Een beetje ongebruikelijk is het wel, ruim een maand nadat ik de marathon van Tokyo liep, schrijf ik nu eindelijk hoe het mij daar verging.
Inmiddels heb ik de Zandvoort circuit run gelopen en de Lentemarathon in estafette. Gisteren werd ik zelfs eerste V35 op de halve van Diepenheim en 2e Overall. Die marathon van Tokyo lijkt daardoor misschien oud nieuws maar zelf vind ik het wel mooi dat ik er terugblikkend over kan vertellen. Ik ben nog steeds een beetje aan het bijkomen van wat mij daar overkwam. 

Hoe ik in Tokyo belandde om daar mijn vijfde van de zes ‘Worlds marathon Majors’ te lopen, past perfect in mijn ‘marathon-carrière’ die toe nu toe van toevalligheden aan elkaar lijkt te hangen. Ik wilde eigenlijk helemaal niet naar Japan omdat ik er eerder ben geweest. Ik was toen in Kyoto en Osaka. Hoewel Japan prachtig is, is het ook één van de meest moeilijke landen om zelfstandig te reizen. Dat komt vooral door de taal. Vrijwel alles is in karakters geschreven en maar een enkeling spreekt Engels. Of beter gezegd: is bereid Engels te spreken. Dit maakte dat ik destijds bruut afgeweerd werd als ik vroeg of ik bij de juiste trein stond of dat men mij vrolijk een totaal verkeerde kant opstuurde als ik vroeg naar een geldautomaat (beter een fout antwoord geven dan geen is het devies in Japan).
Voor mij dus geen Japan meer. Totdat een goede vriend vroeg waarom ik niet alle Majors wilde lopen. Ik stak mijn betoog over Japan af en voegde daaraan toe dat het lopen van alle majors bovendien nooit een doel voor mij is geweest. Er zijn zoveel mooie marathons op de wereld. Eelco (voor wie het niet weet: mijn man en vaste supporter) reageerde verbaasd: hij zag Tokyo juist heel erg zitten. Het zou fantastisch zijn als ik daar zou lopen, hij ging graag mee!

Zo kwam het dat Tokyo mijn plan B werd. Ik wilde namelijk wel heel graag de marathon van Londen lopen. Omdat het vrijwel onmogelijk is om daar ‘binnen te komen’, besloot ik voor zowel Londen als Tokyo mee te loten: dan zou ik misschien bij 1 van de 2 lotingen als gelukkige uit de bus komen.
Dat ik in één week te horen kreeg dat ik aan beide marathons mee mocht doen, kwam als een enorme verrassing! Ook omdat dat betekende dat ik dan twee marathons in acht weken tijd zou lopen.

Met mijn trainer Tiny werd besloten dat ik beide marathons gewoon zou uitlopen. Geen tijdsdoelen dit keer maar gewoon de boel heel houden. Ik trainde in de maanden voor Tokyo wel alsof ik voor een mooie tijd zou gaan. In die zin: ik trainde net zo als anders. Toen ik in januari een PR liep op de 10km en kort daarop een snelle tijd op de 25 kilometer tijdens de midwintermarathon, vroeg Tiny mij voorzichtig of ik misschien toch een poging wilde wagen de door mij zo gewenste 3 uur 20 te lopen. Alles wees erop dat ik erg fit was. Toch hield ik de boot een beetje af. Ik wist inmiddels dat het lopen van een internationale marathon voor mij meer moeite kost door de reis er naartoe, het tijdverschil en doordat ik altijd te veel rondsjouw in de dagen ervoor: ik wil ook wat van het land zien. Daarnaast is het ook de vraag hoe het weer gaat zijn. Ik zou dus wel zien.


Op 27 februari vlogen we met een grote groep van Tui sports naar Tokyo. De vlucht zat bomvol marathoners; ook ‘runto42’ en een hele batterij ‘Kika-Runners’ waren aan boord. Zo’n 400.000 lopers willen jaarlijks meedoen aan de marathon in Tokyo maar voor slechts 38.000 lopers is plaats. Deze groep van ongeveer 145 lopers vormde de Nederlandse geluksvogels van dit jaar. (voor alle duidelijkheid: ik word NIET gesponsord door Tui)

 

Over de dagen voor de marathon kan ik kort zijn: het was één groot geweldig feest. Eelco en ik werden verliefd op de stad en hebben zoveel mogelijk gedaan en gezien (waaronder een thee ceremonie en bonsai bomen workshop). Zelfs als je in Tokyo gewoon maar wat rondloopt, zie en beleef je van alles. De stad is erg druk maar op een heel andere manier dan bijvoorbeeld New York. Het reizen met een organisatie was hier echt een voordeel omdat we ons geen zorgen hoefden te maken over organisatorische zaken, alles was perfect geregeld voor ons. En omdat de Olympische Spelen in 2020 plaatsvinden in Japan, zijn er ook meer Engelssprekende Japanners naar de hoofdstad gebracht (al duurde het regelen van een massage alsnog een klein uurtje).

Ik kan hier niet alle tips kwijt, dan wordt mijn verhaal te lang maar ik zal de komende tijd linkjes toevoegen aan dit blog voor wie dat leuk vindt.

 

 

3-3-2019: Marathon dag! Er is ons de dag ervoor perfect weer beloofd maar als ik wakker word, regent het knetter hard. Ik trek ondanks dat toch de set aan zoals ik die had bedacht: een short en het Tui-shirt dat we voor deze race hebben gekregen met onze naam erop. In de badkamer eet ik mijn uit Nederland meegenomen shake die ik later in de ontbijtzaal upgrade door het eten van een banaan. Bus in en gaan! Eelco reist later met een supportersbus naar het marathon parcours. Voor het eerst support hij mij zonder een fiets omdat dit hier lastiger te regelen is.

