IMG_20180620_084136_771Twee dagen nadat ik het Henschotermeer ‘bezwom’, stond er een nieuwe uitdaging te wachten. Dit keer zou ik met ervaren triatleet Carlo in de Vinkeveense Plassen gaan zwemmen.
‘Vinkeveense Plassen’ klinkt zo lieflijk. Als ik mij een beeld vorm bij deze plek zie ik zomerse taferelen voor me met bootjes die op het water kabbelen, kinderen die aan de waterkant spelen en ouders die al zonnend genieten van hun rust.
Dit plaatje klopte in eerste instantie aardig. Bij aankomst bleek de plas er heel sereen bij te liggen. Carlo vertelde dat dit ook anders kan zijn; er kunnen bij andere weersomstandigheden flinke golven staan. Vandaag scheen de zon en zag het water er van een afstandje zelfs wel aanlokkelijk uit. Er was een groepje duikers aanwezig maar verder was de plas van ons.
Screenshot_20180621-104643_Instagram-01Met onze wetsuits aan liepen we naar de waterkant. Op de plas was een gebied gemarkeerd met boeien; daarbinnen is het veilig om te zwemmen. Ik vond het afgezette deel zo klein dat ik mij afvroeg hoe een triatleet als Carlo daar nou fatsoenlijk kan trainen. Eén rondje is 500 meter werd mij verteld. Vrolijk dacht ik daar mijn hand niet voor om te draaien… Totdat we het water in gingen en Carlo mij ‘een paar puntjes’ meegaf. Zo vertelde hij dat ik niet moest schrikken als we wat verder het water op zouden zwemmen: het zou ineens nogal donker en diep worden (dat de plassen op hun diepste punt 60 meter diep zijn, vertelde hij gelukkig pas naderhand). Ook waarschuwde hij mij voor de duikers die plotseling omhoog zouden kunnen komen. Gelukkig maar want later op die dag kreeg ik een berichtje van een open water zwemmer die voor het eerst in zijn zwem-carrière tijdens een training plotseling met een duiker geconfronteerd werd. Hij is zich rot geschrokken.
Daar gingen we. Carlo voorop met mij in zijn kielzog. Ik vond de eerste meters meteen al beangstigend omdat ik onder water van alles zag dat ik hiervoor nog niet gezien had tijdens deze nieuwe hobby: vreemde door het water aangetaste voorwerpen en wierige waterplanten. Daarna werd het water inderdaad ineens veel dieper en donkerder en wenste ik dat ik nog kon kijken naar de ‘enge’ dingen in het ondiepere gedeelte van de plas. Carlo lag inmiddels meters voor mij wat mij ook niet echt een rustig gevoel gaf. Automatisch begon ik mij te focussen op de zwemtechniek. dat bleek te helpen. Het hele rondje lang weerde ik mijn angsten door te letten op hoe ik zwom. Heel soms gierde de angst door mijn lichaam bijvoorbeeld als ik onder water het ‘bewierde’ touw zag waaraan een markeringsboei bevestigd was. In mijn gedachten kon daar dan mogelijk een lijk aan vast gebonden zijn dat gedumpt was na een of andere liquidatie…
Na 500 meter zat de eerste ronde erop. Carlo vond het logisch dat we nog een rondje deden. En hoewel ik bang was geweest, ging het zwemmen best goed en kon ik er bij momenten zelfs een beetje van genieten. Dus daar gingen we voor nog een ronde. Na ruim een kilometer kon deze uitdaging afgevinkt worden en beloonde Carlo mij met een aantal goede tips. Met een trots gevoel verliet ik de plassen en zat ik zelfs te fantaseren over de Iron Man die ik vast en zeker wil gaan doen in de toekomst.

Nu mijn angst voor zwemmen aan het afnemen is en ik inmiddels weet dat ik die kilometer aanstaande zondag ga halen, rees er een nieuw vraagstuk: zou dat wisselen tussen de verschillende onderdelen mij wel lukken? Ik zag mijzelf al worstelen met het wetsuit in de wissel naar het wielrennen. Het zou toch jammer zijn als het dan gelukt is die kilometer te zwemmen om vervolgens hopeloos vast te komen zitten in zo’n pak wanneer je het uit moet trekken. Ook had ik van alles gehoord over het op je fiets gaan zitten en je hardloopschoenen aandoen na het fietsen. Laat staan het vreemde gevoel in je benen waarover sommigen het hebben nadat je gefietst hebt en je moet gaan hardlopen.

Kortom: dat moest toch ook nog even geoefend worden! Samen met mijn rivaal werkte ik een mini-triatlonnetje af om de wissels al eens mee te maken. We begonnen in de haven van ons dorp alwaar we om de beurt het water insprongen (weer doodeng!), de kant op klauterden, het wetsuit zo snel als we konden uittrokken om vervolgens zo snel mogelijk onze fietsschoenen aan te trekken en weg te fietsen. Dat klinkt eenvoudig en hoewel we het beide vonden meevallen: je moet aan best wat dingen denken (bijvoorbeeld het opzetten van je helm, je horloge afdoen als je het pak uittrekt en je voeten goed afdrogen).

We fietsen vervolgens ruim dertig kilometer om het Gooimeer en kwamen bij de laatste wissel aan. Onze tuin was omgedoopt tot wisselzone en lag al aardig vol met triatlon-rotzooi. Mijn opponent had snelveters in zijn schoenen, ik niet. Met een grote voorsprong verliet hij de tuin terwijl hij riep dat ik hem wel zou inhalen. Dat klopte: gelukkig bleek dat ik nog steeds de betere loper ben. Ik heb de ‘wisselzone’ later helemaal opgeruimd terwijl mijn tegenstander nog aan het rennen was. Ha ha!
Toch is het eerste dat ik na deze testdag deed het kopen van snelveters! Alle beetjes helpen komende zondag! Ik wil winnen!