20160503_123427
Er zijn genoeg boeken over hardlopen en in een aantal daarvan wordt ook verteld hoe je sneller kan worden. Hartstikke handig maar ik kan me ook voorstellen dat zulke ‘theoretische beschrijvingen’ kunnen afschrikken. Daarnaast is de vraag natuurlijk of je eigenlijk wel sneller wilt worden. Heel toevallig las ik net een vers verhaal van collega blogger Margo waarin zij juist beschrijft dat ze super blij is dat ze weer blessurevrij kan lopen en dat snelheid voor haar niet zo’n issue is.
Ik kan zelf intens genieten van iedere vorm van hardlopen. Van hele rustige duurloopjes tot intensieve trainingen: stuk voor stuk kan ik ze waarderen. Zelfs de sprintjes tijdens intervaltrainingen -waarin ik het minst goed ben- voelen naderhand heel lekker! Als ik niet meer sneller kan of wil worden is dat wat mij betreft dus geen probleem: ik houd gewoon van hardlopen, ook als dat op laag tempo is.

Maargoed; waarschijnlijk ben je dit blog gaan lezen omdat je juist wilt weten hoe je sneller wordt. Ik ben een amateur hardloper maar ik kwam laatst wel tot een belangrijk inzicht waarbij dat ‘niet-prof zijn’ denk ik niet uitmaakt. In 1,5 jaar tijd ben ik enorm vooruit gegaan. Hieronder zie je de resultaten van de test die ik eerst in september 2014 deed bij de Asics Flagshipsore in Amsterdam en daarna nogmaals in maart 2016. In werkelijkheid liep ik mijn eerste marathon in nov. 2015 in 3 uur 56 en mijn tweede marathon in april 2016 in 3 uur 27: dat is dus bijna een half uur sneller!

Nou zou je kunnen stellen dat ik bij mijn eerste marathon (in NYC) gewoon niet diep genoeg ben gegaan. Dat is slechts deels waar. Bij de New York City marathon afgelopen november had ik geen idee wat me te wachten stond. De eerste 15 kilometer hield ik mij op aanraden van mijn trainer gigantisch in. Evengoed bleef het een zware inspanning en de volgende kilometers kon ik echt niet meer geven dan alles wat ik in mij had. Bij mijn tweede marathon die slechts 5 maanden later plaatsvond, had ik het voordeel dat ik dit keer wel enigszins wist wat het lopen van een marathon inhoudt. Dat zal zeker wat minuten gescheeld hebben. Toch denk ik dat het sneller worden hem met name in de manier van trainen zit.

Tot juni 2015 liep ik hooguit 2 keer per week en dan meestal 5 tot 10 kilometer. Een uitzondering daargelaten. Toen ik in juni aan mijn New York training begon, voerde ik het aantal trainingen op naar zo’n 3 tot 4 keer per week. Daarnaast werden de afstanden gestaag langer. Ook begon ik met intervaltrainingen maar eerlijk gezegd was dat toen nog niet heel consequent. Hetzelfde geldt voor core-training: dat deed ik wel maar als ik er nu op terugkijk: minder intensief en vaak dan toen ik voor Rotterdam aan de slag ging. Zo nu en dan stond er een hills-training op het programma: die liep ik op de loopband waarbij de hellingsprocenten langzaam opgevoerd werden.
Toch werd ik na die eerste marathon pas echt sneller. Misschien zit dat in het feit dat de eerste trainingsmaanden zich pas na marathon 1 begonnen uit te betalen. Zelf denk ik dat mijn belangrijkste tips voortkomen uit de veranderingen die ik vanaf toen toepaste:
IMG-20160428-WA0012
-Ik deed heel consequent 1 keer per week aan verschillende soorten intervaltrainingen (bij Atletiekvereniging Phanos maar dat kan uiteraard bij elke club).
-Ik kon niet zo vaak trainen als het schema van coach German voorschreef maar ik trainde iedere week 3 tot 4 keer zeer afwisselend: in het weekend altijd een duurloop, op donderdag de intervaltraining, 1 keer een loopje op een tempo dat voor mij lekker voelt (dus redelijk op tempo) en als ik kon 1 keer een herstelloopje
-Ik deed altijd mijn core trainingen; hierdoor werden onder andere mijn buik- en rugspieren sterker
-Ik sliep, at en dronk erg verantwoord 😉
Het geheim zit hem voor mij met name in de afwisseling van de activiteiten. Zo zie je op de foto’s hierboven hoe we afgelopen week op een bergje trainden. Dit werd afgewisseld met oefeningen waardoor we sterker worden. De afwisseling maakt het trainen voor mij ook NOG leuker. En zoals je ziet hoef je echt niet 6 of 7 dagen in de week aan de slag om progressie te maken. Voor velen van ons is dat in combinatie met werk, gezin of andere (leuke en fijne maar toch) verplichtingen niet te doen. Daarnaast kan je op deze manier ook met anderen trainen: er zit altijd wel een tempo bij dat een andere loper ook aanspreekt!

Ik liep gisteren nog met Peet wat altijd een feestje is. We lachen en kletsen wat af en maken zo ook nog een heel wat kilometers. Helaas speelde mijn knie voor de tweede keer deze week op tijdens het rennen. Vanmiddag heb ik een date met de fysio: hopelijk geeft zij me groen licht voor de Beemster Erfgoed Marathon die ik zondag met Suus hoop te lopen (nee mensen: het is geen hele marathon! Zo gek ben ik nou ook weer niet)…
Hopelijk gaan mijn tips jullie -wanneer dat je doel is- sneller maken! Ik ben heel benieuwd!