Recept voor een marathon in 3 uur 20

20171010_104408-01Voor sommigen is de tijd die ik aanstaande zondag wil lopen tijdens de TCS Amsterdam marathon een eitje. Dat zijn lopers die zich focussen op tijden rond de 3 uur of minder. Om niet te spreken over profs die tijden lopen tussen de 2.02 en 2.30. Die vinden mijn tempo een soort van wandelen vermoed ik…Voor anderen is het een tijd die niet haalbaar is (of dat is dan in ieder geval wat ze denken). Een doel stellen en behalen blijkt daarmee maar weer iets enorm persoonlijks te zijn. Iedereen doet dat dan ook op zijn eigen manier.

3 uur 20. Dat betekent dat ik gemiddeld 4 minuut 44 over iedere kilometer mag doen. Oftewel 12,7 kilometer per uur, en dat dan ruim 42 kilometer lang. Dat is geen kattenpis. Maar ik kan het, daarvan ben ik inmiddels overtuigd. Nou blijkt dat laatste toevallig ook 1 van de voorwaarden te zijn om een dergelijke prestatie neer te zetten, maar daarover straks meer.

In de aanloop naar deze marathon heb ik meer gedaan dan ‘slechts’ het lopen trainen.  De afgelopen maanden heb ik toegewerkt naar zondag. Niet altijd heel bewust maar toch deed ik het. Ik ben zo gefocussed geweest dat ik maar weinig geschreven heb. Ik had (of maakte) er simpelweg geen tijd voor. Aan onderwerpen en ideeën geen gebrek maar ze haalden het papier niet. Dit laatste verhaal, 3 dagen voordat ik aan de start sta, moet geschreven zijn. Daar maak ik bewust tijd voor, omdat ik weet dat het daarna niet meer kan. Alleen nu kan ik oprecht opschrijven wat mijn drive is, wat ik allemaal geïnvesteerd heb in mijn volgende race. Als het dan lukt (en dat doet het uiteraard!!) dan weet ik later nog precies hoe ik het voor elkaar kreeg. En anderen kunnen er misschien ook hun voordeel mee doen. Hoewel ik mij er dus erg bewust van ben dat dit mijn verhaal is. Wat voor mij werkt, hoeft niet voor een ander op te gaan.

Mijn recept voor een marathon in 3 uur 20 (maar hier kan iedere andere droom-tijd ingevuld worden) is als volgt:

De basis is volledig vertrouwen op het schema dat mijn trainer Tiny voor mij gemaakt heeft. Daar waar ik er in de aanloop naar Boston nog wat vraagtekens over had, heb ik mij nu volledig verbonden aan zijn schema en heb ik op 1 herstelloop na, het hele plan afgewerkt. In totaal liep ik 1391,9 kilometers. Ter vergelijking: naar de marathon van New York trainde ik mij in 887 kilometers. Dat scheelt toch zo’n 500 kilometer. Wat er dit keer ook gebeurde: ik volgde het schema met ijzeren discipline. Ook als dat betekende dat ik niet mee kon met mijn GAC-loopgroep het bos in maar in plaats daarvan op de baan ‘moest’ trainen. Ook als mijn vriendinnen de sauna in doken na de marathon van Berlijn maar er voor mij nog een uurtje interval op de rol stond. En ook als ik s’avonds laat mijn loop voor die dag nog niet had gedaan: ik ging! De opdrachten in mijn schema deed ik daarbij dit keer veel preciezer. Hills trainingen voerde ik uit op een loopband zodat ik de beoogde hellings-graad ook echt pakte en daarbij het juiste tempo. Intervals op de baan ging ik steeds netter uitvoeren. Heel soms was ik ‘opstandig’. Dan liep ik een bepaald loopje op een veel te hoog tempo. Maar ik weet dat ik dit nodig heb gehad om zondag goed uit de verf te komen. En Tiny vergaf het mij gelukkig 😉

