super goede chiropractor en inmiddels loop ik weer soepel. Ik denk zelfs dat zij nu correcties aanbrengt die ik eigenlijk al kon gebruiken voordat ik viel.

De val en de behandelingen hielpen niet bij het zelfvertrouwen. Dat ik de 30 van Noord met heel veel pijn liep en in een tijd die ik absoluut niet voor ogen had kwam mij ook niet ten goede. Gisteren besloot ik daarom om Yasso’s te gaan lopen. Nu vraag je je misschien af wat dat zijn: Yasso’s. Daarom hierbij de uitleg:

20180919_103021-01De Yasso 800 is een hardloop training ontwikkeld door Bart Yasso. Met deze training kan je voorspellen hoe snel je de marathon gaat lopen op basis van het rennen van 800 meter. Dit klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar mensen over de hele wereld zweren bij de Yasso 800. Het is een eenvoudige maar effectieve interval training waarbij je 8 x 800m loopt. Het tempo dat je loopt is afhankelijk van je streeftijd op de marathon. Wil je binnen de 3:00:00 lopen? Dan ren je elke 800m in 3:00 minuten. Is je streeftijd op de marathon 4:00:00? Dat loop je de 800m in 4:00 minuten. Tussen de 800m intervals houd je even veel minuten pauze als je gerend hebt. In het voorbeeld van 800m in 3:00 minuten houd je dus ook 3:00 minuten rust. Rust is in dit geval rustig joggen waarbij je hartslag weer daalt naar hartslag zone 1 en je niet aan het hijgen bent wanneer je de volgende Yasso begint.

Ik stelde mezelf op de proef en ging voor 10 Yasso’s in 3.20 … en ze lukten allemaal! Soms dook ik zelfs een paar seconden onder de gestelde tijd. 

Het is geen garantie, er komt veel meer bij kijken, ik zal afhankelijk zijn van tientallen factoren waar ik al dan niet invloed op heb maar de wil om 3 uur 20 te lopen in Chicago is er. De focus is terug. Ik ga ervoor!

 

 

 

 

Chicago Tokyo Londen – in 6 maanden

Screenshot_20180906-140442_Video Player-01Het is nooit een doel voor mij geweest, het stond niet eens op mijn hardloop- wensenlijstje. Sinds kort is het mijn hoofddoel: het voltooien van de World marathon majors.

Voor degenen die niet weten waar ik het over heb: De Abbott World Marathon Majors is een serie marathons bestaande uit zes van de grootste en meest gerenommeerde marathons ter wereld. De races vinden plaats in Tokio, Boston, Londen, Berlijn, Chicago en New York City.

‘Ongemerkt’ liep ik vanaf november 2015 drie van de zes majors. Ik opende met New York in 2015 waarop Berlijn in 2016 volgde, kwalificeerde mij voor Boston en liep die dan ook in 2017.  Ik liep nog vier andere marathons maar die tellen dus niet mee voor de majors. Ik denk dat ik rond de periode waarin ik Boston zou gaan lopen, pas hoorde over deze serie marathons. Een paar maanden terug schreef ik mij in een opwelling in voor de marathon van Chicago die ik over een kleine maand, op 7 oktober, zal lopen. Een vriend maakte kort daarop een opmerking over de majors. Ik had er nu al bijna vier ‘in the pocket’, waarom die andere twee niet ook nog lopen? Hooghartig schoof ik zijn opmerking aan de kant. Ik zei dat ik ooit in Japan was geweest en dat de marathon van Tokyo mij daardoor minder trekt dan andere mooie internationale marathons… Om maar niet te beginnen over nummer zes: Londen. Die staat erom bekend dat het bijna onmogelijk is om deel te nemen door een gigantisch aantal aanmeldingen en omdat het niet mogelijk is om je als buitenlander te kwalificeren met een mooie tijd. Toch werd met die opmerking van de vriend een zaadje in mijn hoofd geplant…Screenshot_20180902-131827_Video Player-01

Zonder enkele verwachting meldde ik mij wederom aan voor de loting die Tui Sports ieder jaar organiseert rondom de marathon van Londen. Zij hebben een beperkt aantal startbewijzen voor dit gewilde evenement die worden verloot onder een enorm aantal lopers nog voordat de ‘hoofdloting’ in Londen plaatsvindt . Omdat ik er niet vanuit ging dat ik dit jaar wel één van de gelukkigen zou zijn, maakte ik meteen een plan B. Ik wil namelijk hoe dan ook graag een mooie voorjaarsmarathon lopen. Net zoals afgelopen jaar, toen ik werd uitgeloot voor Londen en ik besloot Kopenhagen te lopen, liet ik nu mijn gedachten gaan over een goede vervanger voor Londen. Mijn vaste en trouwste supporter liet weten dat hij Tokyo wèl ziet zitten. Zijn enthousiasme stak me aan en het feit dat sushi gedurende de afgelopen jaren één van mijn lievelingsgerechten is geworden, trok me over de streep ;-). Ik deed mee aan de voorinschrijving voor Tokyo en wachtte vervolgens op wat de kosmos mijn kant op zou sturen.

‘De rest is geschiedenis’, zoals men dat zo mooi zegt. Ik kreeg in dezelfde week te horen dat ik zowel Londen als Tokyo mag gaan lopen! Of eigenlijk in omgekeerde volgorde. Na Chicago zal ik in februari 2019 naar Tokyo afreizen om daarna in april de laatste van de 6 majors te lopen: de marathon van Londen.Screenshot_20180823-153434_Video Player-01

Omdat dit betekent dat ik drie marathons in zes maanden zal lopen, moet ik de manier waarop ik ze ga lopen zorgvuldig bepalen. Ik heb vaker een paar marathons in relatief korte tijd gelopen. Mijn lichaam kan dat goed aan. Maar het perse willen lopen van een snelle tijd zal ik los moeten laten. Ik kan niet drie marathons lopen met als doel de 3 uur 20 grens te breken. Vooralsnog moet ik eerst ongeschonden de marathon van Chicago bereiken. Ik viel vorig weekend tijdens een training waardoor mijn bekken scheef is komen te staan. Ik word hiervoor behandeld en heb goede hoop op een positieve afloop.

