852393_281236359_Medium
Eén van de dingen die ik lastig vind bij het schrijven van een nieuw blog is het bedenken van een goede titel. Sinds afgelopen zondag, ongeveer vanaf het moment dat ik na een lange dag eindelijk in bad lag, ‘popt’ het woord ‘volwassen’ telkens op. Dat is hoe ik mij voel na het lopen van mijn achtste marathon.
Letterlijk volwassen ben ik al jaren. Maar Marathon-volwassen ben ik nu (denk ik 😉 ). Na weer maanden van voorbereiding, vele kilometers, wat onzekerheden en zelfs een kortstondige blessure liep ik mijn favoriete afstand dit keer in de geweldige stad Chicago.
Iedere marathon wordt gevormd door unieke gebeurtenissen die samen de uiteindelijke tocht maken. Dit keer waren de bepalende ingrediënten, naast de locatie, vooral de aanwezigheid van dierbare mensen. Mijn liefste supporter Eelco vloog na een enorm hectische werkweek achter mij aan om wederom een stad te doorkruisen alwaar hij mij toe zou juichen en aanmoedigen. Maar ook heel speciaal was het om dit keer samen met mijn vriendin Joke deel te nemen. Hoewel we afzonderlijk liepen, hebben we samen toegeleefd naar deze dag, vertrokken we samen naar de start en stonden we in hetzelfde startvak.

De dag dat ik vertrok naar de V.S. kreeg ik te horen dat iemand in mijn omgeving -veel te jong- overleden is. Dit legde een zware deken over mijn gevoelens. Huilend en naar adem happend liep ik mijn laatste Nederlandse rondje om vervolgens met een schuldgevoel naar Schiphol te vertrekken. Mijn opluchting was groot toen ik te horen kreeg dat ik vandaag toch bij het afscheid kan zijn.
De dagen voor de marathon was ik rustig. Ik genoot van alles wat ik meemaakte; Het klassieke expo-bezoek met Joke, ons diner en verschillende lunches (later ook met Eelco en Joke’s man), winkelen bij Nike en Under Armour: het was allemaal even leuk. De middag voor de marathon maakten Eelco en ik nog een surrealistisch uitstapje naar een ziekenhuis. Midden op Michigan Avenue trof ik een jongen aan in een operatiepak. Zijn onderbeen was zwaar gehavend en zag eruit alsof het aan het afsterven was. Hij huilde.
Hoewel er in Chicago veel armen zijn die bedelend op straat proberen hun hoofd boven water te houden, kon ik deze jongen niet achterlaten. We hebben hem in de taxi gezet en meegenomen naar een ziekenhuis om hem aan antibiotica te helpen. We praatten over de Marathon, hij zou er ook wel eens één willen lopen. ‘Eerst moet je beter worden’ zei ik. Christopher -zijn naam- vroeg mij aan hem te denken als ik de volgende dag de finish zou halen. Deze gebeurtenis en jongen zitten nog altijd in mijn hoofd. Ik vraag me af of hij het gaat redden (dat hij drugsverslaafd is, was wel duidelijk) maar ik heb aan hem gedacht toen ik de volgende dag de finish passeerde.

En zo belandde ik afgelopen zondag in mijn startvak. Goed getraind, goed voorbereid, regen, wind, kou: mentaal prettige omstandigheden voor mij. Maar ook aangedaan door het eerder genoemde overlijden en het verdrietige verhaal van Christopher. Die twee zaken moest ik tijdelijk uit mijn hoofd zetten. Gewapend met een tijdschema in mijlen op  mijn arm en het Nike pacing team voor de eerste drie mijl stond ik klaar.

Deze marathon werd één van de leuksten die ik gelopen heb. De toeschouwers waren geweldig (ondanks het niet bepaald mooie weer), het parcours was afwisselend en de sfeer was super. Ik heb (bijna) iedere mijl genoten. Mijn ademhaling was hoog. Ik dacht door de emoties maar denk nu dat het de hoge luchtvochtigheid is geweest. Ik kon mezelf eigenlijk niet pacen omdat mijn horloge totaal van de leg raakte vanwege de wolkenkrabbers en toen bleek dat ook de pacers daar last van hadden, liet ik hen gaan. Het lopen in zo’n groep vind ik niet ontspannen.

Zonder echt een idee van hoe het ging, liep ik naar beste kunnen. Tot het halve marathonpunt zat ik op schema voor mijn doel: 3 uur 20. Ik passeerde het Halve marathon-punt (21km) na 1 uur 40. Daarna werd steeds minder duidelijk wat ik precies aan het doen was. De kou en regen waren ‘in mijn hoofd’ heerlijk maar begonnen uiteindelijk toch hun fysieke tol te eisen. Mijn billen werden stram. Toch liep ik prima: ik had mij voorgenomen om te genieten van deze race en deed dat ook. Dat het geen 3 uur 20 zou worden, liet ik los toen ik inzag dat dit niet zou gaan lukken. Wel bleef ik vechten voor wat ik waard was.

In een inmiddels (voor mij) hilarische en legendarische tijd passeerde ik de Chicago finish-lijn. Voor de derde keer in drie jaar tijd liep ik de afstand in 3 uur 27. Dit keer werd het wel een pr in die categorie want 3.27.15 bleek uiteindelijk de snelste van mijn drie 3.27-ers te zijn. Zoals Eelco naderhand zei: “het is maar goed dat je in Amsterdam 3.24 hebt gelopen anders was je nu echt gek geworden”.

Ik ben ondanks het feit dat het me weer niet gelukt is 3 uur 20 te lopen oprecht blij met mijn prestatie. Mijn gezonde lijf heeft er gewoon weer één volbracht. In moeilijke omstandigheden liep ik een race om trots op te zijn. Ik heb genoten en de essentie van hardlopen in de aanloop naar deze marathon en tijdens de race teruggevonden. Het is het allerleukste en allerliefste wat ik doe. Ook al doe je alles wat je kan: bij een marathon moeten alle puzzelstukjes op hun plaats vallen om een PR te kunnen lopen. Niet alles is af te dwingen. Het mooie is dat je altijd weer een kans krijgt om het opnieuw te proberen. Dit inzicht maakt dat ik me een volwassen marathoner voel. Ik kan nu al niet wachten op de volgende:
Tokyo: here I come!