Ik paste mijn levensstijl verder aan dan voorheen. Ik stopte 6 weken geleden volledig met het drinken van mijn geliefde rode wijntjes en at daardoor ook een stuk minder (franse) kaasjes, olijven en andere lekkere dingen. Daarmee hoopte ik mijn organen maximaal te ontlasten, dieper te slapen en wellicht wat kilo’s af te vallen. Ik ben 43 dus voor anorexia hoef ik niet meer te vrezen maar tijdelijk 2 tot 3 kilo lichter zijn, scheelt toch weer op zo’n afstand. Het leek aanvankelijk totaal geen invloed te hebben op mijn gewicht maar met D-day in zicht lijk ik nu toch echt die 2 tot 3 kilo lichter te zijn geworden. Ook dit keer neem ik shotjes bietensap, magnesium (tegen kramp) en vitamine D (waaraan lopers al snel een tekort schijnen te hebben). masseur Carolien Bleeker verzorgt mijn spieren iedere 2 weken door ze een goede sportmassage te geven en daardoor eventuele opkomende kwaaltjes de kop in te drukken. Vanaf vandaag loop ik rond met een bidon water zodat ik super goed gehydrateert ben (want uiteraard wordt het zondag warm: het is tenslotte een marathon waarbij ik aan de start sta dus de weergoden zorgen voor ongepaste temperaturen voor de tijd van het jaar).

20171008_201447

met Erik

Ik loop voor de eerste keer met een ‘haas’. Dat is een ongekende luxe! Erik de Jongh loopt vaker als officiële haas bij marathons. Hij geeft dan de pace aan voor groepen die op dat tempo de eindstreep willen halen. Dit keer bood hij aan om met mij mee te lopen. Hoe chique is dat? Dit betekent dat ik niet alleen ben. Dat ik mij op moeilijke momenten ‘in hem vast kan bijten’ (en ja; hierover kan Erik dan weer hele leuke grappen maken die de scherpe kantjes van het hele gedoe afhalen). Alleen dit gaat al verschil maken, daarvan ben ik overtuigd.

Ik haalde aan het begin van dit blog al aan dat ik dit keer geloof in mijzelf. Niet dat dit nooit eerder het geval was maar zeker bij ‘Boston’ was er niet echt sprake van blakend zelfvertrouwen. Het is voor mij op dit moment een feit dat ik 3 uur 20 ga lopen. Ik droomde vannacht zelfs dat ik in 3 uur en een minuut over de finish kwam maar dat was dus letterlijk een droom. Met het zelfbeeld zit het in ieder geval goed. Ik las gisteren pagina 72 tot en met 76 uit een oude Losse Veter. Ik heb deze bladzijden uit editie maart/april 2016 gescheurd maar nooit gelezen. Ik vond ze terug als boekenlegger in ‘Meb for Mortals’ en las gisterenavond precies wat ik voel en weet: een goede marathon zit tussen je oren. Mijn lichaam kan het, alleen mijn hoofd zou het kunnen verpesten. En dat sta ik niet toe.

Wat nu nog rest is rust, focus en 2 lijstjes. Het eerste lijstje is een perfecte playlist op Spotify voor in noodgevallen. Het tweede lijstje is mentaal. Daarop staan voor de eerste 2 uur 20 de mensen die mij kracht geven, inspireren en energie geven. Het laatste uur is gereserveerd voor mensen waarover ik mij kwaad kan maken. Zij geven mij net dat extra duwtje waardoor ik dieper kan gaan. Raar maar waar.

Mijn Bib-nummer is 2750. Via de App TCS Amsterdam marathon kan je mij zondag volgen als je dat leuk vindt om zo te zien of ik mijn doel bereik en daarmee mijn droom uitkomt.