De komende tijd focus ik op herstel en het heel houden van mijn lijf zodat ik zo fris mogelijk in Chicago van start ga. Daarna ga ik (met Tiny) nadenken over hoe ik Tokyo ga lopen. Want feit is dat ik de marathon van Londen feestend ga voltooien. Onze kinderen en mijn ouders gaan mee om erbij te zijn als ik die enorme 6 majors medaille omgehangen krijg: ik kan nu al niet wachten!

 

 

 

 

Interview Nouveau

20180821_103050Een paar maanden geleden werd ik door Monique van de Sande geinterviewd voor het blad ‘Nouveau’. Ik vond het bijzonder dat ze interesse in mijn verhaal heeft en voel mij dan ook vereerd met het stuk dat begin augustus in het blad verscheen.

De foto’s die fotograaf Iris Planting maakte om het interview te completeren, vind ik prachtig. Het volledige artikel is een vierluik (drie andere vrouwen vertellen over hun grote verandering) maar het stukje over mij, deel ik hier graag omdat ik denk dat jullie het misschien leuk vinden om dit te lezen.

Mijn blog lag zoals ieder jaar een paar weken plat tijdens mijn ‘zomerreces’ maar dat wil niet zeggen dat ik in de vakantie niet heb hardgelopen: de trainingen voor de marathon van Chicago gingen gewoon door. Vanaf nu zal ik weer regelmatig schrijven, hopelijk lezen jullie weer met mij mee!

20180821_103103

20180821_103121

20180821_103127

Nouveau editie 10, 2018

Tekst: Monique van de Sande

Fotografie: Iris Planting

 

Triatlon

IMG-20180624-WA0017

lopen naar de zwemstart

Als ik een jaar of 11 was en een spreekbeurt zou houden over ‘de triatlon’ zou ik waarschijnlijk zeggen dat deze machtige sport bestaat uit drie onderdelen. Sinds afgelopen zaterdagavond weet ik dat dit niet waar is. De triatlon bestaat uit vier onderdelen. Zwemmen, fietsen, hardlopen èn wisselen.

Daar waar ik mij in de aanloop naar mijn eerste triatlon vooral zorgen maakte over het zwemmen, verschoven mijn ‘problemen’ zich naarmate het evenement dichterbij kwam. Het was trouwens een kwart triatlon (Om meteen te beginnen met een hele Ironman en 3,8 km te zwemmen, 180 km te fietsen en 42 km te lopen is behoorlijk enthousiast) dus wij moesten 1 km zwemmen, 45 kilometer fietsen en 10 km hardlopen. Mijn nieuwe zorgen hadden vooral te maken met het wielrennen: als ik maar geen lekke band zou krijgen! Ook mijn twee rivalen maakten zich daar druk over en bij hen speelde ook de zorg of ze zouden vallen. Daarover begon ik mij vervolgens ook een beetje ongerust te maken.

IMG-20180623-WA0000

Brugge bij nacht

Na een gezellige avond en dag in Brugge, brak het moment aan dat we ons klaar moesten maken voor de (avond)race waar we nu al zo lang naar uitkeken. We vertrokken in tri-suits met daar overheen wetsuits, twee zakken met spullen per persoon en onze fietsen naar de start. Wat een volksverhuizing. Heel kort hadden we de tijd om ons materiaal klaar te leggen in de wisselzone waar we tijdens de race twee keer voorbij zouden komen: één keer om te wisselen van zwemmen naar fietsen en één keer tussen het fietsen en lopen. We wisten inmiddels dat ik helaas een uur eerder moest starten dan de mannen. Met mijn leeftijd en geslacht viel ik in de categorie D40+ en de jongens in de groep H50- (dat vonden ze niet tof: om met 45 jaar geassocieerd te worden met de Abraham-waardige leeftijd) tussen mijn en hun groep zat bijna 60 minuten verschil in starttijd.

IMG-20180624-WA0009-01

de drie rivalen

Er kwam enorm veel op me af; onthouden waar je fiets staat, hoe leg je je spullen klaar?, spieken bij mijn buren: hoe hebben die alles klaargezet, moet ik nog wat eten? Nog even naar de w.c. met al die pakken aan? Op tijd de kilometer naar de zwemstart gaan lopen, bijna duizend andere deelnemers, zoeken naar bekende gezichten want ik wist dat die er zouden zijn… alvast denken aan de eerste wissel: wat moet ik daar wanneer doen…

IMG-20180624-WA0014

IMG-20180624-WA0004-01

mij staat echt alles ha ha!!

voor ik het wist stond ik tussen de andere vrouwen met lila badmuts klaar om te water te gaan. Tijd om bang te worden voor mogelijke lijken in de gracht was er niet. Het startschot klonk en het eerste onderdeel was officieel begonnen. In een (voor mij) ongelooflijke tijd van 22 minuten en 43 seconden zwom ik de kilometer volledig in borst crawl. Ik hoorde later dat met name Eelco hier wel even van schok. In mijn wildste dromen zou ik de afstand in minstens 25 minuten zwemmen dus deze tijd had niemand, en ik zeker niet, aan zien komen. Omdat ik mijn horloge te laat had ingeschakeld, wist ik zelf niet dat ik zo goed gezwommen had. Ik was inmiddels aan het rennen naar de wisselzone terwijl ik mijn bovenlichaam rap uit mijn wetsuit wurmde. Mijn linkerbeen was ook razendsnel uit mijn pak. Maar bij het rechterbeen ging het helemaal mis. Om mijn enkel zat daar -voor het eerst ooit- een klittenband enkelband met een heel dikke ‘chip’ eraan voor de tijdregistratie. Mijn pak bleef erachter haken en ik heb zo’n 1,5 minuut lopen prutsen voordat dit opgelost was. Uiteraard moest er in die wissel nog meer gebeuren (helm op, startnummer omdoen, wielrenschoenen aan etc.) De totale wissel kostte me 4 minuut 15 wat echt te lang is.

Over echte Brugse kasseien hobbelde ik mij een weg tijdens de eerste fietskilometers. Toeschouwers riepen ons bemoedigend toe, net zoals bij het zwemmen trouwens waar we enorm enthousiast werden toegeschreeuwd vanaf de kade. De eerste helft reden we richting zee en hadden we vol de wind tegen. Toch lukte het mij om zo rond de 30 kilometer per uur te fietsen. Het zogenaamde ‘stayeren’ waarbij je in het wiel van de renner voor je gaat hangen en je daarmee een mooi voordeel kan behalen, was verboden in deze race. Braaf haalde ik in volgens de regels, ik stayerde geen enkele keer. Ik zag het de andere renners geregeld doen en één van mijn rivalen (het was Eelco niet 😉 ) vertelde zonder blikken of blozen dat hij heerlijk twee kilometer in het wiel van iemand had gehangen (!?!>!!) 

