IMG_20170511_105300_498‘Het is maar een hobby hoor’… Ik zou mij goed kunnen voorstellen dat mensen dat soms denken als ze mij horen praten over hardlopen of als ze mijn blogs lezen. Ik geef toe: het is inmiddels op zijn minst een uit de hand gelopen hobby. Ik ben dagelijks bezig met hardlopen. Is het niet letterlijk door de heerlijke kilometers af te werken die in mijn schema vastgelegd zijn dan is het wel door erover te schrijven of lezen, erover te kletsen met loopvrienden of er mee bezig te zijn door me in te schrijven voor een wedstrijd.
Met de marathon van Boston pas 4 weken achter mij en de marathon van Amsterdam nog maanden voor mij is het alles behalve stil in mijn ‘hardloophoofd’. Ik maakte de keuze om uit het ASICS Frontrunner NL team te stappen… (Ik ga daar inhoudelijk niet over uitweiden: het is een team toffe mensen die de hardloopsport een warm hart toedragen. Ik wens ze alle goeds!) Maar …omdat onderdeel zijn van zo’n team uiteraard ook tijd vraagt, merk ik dat ik het fijn vind dat ik me weer kan richten op waar het voor mij om gaat bij het uitoefenen van mijn ‘hobby’: hardlopen in zijn puurste vorm.
IMG-20170422-WA0013-02In tegenstelling tot vorige keren heb ik dit keer geen last van een ‘after-marathon-dip’. Al heel snel na het ‘racen’ in Boston verschoof mijn focus van de V.S. Naar Nederland… Om precies te zijn naar zondag 15 oktober. Om nog exacter te zijn naar de omgeving van het Olympisch stadion alwaar ik dan klaar wil staan in een beetje rap startvak om zo alsnog dat PR van me naar de andere wereld te helpen. Wat er ook gaat gebeuren: die 3 uur 27 minuten en 23 seconder gaan er vroeg of laat aan! En wat mij betreft dan dus eerder vroeger dan later.
Op dit moment is het te vroeg om al echt te trainen voor de marathon van Amsterdam. Toch merk ik dat ik nu al 100% gericht ben op die dag. Mijn eerste tussenstop is de marathon van Sneek waarbij ik een loopvriendin naar een sub 4 en daarmee een mijlpaal voor haar hoop te lopen: dat zou geweldig zijn! Voor die tijd wil ik nog een vriendin aanmoedigen en helpen waar ik kan zodat ook zij een hardloop-doel waar kan maken… Dat klinkt vast nobel enzo: al dat geloop en gejuich ‘voor anderen’. Niets is minder waar: ik heb gemerkt dat ik veel kan leren van ‘hazen’: tempo vasthouden bijvoorbeeld. Maar ook hoe het focussen op een ander je van je eigen pijntjes, gedachten en ‘beren op de weg’ af kan leiden zodat je ineens in staat bent tot dingen waarvan je het niet wist.
Van de week besloot ik mezelf eens te testen. Relatief kort na een marathon ben je niet op je sterkst natuurlijk (ik in ieder geval niet). Ook als je onder je kunnen gepresteerd hebt, blijft het hardlopen van 42 kilometer een (kleine) aanslag op je lijf. En hoewel ‘langzaam’ gelopen, ben ik door de heuvels en de temperatuur toch relatief diep gegaan daar in Massachusetts. Hoe dan ook:  afgelopen vrijdag stond er voor mij 45 minuten D3 op het programma. Dat houdt in mijn geval in: 45 minuten lopen op een tempo van 4.50. Met eigen redenen besloot ik ongehoorzaam te zijn en van de 4.50 , 4.30 te maken…


Ik weet dat ik dat tempo kan lopen. Ik hield het bij de CPC ook een heel eind vol maar helaas speelde de temperatuur mij destijds in Den Haag ook parten waardoor ik het net geen 21 km kon vasthouden. Midden in een uitgestorven dorp stond ik mij vrijdag dus een beetje zenuwachtig te maken over de race zonder toeschouwers die ik zelf had bedacht. Ik liep 1 km warm, rekte en strekte wat, liep een stukje vals plat en toen hoorde ik denkbeeldig het startschot. Daar schoot ik weg! Als in een echte race ging ik aanvankelijk veel te snel: 4.10 zag ik op mijn klokje. Vertragen dus om al snel te schrikken van het te lage tempo dus de pas werd weer versneld. Zo rommelde ik even wat aan totdat ik het juiste tempo te pakken had.

Het begon te regenen en onweren. Bij 5 km keerde ik om en kreeg ik als traktatie 5 km vals plat en de wind vol in mijn gezicht cadeau. Vele malen dacht ik eraan om op te geven. Dit experiment bij zulk extreem weer: iedereen zou het begrijpen als ik afhaakte. Toch rende ik door met alles wat ik op die avond na een toch al lange en vermoeiende dag nog in mij had. Ik ‘finishte’ in 45 minuten en een paar seconden. Gemiddelde snelheid: 4.31. Eerlijk is eerlijk: hoewel het doel net niet behaald, was ik toch super tevreden. De wetenschap dat ik onvoorbereid 4.31 kan lopen in deze omstandigheden maakt dat ik er vertrouwen in heb.
Op 3 juni ga ik proberen weer eens een snelle 10 kilometer te lopen in een wedstrijdje (IJsselsteinloop). Mijn PR staat nu op 43.47  Ik ben inmiddels een echte stoomtrein geworden: hoe langer de afstand, hoe sneller ik -relatief- ben. Toch hoop ik dat de sfeer van een wedstrijd, de andere lopers en het feit dat de snelste pacer daar voor 45 minuten gaat, mij gaan helpen om op de 10 kilometer onder de 43 minuten te finishen! Als jullie zin hebben: veel publiek zou mooi zijn 😉
Tot in IJsselstein!