 

 

 

 

 

 

Supporters

 

20170917_101906-01

voor de race, een moment zonder publiek (gelukkig 😉 )

“…Zo bereikte ik Wilbert weer. Ik moest toen nog een kilometer of 8 denk ik. Ik had een dipje maar zijn gezicht tussen de massa gaf me kracht. Zijn blik was zo bemoedigend. Alsof hij wilde zeggen: je kan het!!! Kom op! “

Dit schreef ik in april 2016 over de marathon van Rotterdam. Je zou kunnen denken dat Wilbert een familielid is of op zijn minst een goede vriend die ik al jaren ken. Maar nee: ‘Sneezy Wil’ zoals hij ook genoemd wordt is een ‘loopmaatje’; ik ontmoette hem zo’n anderhalf jaar geleden voor het eerst. Ten tijde van die marathon kende ik hem dus pas een maand.

Dat ik zoveel kracht putte uit zijn stille aanwezigheid daar langs de lijn in Rotterdam deed mij onlangs beseffen hoe belangrijk supporters zijn. 

Het blog dat ik van de week plaatste over ‘oortjes’ leverde -naast antwoorden op mijn vraag- ook reacties op over het lopen met muziek. Sommige lezers vinden het gevaarlijk, een aantal anderen gaven aan het a-sociaal te vinden om tijdens hardloopevenementen naar muziek te luisteren. Je zou je daarmee afsluiten van het publiek. Die mening deel ik niet, tenzij je je muziek keihard aanzet en je geen oogcontact maakt met je omgeving. Als er iemand veel lacht, high five’s uitdeelt en dingen zoals ‘bedankt’ roept tijdens het lopen in een wedstrijd dan ben ik het wel. Maar dit dus wèl geregeld met mijn ‘muziek op’. Het belemmert mij niet om contact te maken en enorm te genieten van de energie die toeschouwers geven.

Ik heb nog nooit de ‘luxe’ gekend van een marathon of andere wedstrijd waar heel veel vrienden, familie en bekenden langs de weg stonden. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat 3 van mijn marathons in het buitenland waren. Daarnaast geldt voor de Nederlandse ’42 kilometers’ dat ik het voor onze kinderen te lang vind duren. Die blijven dan bij oma en opa waardoor mijn ouders vrijwel nooit kunnen komen. Van vrienden mag je het eigenlijk ook niet verwachten: (vaak) een lange reis naar de wedstrijd toe, in een weekend waarin ze echt wel andere dingen te doen hebben. Bovendien hebben ook zij vaak te maken met partners en kinderen. En als ze er dan zouden staan, dan is het voor die paar seconden dat ze je kunnen toejuichen… voor een loper goud waard maar als je niet van ‘onze sport’ houdt, is er voor een supporter geen drol aan.

En dan mag ik nog niet klagen met thuis een fantastische supporter die werkelijk overal met mij naartoe gereisd is: mijn lief! Na maanden met uren van afwezigheid waarin ik overal rondstruin om mijn kilometers te maken, gaat hij ook nog met mij mee om per fiets wereldsteden te doorkruisen zodat hij me moed in kan spreken tijdens verschillende stadia van de marathon. Daarnaast sturen ontzettend veel familieleden en vrienden lieve berichtjes waaraan ik onderweg denk. Mijn schoonzusje maakte zelfs een film voor mij toen ik de marathon van New York ging lopen met daarin allemaal vrienden en familie die mij succes wensten.

20170417_181946

IMG-20151104-WA0005IMG-20170417-WA0034img-20160925-wa0020 champagne!

Wat is het toch ‘extra speciaal’ om -als je helemaal stuk zit- een paar bekende ogen te zien. Of iemand je naam te horen roepen met een bemoedigende kreet erbij. ‘Kom op Hedjuuuuuh! Je kan het!’ Finish stroooooong! Kippenvel en adrenaline geeft het mij. En vaak ook een brok in mijn keel want het is zo lief.