IMG_20180608_134452_188Met enorme rugpijn begon ik aan de weg terug, van de kust terug naar Brugge. Nu had ik wind mee en haalde ik soms snelheden van wel 34 km/uur. Ik verbeet de pijn in mijn rug en knalde zo hard als ik kon terwijl ik wel nadacht over verzuring: waar lag mijn grens? Er moest tenslotte ook nog gelopen worden. De laatste fietskilometers vonden weer plaats over die vreselijke kasseitjes maar ik had het gedaan: 45 kilometer in gemiddeld 31,4 km/uur (1 uur 26 en 11 seconden) een resultaat om trots op te zijn. En zo wurmde ik mij in mijn loopschoenen in de wisselzone. Ook dat ging weer slecht want mijn snelveters bleken niet snel. Ik had ze er de dag zelf voor het eerst ingedaan: ze bleken niet rekbaar en dat had ik beter even vooraf kunnen checken. Beginnersfout.

Het hardlopen was heerlijk. Hartstikke zwaar na zo’n eind fietsen, maar lopen: dat kan ik. Ik haalde in en haalde in. Met een lach op mijn gezicht liep ik de twee rondes van vijf km door de Brugse binnenstad. in 44 minuten en 35 seconden bereikte ik als vierde vrouw op dit onderdeel de finish. 

IMG-20180624-WA0015

Eelco: super sterk!

Blij nam ik mijn medaille in ontvangst. Mijn eerste triatlon was een feit. Zonder vallen, zonder verdrinken, zonder lekke band! Nu was het grote wachten begonnen: hoe zouden de heren het doen? Van meet af aan wist ik dat Robin zou winnen van ons drieën (zelfs zonder stayeren was het hem gelukt ;-), dat was nooit echt een vraag voor mij. Maar tussen mij en Eelco zou het spannend worden: hij is een enorm goede open water zwemmer en bij het fietsen zijn we aan elkaar gewaagd…

Ik kon hem twee keer langs zien komen bij het hardlopen en moedigde hem uiteraard super trots aan want wat liep hij fantastisch! Zoals ik niet goed kan zwemmen, heeft Eelco door een verbrijzelde knieschijf jaren niet echt kunnen lopen. Door injecties en heel langzaam opbouwen, rende hij nu enorm sterk deze race! Hoewel ik wilde winnen, was ik super trots op hem!

En dan nu de hamvraag. Wie won?

Robin is de koning. In 2 uur 35 en 14 seconden volbracht hij zijn eerst kwart triatlon. HELD! Eelco deed er 2 uur 41 minuten en 19 seconden over.

En ik …. Ik deed er 2 uur 41 minuten en ……. 25 seconden over. Op 6 seconden moest ik het afleggen tegen mijn man. Hoewel ik mijn meerdere in hem erken (met frisse tegenzin uiteraard 😉 !!!) Vind ik het toch zuur. Ik fietste en liep sneller dan hij, en heb heel goed gezwommen. Het komt erop neer dat ik moet leren sneller te wisselen want daar heb ik twee en een halve minuut laten liggen ten aanzien van Eelco.

Echter… zoals ik al zei: een triatlon bestaat uit 4 onderdelen: wisselen is daar één van. Gefeliciteerd lieve Eel: jij bent de terechte winnaar!

 

MAAR VOLGEND JAAR PAK IK JE! HA!

 

 

 

 

Over wissels en (angst over)winnen

IMG_20180620_084136_771Twee dagen nadat ik het Henschotermeer ‘bezwom’, stond er een nieuwe uitdaging te wachten. Dit keer zou ik met ervaren triatleet Carlo in de Vinkeveense Plassen gaan zwemmen.

‘Vinkeveense Plassen’ klinkt zo lieflijk. Als ik mij een beeld vorm bij deze plek zie ik zomerse taferelen voor me met bootjes die op het water kabbelen, kinderen die aan de waterkant spelen en ouders die al zonnend genieten van hun rust.

Dit plaatje klopte in eerste instantie aardig. Bij aankomst bleek de plas er heel sereen bij te liggen. Carlo vertelde dat dit ook anders kan zijn; er kunnen bij andere weersomstandigheden flinke golven staan. Vandaag scheen de zon en zag het water er van een afstandje zelfs wel aanlokkelijk uit. Er was een groepje duikers aanwezig maar verder was de plas van ons.

Screenshot_20180621-104643_Instagram-01Met onze wetsuits aan liepen we naar de waterkant. Op de plas was een gebied gemarkeerd met boeien; daarbinnen is het veilig om te zwemmen. Ik vond het afgezette deel zo klein dat ik mij afvroeg hoe een triatleet als Carlo daar nou fatsoenlijk kan trainen. Eén rondje is 500 meter werd mij verteld. Vrolijk dacht ik daar mijn hand niet voor om te draaien… Totdat we het water in gingen en Carlo mij ‘een paar puntjes’ meegaf. Zo vertelde hij dat ik niet moest schrikken als we wat verder het water op zouden zwemmen: het zou ineens nogal donker en diep worden (dat de plassen op hun diepste punt 60 meter diep zijn, vertelde hij gelukkig pas naderhand). Ook waarschuwde hij mij voor de duikers die plotseling omhoog zouden kunnen komen. Gelukkig maar want later op die dag kreeg ik een berichtje van een open water zwemmer die voor het eerst in zijn zwem-carrière tijdens een training plotseling met een duiker geconfronteerd werd. Hij is zich rot geschrokken.