In de bus zit ik naast de Nederlandse Lisette die met haar gezin al een paar jaar in de VS woont. We hebben elkaar al eerder gesproken en blijven bij elkaar totdat we naar onze startvakken moeten. Omdat het zo hard regent, wisselen we poncho’s, plastic zakken voor onze schoenen en folies uit zodat we zo goed mogelijk warm en droog blijven. Daarna staan we super lang in de rij voor de dixies: vrijwilligers in overvloed maar dixies te weinig, zo hoorden we ook al in de voorbereiding van Tui. De tijd begint te dringen en als je hier één minuut te laat in je startvak staat, mag je aansluiten bij het laatste startvak. Ik sta in C, het laatste startvak is L, ik zorg er dus maar beter voor dat ik op tijd ben. Het vinden van het vak is het enige dat die dag moeilijk blijkt maar het lukt op tijd…

In vak C tref ik Murat en Marieke die ook met Tui meegereisd zijn. Marieke wil een tijd van 3 uur 15 lopen, Murat heeft niet echt een plan. Ik heb ook geen idee wat ik vandaag wil doen. Ik deel met Murat mijn 3 uur 20 wens maar vertel hem er direct bij dat met de zes graden van vandaag en voortdurende regen dit niet waarschijnlijk is. Bij de marathon van Chicago regende het ook maar minder en het was er warmer. Daar kreeg ik uiteindelijk stramme hamstrings en billen en liep ik 3 uur 27. Wel deel ik mijn ‘geheime arm’ met Murat. Eelco heeft de avond ervoor voor de zekerheid een schema op mijn onderarm getekend met als richtlijn 3 uur 19: die ene minuut speling is voor de zekerheid 😉 grapte ik.

Murat ziet dat schema wel zitten en zegt dat hij mij als levend horloge gaat volgen, ik vind het prima. Met veel gedoe wurm ik mezelf uit mijn plastic verpakking, oude kleding en sta al snel klappertandend te wachten tot de laatste minuten wegtikken. Voor de negende keer in mijn leven hoor ik een marathon startschot. We vliegen over het parcours. De eerste kilometers gaan in 4 minuut 19; veel te snel. “Maar het voelt goed, toch?!” roept Murat terug. Omdat de eerste zes kilometer naar beneden lopen, gaan we op voorstel van mijn nieuwe loopmaat die eerste kilometers hard en daarna stellen we het tempo bij. Het is gewaagd maar ik ga mee in zijn plan

Na de zes kilometer vlakt het parcours inderdaad af maar we blijven, al is het iets minder hard, stevig doorlopen. Ik voel me fantastisch, volkomen in mijn element. Murat geniet net zoals ik optimaal van Tokyo en de toeschouwers die heel ingetogen maar toch intens aanmoedigen. We klappen terug naar ze, high five-en soms (dan schrikken de Japanners zich wild) en zeggen vaak tegen elkaar hoe tof het is dat we hier mogen lopen! Na 15 kilometer gaat mijn muziek aan, net zoals die van Murat. Eelco staat twee keer langs het parcours en filmt ons, ik roep dat we goed gaan en samen lopen.

Murat en ik blijven genieten. Niet één negatieve gedachte weet zijn weg in mijn hoofd te banen. Ik ben alleen maar heel gelukkig. Bij ongeveer 27 kilometer raak ik Murat kwijt. Ik denk dat hij mij heeft ingehaald en vind dat jammer maar ik accepteer het: het was al heel leuk om zo lang samen te lopen. Ondanks de voortdurende regen, schijnt de zon al die tijd in mijn hoofd. Ik loop de race van mijn leven volkomen happy en het lijkt wel moeiteloos. Geen dipjes, geen man met de hamer. Bij 35 kilometer schiet zelfs door mijn hoofd: “wat jammer! Over 7 kilometer zit het er alweer op!” Heel even ben ik bang dat ik tè positief ben, dat ik straks ineens instort. Die gedachten verdwijnt al snel weer: doorgaan is mijn enige optie.

 

 

Als bij het 40-kilometerpunt mijn horloge aangeeft dat ik 42,195 km heb gelopen in 3.08 (dit komt door de hoge gebouwen in de stad, daarvan raakt je GPS in de war) begin ik te rekenen. De eenvoudige rekensom 3 uur 20 – 3 uur 08 = 12 minuten kost mij ongeveer een kilometer de tijd. Als ik dan besef dat ik mijn doel ga halen, schiet ik vol emoties. Het besef dat dat niet optimaal is, geeft me de kracht om in mijn focus te blijven: doorlopen, dan pas janken.

Als ik bijna finish, filmt Eelco mij nog eens

In een -voor mij- ongelofelijke tijd van 3:15:17 bereik ik de finish. Dat ik dit nu, een maand later met tranen in mijn ogen schrijf, zegt genoeg. Ik hoopte ooit 3.20 te lopen, van mijn 3.24 PR ging ik naar 3.15. Een enorme loopwens is daarmee uitgekomen. I love Japan, I love Tokyo. Over drie weken loop ik de marathon van Londen, die zal speciaal worden omdat naast Eelco ook mijn kinderen, moeder en tante meegaan en ik -als het goed gaat- de WMM medaille in ontvangst mag nemen. Wat daar ook zal gebeuren: Tokyo heeft een heel speciale plaats in mijn marathon hart.