Vorig weekend liep ik de 30 van Noord: een race met zeer weinig publiek. Gisteren was het tegenovergestelde het geval tijdens de legendarische ‘Dam tot Damloop’: langs bijna het hele parcours werden wij -zo’n 50.000 hardlopers- vol enthousiasme aangemoedigd.  Daar waar ik in ‘Noord’ de kracht uit mijzelf moest halen, krijg je bij de Damloop energie van wildvreemden. Zodra je de IJtunnel inrent staat er een kippenvel-bezorgende steelband: heerlijk!! Mijn pas versnelt dan, of ik het nou wil of niet. Als je de Damloop vaker hebt gelopen, begin je met de jaren de verschillende D.J.’s langs de route te herkennen. Ieder jaar weer zwepen zij ons op met stampende disco-beats. Ook de woonwijkjes waar je doorheen loopt, zorgen voor warmte: buurtbewoners staan extra glaasjes water, schijfjes komkommers en sponsjes uit te delen. Gewoon omdat het kan; hoe lief is dat? En dat terwijl hun straten een dag lang in beslag worden genomen door ons! Echt te gek!

En altijd weer staan ZE er bij kilometer 10: Lief en de kinderen. Ik mag inmiddels echt spreken van een traditie. In de verte zie ik de auto al op het gras langs de route staan. Ik raas dan van links op het parcours naar rechts terwijl ik hard de namen van mijn gezinsleden roep. Wild zwaaien en gillen we naar elkaar. Maar ik word er nooit kortademig van! Met een grote glimlach en een extra portie energie begin ik aan de laatste 6 kilometer, altijd weer….

Zonder al die enthousiaste familieden, vrienden, bekenden, bandjes, d.J.’s, vrijwilligers (laten we die niet vergeten!!!) en wildvreemden loop je je race ook wel uit. Maar PR’s loop ik alleen maar met hen erbij. Ze geven mij vleugels.

Dank jullie wel daarvoor!

Screenshot_20170917-160233

 

 

 

 

Oortjes evolutie

1229939_694219137259564_529775126_n

Foto: Karen Roelands

Vanaf dag 1 dat ik begon met lopen, was het luisteren naar muziek iets dat daar voor mij standaard bij hoorde. Mijn liefde voor het hardlopen was er namelijk niet van nature, die heeft moeten groeien. Muziek maakte het afleggen van de aanvankelijk nog maar korte afstanden draaglijker want dat lopen was me toch saai! Ik begon met wat ‘voor handen was’: een I-pod met muziek van mijn lief. Zodra Spotify in mijn leven kwam ging ik los: ‘lekkere hardloopliedjes’ en ‘hardloopliedjes 2’ waren mijn eerste twee hitlijsten en toen ik eind 2015 de marathon van New York zou lopen, werd afspeellijst ‘Marathon New York’ mijn volgende wapenfeit. Inmiddels is het bijna een gewoonte om voor belangrijke races en lange duurlopen in ieder geval vast te stellen welke playlist ik onderweg ter beschikking wil hebben of anders zelfs een geheel nieuwe lijst samen te stellen. Zo maakte ik voor het haaswerk dat ik zou doen bij de marathon van Hoorn ‘knallen met Joke’; opzwepende muziek helpt altijd en zeker als het de bedoeling is om 10 kilometer lang strak 4.30 te lopen!

Schermafbeelding 2015-06-04 om 10.37.00

runhedwigrun @ zevenheuvelenloop

Mijn eerste head phones waren niet geheel onopvallend. Als een of andere aspirant D.J. liep ik totaal ongenegeerd rond met een super grote koptelefoon. Dat had niks te maken met hippigheid. Er waren toen mensen die er gewoon mee rondliepen maar dat waren ‘hipsters’ die daar denk ik over nagedacht hadden. Bij mij was het tegendeel het geval: het waren de head phones van onze zoon die destijds een jaar of 4 was. Het enige alternatief dat ik had, waren de standaard ‘oortjes’ die je bij je smart phone geleverd krijgt en die vielen onder het lopen altijd uit mijn oren. Dus liep ik een jaar of twee super trots voor lul zoals hier boven en hiernaast te zien is.

Dat er speciale ‘oortjes’ voor sporters bestaan, kwam niet in mij op. Ik vond mijn mega-headphones bijzonder lekker zitten! Ze hielden in de winter mijn oren ook nog eens warm! Wat wil een runner nog meer?! 