Daar gingen we. Carlo voorop met mij in zijn kielzog. Ik vond de eerste meters meteen al beangstigend omdat ik onder water van alles zag dat ik hiervoor nog niet gezien had tijdens deze nieuwe hobby: vreemde door het water aangetaste voorwerpen en wierige waterplanten. Daarna werd het water inderdaad ineens veel dieper en donkerder en wenste ik dat ik nog kon kijken naar de ‘enge’ dingen in het ondiepere gedeelte van de plas. Carlo lag inmiddels meters voor mij wat mij ook niet echt een rustig gevoel gaf. Automatisch begon ik mij te focussen op de zwemtechniek. dat bleek te helpen. Het hele rondje lang weerde ik mijn angsten door te letten op hoe ik zwom. Heel soms gierde de angst door mijn lichaam bijvoorbeeld als ik onder water het ‘bewierde’ touw zag waaraan een markeringsboei bevestigd was. In mijn gedachten kon daar dan mogelijk een lijk aan vast gebonden zijn dat gedumpt was na een of andere liquidatie…

Na 500 meter zat de eerste ronde erop. Carlo vond het logisch dat we nog een rondje deden. En hoewel ik bang was geweest, ging het zwemmen best goed en kon ik er bij momenten zelfs een beetje van genieten. Dus daar gingen we voor nog een ronde. Na ruim een kilometer kon deze uitdaging afgevinkt worden en beloonde Carlo mij met een aantal goede tips. Met een trots gevoel verliet ik de plassen en zat ik zelfs te fantaseren over de Iron Man die ik vast en zeker wil gaan doen in de toekomst.

Nu mijn angst voor zwemmen aan het afnemen is en ik inmiddels weet dat ik die kilometer aanstaande zondag ga halen, rees er een nieuw vraagstuk: zou dat wisselen tussen de verschillende onderdelen mij wel lukken? Ik zag mijzelf al worstelen met het wetsuit in de wissel naar het wielrennen. Het zou toch jammer zijn als het dan gelukt is die kilometer te zwemmen om vervolgens hopeloos vast te komen zitten in zo’n pak wanneer je het uit moet trekken. Ook had ik van alles gehoord over het op je fiets gaan zitten en je hardloopschoenen aandoen na het fietsen. Laat staan het vreemde gevoel in je benen waarover sommigen het hebben nadat je gefietst hebt en je moet gaan hardlopen.

Kortom: dat moest toch ook nog even geoefend worden! Samen met mijn rivaal werkte ik een mini-triatlonnetje af om de wissels al eens mee te maken. We begonnen in de haven van ons dorp alwaar we om de beurt het water insprongen (weer doodeng!), de kant op klauterden, het wetsuit zo snel als we konden uittrokken om vervolgens zo snel mogelijk onze fietsschoenen aan te trekken en weg te fietsen. Dat klinkt eenvoudig en hoewel we het beide vonden meevallen: je moet aan best wat dingen denken (bijvoorbeeld het opzetten van je helm, je horloge afdoen als je het pak uittrekt en je voeten goed afdrogen).

We fietsen vervolgens ruim dertig kilometer om het Gooimeer en kwamen bij de laatste wissel aan. Onze tuin was omgedoopt tot wisselzone en lag al aardig vol met triatlon-rotzooi. Mijn opponent had snelveters in zijn schoenen, ik niet. Met een grote voorsprong verliet hij de tuin terwijl hij riep dat ik hem wel zou inhalen. Dat klopte: gelukkig bleek dat ik nog steeds de betere loper ben. Ik heb de ‘wisselzone’ later helemaal opgeruimd terwijl mijn tegenstander nog aan het rennen was. Ha ha!

Toch is het eerste dat ik na deze testdag deed het kopen van snelveters! Alle beetjes helpen komende zondag! Ik wil winnen!

Sleeping with the enemy

IMG-20180613-WA0010Toen ik 18 was, kwam de film ‘Sleeping with the enemy’ in de bioscoop. Wat veel indruk maakte, was dat Julia Roberts -die slachtoffer van huiselijk geweld met watervrees speelde- in het geheim leerde zwemmen en zo kon fingeren dat ze verdronk toen ze overboord sloeg tijdens een zeiltochtje. In werkelijkheid zwom ze in krachtige borst crawl slagen door de zee haar vrijheid tegemoet. Bang voor water was ze niet meer.

De laatste dagen schieten de beelden uit deze prehistorische film door mijn hoofd. Mijn man mishandelt me geenszins maar toch slaap ook ik met de vijand omdat hij mijn opponent is tijdens de triatlon die al over negen dagen plaatsvindt. Ik train niet echt in het geheim maar ik probeer soms wel te verbergen dat ik wéér ga lopen/zwemmen/wielrennen. Hij werkt ontzettend veel waardoor hij daarvoor niet de ruimte heeft die ik wel heb. Ik wil natuurlijk voorkomen dat -wanneer de kleine kans zich voordoet dat ik hem versla- hij roept: “ja maar jij hebt veel meer kunnen trainen!” Mijn angst voor zwemmen in open water is uitgebreid aan de orde gekomen in eerdere blogs dus die gelijkenis met de film spreekt wat mij betreft voor zich.

Inmiddels heb ik twee keer in open water gezwommen en ook mijn racefiets heeft zijn eerste kilometers gemaakt. Afgelopen vrijdag kreeg ik mijn vuurdoop ‘open water zwemmen’ toen ik samen met Shiva een ‘bike-swim-bike’ training deed. Heel eerlijk gezegd zwommen we amper. Onze zwemspot in het Gooimeer bleek vol wier te zitten waardoor we verstrikt raakten wat zwemmen nogal bemoeilijkt. Toch was er winst want zelfs met al die ‘enge’ dingen onder water werd ik niet bang. Ik vond het eigenlijk wel heel lekker dat zwemmen in de natuur! Daarna maakten we een fijn rondje op de fiets om het meer heen. Dat het ononderbroken regende maakte geen fluit uit: nat waren we toch al. Mijn nieuwe tri-suit blijkt top te zijn: ondanks het veel dunnere zeempje dan die in mijn wielerbroek zit, kreeg ik geen zadelpijn. Shiva en ik maakten meteen plannen om samen een Gran Fondo te fietsen, dat zegt genoeg.

Screenshot_20180610-130409-01Het hardlopen gaat gewoon door, dat is mijn tweede natuur. ik ben steeds benieuwder wat de andere sporten mij gaan opleveren voor het lopen. Van zwemmen krijg je volgens mij een grotere longinhoud. En ik kan me ook voorstellen dat je er efficiënter van gaat ademen ofzo. Wielrennen schijnt je dan weer geen betere loper te maken (iets met spieren?) maar voor je herstel is het wel weer goed.

