Hoe moeilijk kan het zijn? Toen ik ermee begon dacht ik zo ongeveer dat hardlopen niet meer is dan: 1. sportkleding aantrekken 2. naar buiten gaan en 3. op een wat hoger tempo je passen uitvoeren dan wanneer je gewoon loopt. Erg eenvoudig! De meest simpele sport aller tijden! Iedereen kan het.
Natuurlijk is het ook mij opgevallen dat iedereen een eigen hardloopstijl heeft. De één loopt gracieuzer dan de ander. Sommige lopers lopen zo prachtig dat je niet anders kan dan denken dat zij verdwaalde profs zijn die per ongeluk in een recreatief parkje/bos/duingebied zijn beland. Ik zag laatst nog een geweldige quote voorbijkomen van looplegende Steve Prefontaine die zei:
schermafbeelding-2017-02-09-om-13-06-50
Niet iedereen heeft Steve’s gave. Bij sommige lopers doet het bijna pijn om naar ze te kijken: de fysieke disbalans druipt er van alle kanten af. Mensen die vreemde bewegingen maken met hun armen, ze extreem wijd houden of een soort tic lijken te hebben. Maar ook benen die strompelen, heupen die heen en weer waggelen en knieën die in bang-makende posities buigen tijdens een lokaal rondje…
Lange tijd dacht ik hoogstwaarschijnlijk dat het niet heel vreselijk is om mij te zien hardlopen. Dat veranderde toen ik mijn eerste wedstrijdfilmpje voorbij zag komen…
Door veel te lopen, anderen te observeren en erover te lezen, ben ik gaan inzien dat hardlopen toch zeker ook een technische sport is. Je kan geen punten scoren en trucjes toepassen zoals een drop shot slaan of een tegenstander poorten; er is wel degelijk sprake van techniek. En niet zo’n beetje ook. Mijn eerste kennismaking met ‘loopscholing’ was tijdens mijn baantrainingen bij Phanos. ‘Trainert’ Rene van Ravenzwaaij begon ermee ons allerlei ‘rare’ dribbel- en huppelpasjes te laten maken. Ik werd er aanvankelijk een beetje lacherig van zoals wij daar massaal als kleuters over de baan van het Olympisch stadion sprongen. Hoe vaker ik het deed, hoe serieuzer ik probeerde mee te doen (al had dat vooral met mijn groeiende respect voor Rene te maken; die pasjes vond ik nog steeds een beetje onzinnig).
Een sprong in de tijd…. Ik train nu bij GAC in Hilversum. Ook trainer Frans begint zonder uitzondering met warmlopen en ….loopscholing. Achterstevoren, pootje-over, met geheven  knieën: op alle denkbare manieren lopen wij op de baan. Ik doe vrolijk mee (en zonder lachen want de hele groep neemt dit onderdeel van de training behoorlijk serieus, of ze acteren het in ieder geval talentvol). Nog steeds snap ik niet goed wat de scholing voor me doet. Omdat Frans voor ons loopt, krijg ik eigenlijk geen correcties als het gaat om mijn houding. Wel instructies maar geen aanpassingen…. ik kan dus eigenlijk zo fout lopen als ik wil…
Omdat ik het leuk vind om van mijn loopjes een fotootje op Instagram te zetten zodat daar een soort lopers-dagboekje in beelden ontstaat, kan coach Tiny me mooi volgen. Uiteraard heb ik soms geen foto of ik besluit niets te plaatsen maar in grote lijnen kan Tiny zien wat ik doe. Al snel begon hij te reageren op mijn foto’s. Hij vindt ze misschien best mooi of leuk maar hij kijkt vooral met een getraind ‘harlopers-oog’. Tiny let niet op die mooie boom, een slim gekozen filter of die gezellige koeien op mijn kiekje. Nee, Tiny ziet naar achteren getrokken schouders en armen die niet parallel aan mijn romp staan.   
Mijn ‘zelf-reflecterend vermogen’ heeft mij doen inzien dat ik bij kritiek eerst wat tijd nodig heb om één en ander te laten bezinken, ik daarna soms even opstandig reageer maar dat ik uiteindelijk bijna altijd kijk hoe ik positief wat kan doen met de kritiek. In dit geval was het in eerste instantie anders: de feedback op mijn schouders nam ik meteen ter harte: ik liet ze heel bewust losser hangen en zodra ik voelde dat ik ze weer naar achteren trok, corrigeerde ik. Maar toen ik mijn armen daarbij ook nog meer parallel aan mijn  lichaam moest laten bewegen volgens Tiny kwam de obstinate Hedwig in mij naar boven. Ik vond het zo moeilijk! Iedere keer gingen mijn handen weer vrij snel in de oude positie. In mijn  hoofd mopperde ik op Tiny: hij kent mijn lichaam niet! Hij weet niet dat ik al 4 jaar heel fijn loop zo! …maar na wat kilometers gefoeter, zag ik uiteraard in dat Tiny mij natuurlijk niet voor zijn eigen lol helpt. Hij probeert het beste uit mij te halen voor mij.
Ik ben onwijs blij met Tiny’s aanwijzingen. Ik ben ervan overtuigd dat dit me een blessure zal besparen en wellicht zelfs extra snelheid zal opleveren. Maar wat is het veel! Naast mijn tempo’s, het nemen van kleine stappen, het proberen te landen op mijn voorvoeten, het in de gaten houden van de eventuele opdracht van de betreffende run let ik nu dus ook op het ontspannen van mijn schouders en de positie van mijn armen. Als ik het één onder controle heb, gaat het ander weer fout.
Ik heb niet de illusie dat ik ooit zo mooi als Steve Prefontaine zal lopen (al denk ik dat soms wel tijdens een eenzame lange duurloop ;-),… dromen mag he?!) maar dat hardlopen een kunst is en dat je oneindig kan werken aan de perfectie ervan is mij wel duidelijk geworden.
Zondag loop ik de halve marathon tijdens de Groet uit Schoorl run… een prachtige gelegenheid om het geleerde uit te voeren en om andermans kunsten af te kijken!