Toen werd ik jarig en kreeg ik van lief als verrassing ‘in ears’. Dat zijn oortjes die je -net zoals die van je smartphone- in je oren stopt. Ik schoot meteen in de weerstand! Hoezo had hij mij geen fijne nieuwe grote DJ-set gegeven? Ik kon echt niks met die rare kleine oordopjes. Omdat je een gegeven paard niet in de bek mag kijken en omdat ik wel vaker ageer tegen ideeën van lief die dan later heel goed blijken te zijn, probeerde ik ze toch. Al snel wilde ik niet meer anders; ze zitten heerlijk en geven top geluid.

 

Op de foto’s hierboven is te zien hoe vaak ik met mijn geliefde oortjes loop. Heel vaak. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik, hoe langer ik aan hardlopen doe, hoe vaker ik ook zonder muziek loop. Deze sport is inmiddels mijn grote passie waar ik zo van geniet dat ik het ‘puur’ ook heel goed kan verdragen. Maar nog steeds: lopen mèt muziek blijft fijn en zelfs vaak een ‘must’ tijdens de (laatste) kilometers van een marathon.

Ook HDPHNS is het via mijn blogje opgevallen dat ik een liefhebber ben van muziek & oortjes. Zij vroegen mij of ik daarom eens een setje draadloze sport-exemplaren wilde proberen. Ik reageerde huiverig. Beseften zij wel dat ik nogal eerlijk ben? Dat als ik het niks zou vinden, ik dit ook zou zeggen? Dat vonden ze prima…

 

Dus daar ging ik: lopen met draadloze Avanca D1 oortjes. Tot mijn schrik vond ik ze vreselijk. Ze sloten  mijn oren zo erg af dat ik het verkeer / andere personen om mij heen totaal niet meer hoorde. Dit soort oortjes bleken ook veel minder geschikt om 1 oortje uit en 1 oortje in te laten als je even wat meer contact met de omgeving wilt dus ook dat was hier geen oplossing. Daarbij zorgden ze voor een soort ‘kraakbeenpijn’ in mijn oren; als ik ze uit deed ‘ontspanden’ mijn oorschelpen ineens. En last but not least viel de muziek soms even weg / hoorde ik kraken. Wat nu? Het is natuurlijk super aardig als je iets mag uitproberen maar mijn oordeel was verre van positief. Ik liet HDPHNS weten dat het beter was als ik niks zou zeggen over de oortjes: deze negativiteit daar zouden ze niks mee opschieten. Vanwege het totaal afsluiten van de oren wilde ik ze ook niet weggeven aan een andere loper: te gevaarlijk. (Voor alle duidelijkheid: een pure muziekliefhebber die ze gebruikt buiten het sporten om, zal de ‘intensiteit’ van de muziek via deze set denk ik wel weten te waarderen).

Men stelde voor een ander type te proberen: de Avanca S1. Ondanks dat ik het nu wel een beetje een gedoe begon te vinden (ik moest de oortjes terugsturen en later het oplaad-snoertje dat ik vergeten was, er achteraan -geheel kosteloos was de test dus al niet meer 😉 ) stemde ik in.

Na het meerdere malen lopen met dit setje ben ik zover dat ik een conclusie durf te trekken… Nee, deze oortjes winnen het qua comfort en geluid never nooit van mijn fijne, zachte in-ears. MAAR!!! Er is 1 heel groot voordeel…Bij de lange duurlopen ben ik ze gaan waarderen. Waarom? Het ‘pielen’ met het snoer van mijn gewone oortjes en mijn waterzak / hemdje / flipbelt levert veel irritatie op. Dit is met deze oortjes natuurlijk totaal geen kwestie. Dit model sluit ook minder af waardoor ik ze prettiger vind als het om veiligheid gaat maar echt lekker zitten doen ze niet. Het is meer ‘dat je eraan went’. De eerste kilometers was ik me nogal bewust van de set maar gaandeweg verdwijnt dat gevoel en dan ‘wint’ het comfort van het niet hebben van een snoertje het toch wel. 