…Any way: mijn grootste proeve van bekwaamheid heb ik gisteren afgerond. Mijn vriendin Marjolein woont bij een prachtig natuurgebied (Den Treek, Leusden) waar een al net zo mooi meer ligt: het Henschotermeer Marjolein stelde een tijdje terug voor dat ik daarin zou kunnen oefenen. Ik breidde het plan uit door naar haar toe te fietsen: dertig kilometer heen en terug plus veertien kilometer retour vanaf haar huis naar het meer maakt dat ik zo’n 74 kilometer gefietst heb. Dat is 29 kilometer meer dan dat ik tijdens die kwart triatlon zal doen. Er stond best wat tegenwind op de terugweg en in ‘bewoonde gebieden’ kon ik niet voluit gaan, toch was mijn gemiddelde snelheid (tijdens de 60 kilometer retour naar Leusden) zo’n 26 km per uur. Dat is denk ik best ok.

Het drukst maakte ik mij uiteraard weer over het zwemmen. Ik dacht: ‘ik poedel even wat in dat water, gewoon voor de ervaring’. Maar voor ik het wist was Lein in contact met een bevriende triatleet om te vragen hoe ver één rondje ‘het Hens’ is. Dat was volgens de triatleet een kilometertje. Precies goed voor mij!,.. volgens Marjolein. Op de een of andere manier was ik nogal volgzaam (misschien door al dat fietsen) en liep ik braaf in mijn tri-suit het meer in. Badmuts op, zwembril ook. Maar geen wetsuit want die had ik niet mee kunnen nemen op mijn racefiets…

Ik begon linksom te zwemmen maar leek niet vooruit te komen. Al snel koos ik ervoor om dan maar rechtsom te gaan (in die gracht in Brugge staat vast niet zoveel stroming). Nu ging het beter! Gestaag naderde ik de eerste brug waar ik onderdoor moest. Om niet tegen de palen van de brug aan te zwemmen, maakte ik een aantal schoolslagen zodat ik kon zien waar ik heen ging. Mijn enorme angst voor open water speelde direct op! Vlug begon ik weer te crawlen zodat ik kon ‘zien’ wat er om mij heen was (niet dat je in zo’n meer veel ziet…maar wel genoeg om niet bang te worden). Het laatste stuk had ik weer wind en/of stroming tegen en leek er geen eind te komen aan het rondje. Na 1,3 kilometer bereikte ik de kant. Ik bleek er 32minuten over gedaan te hebben. Marjolein holde er ondertussen omheen; als je spreekt over ‘making memories’ dan was dit er zeker één!

Morgen ga ik met triatleet ‘The beast’ (oftewel Carlo Pappot) volgens hem mijn PR open water zwemmen verbreken tijdens een oefensessie in de Vinkeveense plassen. Dat zal in mijn geval niet zo moeilijk zijn maar het is mooi dat hij vertrouwen in me heeft.

Nog negen nachten slapen met de vijand, daarna zijn we weer vrienden ;-)….

 

Wat je ontdekt als ‘triatlon rookie’

IMG_20180605_102521_987Nu ik mij voor een paar weken helemaal richt op het trainen voor een triatlon, vallen mij een aantal zaken op.

♦ Voor een triatlon heb je veel spullen nodig

♦ Een triatlon ‘gaat je kosten’ (tenzij je alles kan lenen)

♦ Voor een ‘wannabe’ triatleet is het lastig om drie sporten te combineren

Hardlopen is, als je gezond bent, een makkelijke sport. Je hoeft er eigenlijk alleen een paar goede schoenen voor te hebben. Ik heb zelf inmiddels een behoorlijke berg hardloopshirtjes, broekjes en tights maar in principe kan je al aan de slag in een korte broek en gewoon t-shirt of hemdje. Bij een triatlon kom je daar niet mee weg. Om met het zwemmen te beginnen: met alleen een badpak of zwembroek red je het niet. Wil je een beetje ontspannen in het water liggen dan heb je zeker ook een zwembril nodig en een badmuts is tevens aan te raden Ook is het verplicht om onder een bepaalde watertemperatuur een wetsuit te dragen (dat verschilt per wedstrijd maar die temperatuur ligt rond de 16 graden). Nu hoor ik je denken: ‘die triatlon van Brugge in juni, daar wordt het heus niet kouden dan 16 graden’. Klopt. De kans is heel klein. Maar het zal je maar gebeuren dat dit ineens toch zo is (ik heb bij het hardlopen gekke dingen meegemaakt als het gaat om ‘het weer’). Dan heb je hard getraind en toegeleefd naar de grote dag en mag je niet mee doen. 

20180604_212220

Het kost wat moeite maar dan zit je in je wetsuit!

Daarnaast heeft een wetsuit grote voordelen voor slechte zwemmers zoals ik. Zo’n pak geeft je enorm veel drijfvermogen ontdekte ik gisteren. Voor het eerst wurmde ik mij in het suit dat ik alvast voor mijn verjaardag heb gekregen van mijn ouders (dat was wel even een klusje). Een beetje gegeneerd sprong ik snel in het zwembad zodat de andere zwemmers mij niet in dat profi-pak zouden zien terwijl ik zo slecht zwem. Met lood in mijn spreekwoordelijke schoenen begon ik te crawlen. Ik wist niet wat ik meemaakte! Ik kon ineens banen achtereen zwemmen! Heel kalm werkte ik baantje na baantje af. Geen gehijg en tussendoor stoppen was dit keer niet nodig. Ik werd echt zo blij! Ik moest er zelfs van lachen maar dat blijkt niet zo goed te combineren met zwemmen. Het pak heeft mijn zwembeleving in een paar minuten totaal veranderd: zwemmen blijkt enorm leuk te zijn! Dat is zo’n pak dus wel waard!

