A0147

wolfskamerloop 2017


 
Of eigenlijk: dat is wat de bedoeling is. Sommige dingen moet je opschrijven om ze af te dwingen, is mijn redenering.
Al mijn trainingen zijn -naast plezier hebben in het hardlopen- telkens weer gericht op mijn volgende marathon. Dat is inmiddels al 2,5 jaar zo, ik ben eraan gewend geraakt. Het is ‘a way of living’. Ik train in ongeveer 4 á 5 maanden naar de afstand toe. Hoe meer weken van het schema verstrijken, hoe serieuzer het wordt. Aanvankelijk mag alles nog een beetje amateuristisch maar gaandeweg pas ik ook mijn dagelijkse levensstijl beetje bij beetje aan. Er wordt op slaap gelet en absoluut ook op voeding. Gaandeweg krijgt ‘core training’ geregeld aandacht. Zodoende lig ik dan ineens te ‘planken’ of te ‘squatten’ ergens in huis. Eiwithapjes na het trainen, magnesiumtabletjes, hier en daar een bietensapje (just in case 😉 ) … Niets laat ik aan het toeval over. Totdat de marathon gelopen is en de lijntjes weer mogen vieren voor een paar weken of maanden.
En dan de trainingen zelf. Het volume van mijn kilometers neemt gestaag toe, iedere tempotraining neem ik serieuzer. Dat is tenslotte wat mij sneller zal maken. Ik vertelde al eerder over mijn ‘baanangst’. Iedere dinsdag ga ik met een beetje lood in mijn schoenen naar Hilversum om met mijn loopgroep temporondjes op de baan te draaien. Ik zit in ‘de snelle groep’. Dat klinkt heel leuk (en dat is het ook als je sec naar de mensen en de trainers kijkt) maar het heeft ook een lastig deel. En dat is dat ik in die groep zo’n beetje de slak ben.
Dat komt zo: het zijn veelal mannen. Mannen zijn helaas vaak sneller dan vrouwen. De vrouwen die erin zitten zijn met name gericht op kortere afstanden en trainen dus ook anders. Ze zijn hartstikke snel op de baan. Er zit er 1 bij die ‘onze’ mannen amper bij kunnen houden. Dan heb je nog Joke. Joke is 1 van de snelste vrouwen op de marathon die ik ken en ook zij is dus veel sneller op de baan dan ik. Naast al deze verklaringen kunnen we het ook simpel houden: in een snelle groep moet er 1 de langzaamste zijn. Ik vrees dat ik dat in dit geval ben. Hoewel ik heel happy ben in en met de groep maakt hij mij op zijn tijd ook onzeker.
Dat is een heel lange inleiding voor wat ik eigenlijk wil vertellen… In aanloop naar de Kopenhagen marathon die ik in mei zal lopen, zei trainer Tiny: “loop ook maar weer eens een 10 kilometer wedstrijdje. Dan kunnen we zien hoe snel je op die afstand bent”…
Nou had ik een raar gelukje afgelopen najaar toen ik 2 weken na de marathon van Amsterdam totaal onbedoeld een PR op de 10 km liep tijdens de Wolfskamerloop in mijn woonplaats. Terwijl ik niet vol gas ging, liep ik op een niet erg vlak parcours een tijd van 42 minuten en 49 seconden. Dat is voor mijn doen echt fantastisch.
Maar nu heb ik dus min of meer de opdracht om een snelle 10 kilometer te lopen. Ik heb gekozen voor de VIB loop in Maarssen. Aanstaande zondag moet het gebeuren. Het parcours is vlak dus daar kan het niet aan liggen. Het wordt ijskoud dus klagen over hitte is er dit keer niet bij. En ik heb een haas. Eén van die super snelle jongens uit onze baangroep heeft aangeboden om tempo voor mij te lopen. Luxer kan je het niet hebben. Alles is in orde, nu ik nog.
Screenshot_20180208-173317Ik zie er behoorlijk tegenop. Als ik die tijd van ‘De Wolfskamer’ wil verbeteren moet ik sneller dan 4.14 /km lopen. Dat is namelijk wat ik blijkbaar in het najaar deed bij dat ‘per ongelukke’ PR. Ik kan niet geloven dat ik daartoe überhaupt in staat ben.
Mijn enige kans is ontspannen blijven. Gewoon ‘gezellig’, zonder stress met Ernst (mijn haas) 2 rondjes van 5 km om de Maarsseveense plas rennen. Maar dan wel zo hard als ik kan.