 

Wat ik vooral geleerd heb van dit avontuur? Dat ik gewoon geen lullen-voor-spullen blogger ben. Ik ben daarom ook echt benieuwd hoe goed dit stuk gelezen wordt en voor diegenen die dit lezen; vertel eens eerlijk: zie jij een meerwaarde in dit soort ‘reviews’? Ik waardeer ieders (on)gezouten mening!

Thanks!

 

 

 

My thoughts are like butterflies

Screenshot 2017-09-10 22.32.27‘My thoughts are like butterflies’ verwijst naar de naam van het blog van Sandra waarmee ik in een groep bloggende hardlopers zit. Vandaag blijft deze zin maar door mijn hoofd fladderen als ik bedenk wat ik wil vertellen…

Met nog maar 5 weken te gaan tot de TCS Amsterdam marathon 2017 is de countdown nu wel begonnen. Maar wat staat er nog veel te gebeuren totdat het echt zover is! Gisteren liep ik voor het eerst in mijn leven de ’30 van Amsterdam Noord’ . Daar waar ik aanvankelijk van plan was geweest eindelijk mijn Arnhemse roots de eer te bewijzen door de Rabo Bridge to Bridge (10 EM) te lopen, veranderde dit idee toen ik hoorde dat ‘de 30’ een perfecte test is voor mijn volgende marathon in Amsterdam. 

IMG-20170910-WA0038

Na de race

Een behoorlijke groep vrienden en bekenden bleek hetzelfde op de agenda te hebben gezet dus het was gisteren een hoop bijkletsen, plannen uitwisselen en kennismaken met lopers die ik al wel via andere wegen kende maar nog nooit live had gezien. Ik ontmoette zelfs mijn ‘haas’ voor Amsterdam; Erik ! Ik snap nu wel waarom ik even verward was hem hier te zien: hij had mij verteld dat hij de 30 van Almere zou lopen en deze race zou skippen maar wat een geluk -bleek later- dat hij er ook was.

Tot groot genoegen van kilometervreter John was ik best nerveus. John plaagde me een beetje, vond dat ik moest relaxen en chillen maar maar ik was blij met dit zenuwachtige gevoel. Ik heb dat nodig om te presteren.

IMG-20170910-WA0028

met John en Marjolein

Hoewel ik dus verre van ‘alleen’ was op deze dag, zou ik deze run wel alleen gaan volbrengen. Dat maakte het extra spannend maar ook een goede test. Joke, Marjolein en ik wensten elkaar en de andere lopers veel succes en gingen onze eigen weg met elk onze eigen ‘opdracht’. In het startvak bleek het begin van mijn raceplan bijna overeen te komen met dat van mijn toekomstige haas en zijn loopmaat Arjen (twee super snelle lopers die dit loopje achteraf gezien op hun gemakje liepen en daarmee maar net wat langer over de 30 deden dan ik… verschil moet er wezen…). De eerste 10 kilometer liep ik met ze mee in een tempo van ongeveer 4.58. Dat deel ging soepel en kostte weinig inspanning, er werd zelfs behoorlijk wat gekletst. Vanaf 10 km zou ik gaan versnellen naar 4.54 en de heren zodoende achter me laten maar op dat punt aangekomen bleken zij eenzelfde snelheid te lopen. In mijn hoofd liep ik vanaf toen wel ‘voor mijzelf’. De muziek ging aan, zodra zij een stukje versnelden, bleef ik mijn eigen plan volgen. Hetzelfde gebeurde wanneer zij wat vertraagden. 