20180604_213341

Een tri-suit onder je wetsuit en dan alles weer uittrekken…

Dan moet er ook nog gefietst worden. Dit heb ik nog helemaal niet gedaan. Sterker nog: ik heb een racefiets maar die staat al minstens twee en een half jaar ongebruikt te wachten op een ritje. Omdat ik ‘vroeger’ wel fietste, heb ik een fiets met schoenen, helm, bril, handschoenen en wielerkleding. Als je dit allemaal niet hebt, kan je dus je portemonnee weer trekken. Ik heb mijn geld besteed aan een ‘kleine beurt’ voor de fiets zodat ik hem deze week helemaal tip top voor het eerst weer kan gebruiken. Toch ben je er dan nog niet. Je kan je na het zwemgedeelte van de triatlon uiteraard helemaal uitkleden en je wielerkleding aantrekken maar dat kost veel tijd. Daarnaast ben ik best preuts dus ik heb geen zin in ‘in mijn blootje staan’. Nou hebben ze daar in de tri-wereld iets op gevonden: een tri-suit. Dit is een pak waarin je kan zwemmen (draag je onder je wetsuit) en waarmee je daarna kan fietsen en vervolgens hardlopen. Er zit een extra dunne zeem in vanwege het zwemmen en hardlopen. Katjinggg! weer rinkelt de kassa.

IMG_20180605_201711_056

met onze GAC loopgroep in het bos

Ik heb al die spullen nu dus wel op orde. Het lopen gaat goed, in het zwemmen zit een stijgende lijn (goed kan je me niet noemen). Het fietsen moet ik nog oppakken maar ik denk dat dit wel lukt. Het lastige is om de sporten te combineren. Het hardlopen wil ik niet verwaarlozen want na deze triatlon wordt er getraind voor de marathon van Chicago in het najaar. Ik loop dus even behoorlijk wat minder maar ik train wel. Aan zwemmen heb ik de laatste twee weken relatief veel aandacht gegeven omdat ik zelf ook wel zie dat dit mijn zwakste punt is. Nu moet ik het wielrennen dus nog gaan toevoegen. Het is best een klus om hier een mooie balans in te vinden. Een dag heeft maar 24 uur daarnaast is het laatste dat je wilt dat je overtraind raakt. Met gisteren een dag waarin ik zwom in de ochtend en s’avonds nog een pittige bostraining afwerkte met onze hardloopgroep heb ik vandaag een rustdag. Gek om te merken dat ik dat jammer vindt: stiekem heb ik enorm veel zin om mijn wetsuit aan te trekken en weer even in de waan te zijn dat ik het wel kan; dat zwemmen!    

 

 

Zwemmen met watervrees

IMG_20180601_110814_199Een triatlon, van welke afstand dan ook, begint met zwemmen. Je hebt ze waarbij je van de kant start of je start liggend in het water maar hoe dan ook: de kop gaat eraf met een stuk zwemmen. In TriHedwigTri vertelde ik al dat dit mijn achilleshiel is. Tot december 2017 kon ik helemaal niet zwemmen, tenminste geen borstcrawl. Ik was zelfs een beetje bang voor zwemmen. Eigenlijk al sinds ik mij kan herinneren, haal ik me gekke dingen in het hoofd als ik in water lig. Toen ik zwemles had voor het A-diploma dacht ik dat er onder de vloer van het bad een haai verstopt zat in een speciaal bassin (ik was toen vijf dus give me a break 😉 ). Uiteraard fantaseerde ik erbij dat ‘ze’ die haai tijdens de les op ons los zouden laten. Enig bijkomstig voordeel van deze gedachten was dat ik uit pure angst best snel schoolslag kon zwemmen. Diploma B heb ik nooit gehaald…

Ook toen ik ouder werd, bleef ik bang. Mijn ouders hadden een zeilboot waarmee we ieder weekend en bijna alle vakanties op het IJsselmeer en de Wadden zeilden. Als ik over de steigers van de jachthaven liep, bleef ik zoveel mogelijk in het midden lopen uit angst dat er een arm uit het water zou verschijnen om mijn enkels vast te grijpen. Ín het water van het IJsselmeer of de Waddenzee zwemmen was al helemaal ondenkbaar. Zeker nadat ‘Jaws’ verscheen in de bioscopen was ik er zeker van dat er een ‘great white’ in onze Nederlandse wateren rond zwom die mij zou verslinden zodra ik te water zou gaan. Zelfs in bad zitten, was na het zien van ‘Nightmare on Elmstreet’ een tijdje onmogelijk omdat ik wist dat Freddy Kruger mij dan zou grijpen.

Varen in een rubberen bootje op open water of een gracht? No Way! Na Dick Maas’  ‘Amsterdamned’ was ik een gewaarschuwd mens en zou ik me echt niet door een psychopathische moordenaar door midden laten snijden met een duikersmes via de bodem van zo’n bootje. Surfen: ook een no go want mijn oom maakte me ooit wijs dat er onder de surfplank, op de bodem van het meer, een auto vol lijken lag.

Ik kan zo nog wel even doorgaan maar ik denk dat het wel duidelijk is dat ik -niet realistische- maar wel echte angsten voor water heb. Of eigenlijk voor wat zich in het water zou kunnen verschuilen.

Toch heb ik mijn PADI-duikcursus gehaald en leerde ik zelfs een beetje kite-surfen. Daardoor ben ik erachter gekomen hoe het met mijn vrees zit. Tijdens duiken bleek ik totaal niet angstig. Ik vond het meteen geweldig! Bij het kiten was ik wel bang. Daar lag ik dan midden op zee met aan mij vast die kite. Je begint namelijk met ‘body draggen’ waarbij je je lichaam voort laat trekken door de zee met behulp van je kite. Pas als je dat kan, mag je op een board staan. Weer zag ik voor mij hoe haaien me te grazen zouden nemen terwijl ik daar weerloos in de zee zou liggen. Zeker toen mijn instructeur bevestigde dat er in dat gebied haaien waren, flipte ik compleet. Bij het duiken kon ik zien wat er om mij heen was. Mijn eerste duik was op het great barrier reef waar ik zeeschildpadden, prachtige vissen, koraal maar ook haaien zag. En ik vond het prima! Mijn angst zit hem in wat ik niet kan zien. Zolang ik weet wat er zich onder / boven / naast mij bevindt, voel ik geen angst.

Bij mijn eerste borst crawl zwemles schoot de haai uit het bassin onder het zwembad van vroeger nog wel door mijn hoofd. Maar hoe vaker ik zwom, hoe vertrouwder ik werd met het bad en zijn bodem. Stap 1 is dus genomen. Ik kan zonder angst zwemmen in binnen of buiten zwembaden.

Ik heb nog 3 weken om te leren hoe ik zonder angst in Nederlands open water zwem. Kan je daar met zwembril wel wat zien? En zo niet, ben ik nu dan misschien volwassen genoeg om mij geen rare waanbeelden in mijn hoofd te halen? Komende week wil ik voorzichtig proberen te zwemmen in iets dat geen zwembad is… to be continued…

triHedwigtri

Screenshot_20180523-151241“in 1977 ontstond er op het eiland Honolulu in een bar een discussie tussen marine-officier John Collins, zijn vrouw Judy en enkele anderen. Het ging over de vraag welke atleten de beste conditie hebben: lopers of zwemmers. Collins wist te vertellen dat volgens een artikel in ‘Sports Illustrated’ wielrenner Eddy Merckx de hoogst gemeten zuurstofopname (de VO2 max) had van alle atleten van de wereld. Dus waren renners misschien wel fitter dan alle andere atleten? De rest is geschiedenis: de Iron Man Hawaï werd voor het eerst georganiseerd. Eindelijk konden atleten -door 3,8 kilometer te zwemmen, 180 kilometer te fietsen en 42,195 kilometer hard te lopen-  uitzoeken wie het sterkst zijn; lopers, zwemmers of fietsers”.

In 2017 ontstond ergens in Nederland een soortgelijke discussie. Dit keer tussen Eelco en zijn vrouw Hedwig. Eelco die Hedwig er ooit met gemak ‘uitliep’ maar het lopen inmiddels met succes heeft ingewisseld voor open water zwemmen daagde zijn vrouw en hun hardlopende vriend Robin uit het tegen hem op te nemen in een triatlon.

Zoals je weet, ben ik Hedwig. Wat je waarschijnlijk ook weet is dat ik de laatste twee en een half jaar voortdurend train voor een of andere marathon waardoor hardlopen voor mij geen probleem is. Wat je waarschijnlijk niet weet: ik kan redelijk wielrennen maar tot december 2017 kon ik letterlijk nog geen één meter borstcrawl zwemmen.

Toch nam ik de uitdaging aan. De wedstrijd was op dat moment nog ‘verre toekomst’ en  wat scheelt is dat we geen hele Iron Man gaan doen maar een kwart. Daarvoor moet je 1 kilometer zwemmen, 45 kilometer wielrennen en 10 kilometer hardlopen. Dat zou mij toch wel lukken?

Toen ik de uitdaging aannam, had ik nog maanden de tijd om te trainen. Toch kwam dat er niet echt van. Qua wielrennen lag dat met name aan het weer: in de herfst en winter voel ik mij niet echt geroepen om op een racefiets te springen. Toen het weer er wel goed genoeg voor was, zat ik vlak voor de marathon van Kopenhagen en koos ik ervoor om daarop te focussen en dus niet te fietsen maar alles op het hardlopen te zetten.

Screenshot_20180525-133035-01Dan het zwemmen… Samen met vriendin Marjolein nam ik zwemlessen. ‘Ooit zullen wij een hele Iron Man doen’ zo was het idee dus dan was nu beginnen met zwemmen misschien niet zo’n gek plan. Vanaf december waren we wekelijks te vinden in het Sportfondsenbad in Amersfoort. We konden er geen bal van. Van één hele baan borstcrawl zwemmen was lange tijd geen sprake. We ploeterden ons een uur door het water en vaak was de opluchting bij mij groot als het er weer op zat. Het koffie drinken naderhand was het leukste onderdeel van de training. Begin maart stopte Marjolein er mee. Ik besloot toen ook even een pauze in te lassen om mij helemaal op de Kopenhagen marathon te richten. Ik beloofde de zwemtrainer braaf door te oefenen maar het kwam er niet echt meer van.

IMG_20180530_122556_074Sinds ongeveer 2 weken heb ik het zwemmen weer opgepakt. Gewoon in mijn eentje oefen ik alles dat ik geleerd heb… Als je hardloopt, betekent afstand iets anders dan wanneer je zwemt. Ik bedoel: voor 1 kilometer hardlopen draai ik (en ik denk zelfs een ongetrainde loper) mijn hand niet om. Één kilometer zwemmen is een heel ander verhaal weet ik nu. En dan moet het straks ook nog in ‘open water’. Waar je veel minder ziet. En waar je ‘orientatievermogen’ een belangrijke rol speelt. Ik heb -buiten een beetje plonzen ‘op Lathum’ in mijn jeugd en een vlug schoolslagje in zee tijdens een vakantie – tot op de dag van vandaag nog nooit in open water gezwommen….  

Op dit moment heb ik nog drie weken en één dag om mij voor te breiden op de kwart triatlon van Brugge. Ik ga proberen om de komende drie weken zo veel mogelijk te delen wat ik doe in de hoop die triatlon goed te volbrengen. Kijk: afmaken zal ik hem vast wel. Maar het is een wedstrijd he?! En ik werd uitgedaagd door Eelco. Ik neem het op tegen hem en onze vriend. Je snapt: dan wil ik het er op zijn minst niet heel slecht vanaf brengen…

De komende drie weken dus lopen, zwemmen en fietsen tot ik een ons weeg. Ik kreeg al veel tips via Instagram, mocht jij mij ook nog kunnen helpen: ik hoor graag hoe ik die mannen ga verslaan!

Bron: 3athlon

Kopenhagen marathon

20180513_130406“You are so lucky” zegt de Deense receptioniste op maandagochtend opgetogen tegen de Amerikaan die voor mij staat bij de receptie van ons hotel. Ik wil uitchecken en beluister hun gesprekje met een berustende lach op mijn gezicht. Hij blijkt een festivalbezoeker die enorme mazzel heeft gehad met het weer van de afgelopen dagen. “Normally it’s much colder here at this time of the year!” legt ze hem uit. De Amerikaan knikt instemmend om te laten merken dat hij zich hartstikke bewust is van ‘all the luck in the world’ dat hij en zijn vrienden hebben gehad als het gaat om het afwijkende Deense weer van dit weekend. “Copenhagen was the hottest place in Denmark yesterday!” juicht hij bijna.

Dat relatief frisse Deense weer waar de receptioniste het over had, was precies waar ik op hoopte toen ik de Kopenhagen marathon uitkoos om mijn ‘Breaking 3.20’ poging te doen. Ik werkte ooit met regelmaat vlakbij deze stad die al snel mijn hart heeft gestolen. Het is er mooi, overzichtelijk en er hangt een goede sfeer. Ook de ligging aan zee is iets dat ik heel fijn vind. Naast goede weersomstandigheden voor een marathon heb ik dus ook mooie dingen om 42 kilometer lang naar te kijken.

Dit is mijn zevende marathon. Vier van de zes marathons die ik tot nu toe liep waren buitengewoon warm. Alleen mijn eerste was echt op ‘marathon temperatuur’ en de vijfde -die ik als haas liep- was ook prima te doen maar toen liep ik in dienst van iemand anders en het was avond, dat helpt ook tegen hitte.

Nu ging ik dus mijn PR aanvallen in Kopenhagen. In Scandinavië. In NOORD Europa. ‘Kan niet mis gaan’ dacht ik. Die 3 uur 20 zou ik lopen! Mijn aanloop was veelbelovend. Ik voelde mij zowel fysiek als mentaal heel sterk. Dat ik in de trainingsmaanden eerste werd op een halve marathon en mijn PR op de 10 km aan gort liep, gaf extra zelfvertrouwen. Tot zover geen vuiltje aan de lucht.

Maar toen 13 mei in zicht kwam, werd duidelijk dat het mij weer gelukt was om een warme marathon te selecteren. In de dagen vooraf liep het kwik almaar op om op D-day zelfs de 25 graden aan te tikken. Een heerlijke temperatuur als je naar het strand gaat maar vreselijk als je meer dan 42 kilometer aan een stadsmarathon meedoet. Tenminste, dat vind ik. (ik zag onlangs dat voor reacreatieve hardlopers de ideale marathon temperatuur tussen de 10 en 15 graden ligt, bij pro’s zelfs nog lager).

Ik berustte in het feit dat ‘het was zoals het was’. Ik accepteerde dat ik die 3 uur 20 waarschijnlijk niet zou gaan halen. Maar toch ging ik ervoor. Ik zou kijken wat ik eruit kon slepen die dag. Als wapen in de strijd tegen de zon schafte ik preventief een ‘triatlon-zonneklep’ aan waardoor ik er bijliep als een vijftiger op golfcursus maar dat interesseerde mij niks.

Met mijn super supporter in mijn kielzog vertrok ik per fiets naar de start van mijn nieuwe avontuur. Ik voelde het al warm worden terwijl het nog geen 9.00 uur was maar negeerde dit gegeven. In het startvak vlogen emoties mij onverwacht aan. Ik stond te Whatsappen met mijn vriendinnen Joke en Marjolein want ook al zijn we bij dit soort momenten niet fysiek bij elkaar: gesteund wordt er! Ineens trokken alle maanden van hard werken aan mijn ‘geestesoog’ voorbij. Ik voelde mij trots op het harde werk dat ik geleverd heb en was misschien daardoor heel even van slag: zo hard gewerkt en dan wéér die warmte die misschien roet in het eten gooit. Heel even mocht ik achter de spiegelglazen van mijn bril huilen maar toen werd het tijd om te herpakken. Er moest gelopen worden en goed lopen doe je ook tussen je oren. Dit keer zonder playlist want er was mij enorm enthousiast publiek en bergen muziek beloofd.

view

Al heel vroeg in de start kwam ik achter de 3’20” pacers met gele ballonnen te lopen. Dat kon geen toeval zijn dus voor het eerst in mijn hardloopleven besloot ik mij in ze vast te bijten. We vormden een groep van misschien wel 30 personen, vooral mannen en zo’n 4 vrouwen. De kilometers vlogen voorbij, ik voelde mij krachtig en liep heel makkelijk. Dat de pacers te snel liepen voor ons doel had ik al gauw door: een punt om in de gaten te houden. Het parcours was mooi en afwisselend, vele mensen stonden ons aan de kant aan te moedigen in het nu al bijzonder warme weer. Overal waar ik kon pakte ik water. Mijn gel-planning liep gesmeerd en zorgde voor extra energie.

Bij een kilometer of 12 stelde ik vast dat onze Deense pacers voortdurend te snel liepen. Ik moest een strakke 4’45” lopen maar we zaten daar iedere kilometer ver onder. Heel jammer want het liep verder heel prettig in die groep maar ik wilde de man met de hamer ook deze marathon graag ontwijken.

Ik liet mijn groep los en zette mijn weg voort op het beoogde tempo. Het werd warmer en warmer maar ik deed wat ik kon. Toch begon ik gedurende de volgende kilometers te  beseffen dat ik het warmer had dan ooit tevoren. Ik maakte zelfs gebruik van de ‘douches’ boven de weg bij waterposten. Ik wilde soms graag even wandelen en deed dat op een zeker moment ook bij het water drinken. ‘Ga ik wel onder de vier uur lopen?’ schoot door mijn hoofd. Iedereen had het zwaar. Veel lopers waren inmiddels gestopt met hardlopen. Ik rende door van schaduw naar schaduw, van linker straatkant naar rechter en weer terug: follow the shade werd mijn motto.

Screenshot_20180525-094934

Ik denk dat ik bij 30 kilometer inzag dat 3 uur 20 stuk lopen er vandaag gewoon niet inzat. Dan maar het lichaam sparen en ‘low pace’ verder, lekker genieten van al het moois dat er te zien is en het enthousiaste publiek. Beseffen wat een geluksvogel je bent dat je gewoon weer een buitenlandse marathon mag meemaken. Dus de vijf kilometers die volgden gingen wat rustiger en als het aan mij had gelegen was ik zo -als golfster met bejaardenklep- naar de finish gejogd.

Mooi niet! Daar was mijn super supporter ineens. Hij schreeuwde dat ik echt nog een PR kon halen en dat ik ervoor moest gaan!! Ik had hem al een paar kilometer eerder toegeroepen dat het “geen PR-weer was, dat het er niet in zat”. Dit keer had ik de energie niet voor een discussie dus voor de verandering besloot ik hem zijn zin te geven en mijn tempo op te voeren. Onder zijn aanmoedigingen ging ik beginnen aan de laatste zeven kilometers.

Het werd heter en heter. Het was niet te doen. Toch deden we het. Ik en al die andere marathoners. We renden tot het bittere eind. Dat toch heel zoet bleek te zijn. In 3 uur 30 minuten  en 41 seconden bereikte ik de finish. En het mooiste? Voor het eerst dacht ik niet: ‘nu doe ik het nooit meer!’ Ik dacht: ‘Kom maar op Chicago, ik lust je rauw!’

20180513_130351