IMG-20170910-WA0001

met een ‘zwembandje’ van gelletjes 😉 tijdens de start

‘Negatieve’ gedachten probeerden soms mijn hoofd binnen te dringen maar ik had van te voren besloten: ik kan dit en ik ga dit doen op de manier die Tiny mij heeft ‘ opgedragen’. Dus het feit dat dit mijn eerste 30-er op mijn schema was, dat het behoorlijk waaide en dat de gemiddelde te behalen pace hoog lag (voor mij dan, dat blijft een relatief ding), wist ik ‘zonder angst’ te aanvaarden. De laatste 10 kilometer gingen in; een versnelling naar 4.45 was nodig om de wedstrijd succesvol af te sluiten. Ik spurtte weg en begon een kleine inhaalactie. Met nog een kilometer of 8 te gaan, hield Stefan (waarmee ik Sieta in Sneek aan een PR hielp) mij een kilometertje gezelschap en uit de wind (alhoewel; die jongen is zo slank…). Zonder verval wist ik het tempo tot de finish vol te houden.

TROTS!. Dat is het woord dat beschrijft hoe ik me voel over deze grote test voor Amsterdam. Ik heb het plan juist uitgevoerd. Ik heb mijn onzekerheid weten om te zetten in al veel meer zekerheid. Ik durf steeds meer te geloven dat een tijd rond de 3.20 erin zit.

Screenshot 2017-09-10 19.23.04

Komend weekend staat in het teken van de Damloop. Het plan daarvoor zal afhankelijk zijn van mijn herstel deze week. Het weekend daarna ga ik samen met Marjolein en Joke naar Berlijn waar Joke de marathon loopt. Ik heb er ontzettend veel zin in: een mooiere voorbereiding op onze eigen hoofdstedelijke 42 kilometer is er niet voor Lein & mij; de kunst afkijken bij anderen ;-).

Daarna nog 3 weken om de ‘preps’ te perfectioneren. Nu eerst mijn stramme benen loslopen en dan verder met het ordenen van de butterflies in mijn hoofd. Er moet nog een blog geschreven worden vandaag. Wordt vervolgd.

 

 

Alles op Alles

Screenshot 2017-08-31 23.24.16Als er een truc bestond om er zeker van te zijn dat ik op 15 oktober aanstaande een PR loop tijdens de TCS Amsterdam marathon dan zou ik deze graag kennen. Uiteraard bestaan er allerlei soorten doping maar dat lijkt mij eng spul en als ik al wist wat ik dan precies zou moeten nemen dan heb ik eigenlijk geen idee hoe je eraan komt. Het is ook een lichtelijk overdreven ‘oplossing’ voor een amateur als ik. Belangrijker nog: ik heb er veel voor over om weer wat sneller te zijn tijdens mijn zesde marathon maar het moet wel allemaal ‘echt’ zijn dus als gevolg van een ouderwetse portie bloed, zweet en wellicht wat tranen (al heb ik er daarvan op dit punt van het proces liever niet te veel).

Alle ‘bijgeloofs-dingetjes’ zet ik voor de zekerheid sowieso in zolang ze niet gevaarlijk zijn. Ik drink dus braaf bietensap in de dagen voorafgaande aan voorbereidende wedstrijdjes. Dit onder het motto ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Ik slik magnesium om kramp te voorkomen en vitamine D omdat lopers daar een tekort aan schijnen te hebben. Ik probeer meer water te drinken in aanloop naar een wedstrijd zodat ik optimaal gehydrateerd ben. Dat er extra koolhydraten gestapeld worden voordat er duurlopen/races plaatsvinden is bijna overbodig om te noemen net zoals het nemen van proteïnen na trainingen zodat mijn spieren goed herstellen. Een beetje hardloper kent al deze gewoonten die tot ‘de routine’ van vele lopers behoren. Ik ‘plank’ inmiddels weer geregeld en overweeg wederom aan de ‘burpees’ te gaan. Je kan mij tegenwoordig zelfs op een redelijk fatsoenlijke warming-up betrappen.

…Maandenlang ben ik nu alweer aan het trainen. 5 keer per week loop ik met maar 1 doel: sneller zijn dan voorheen tijdens de marathon van Amsterdam. Gedurende mijn ‘Zweedse kilometers’ dacht ik veel na over hoe ik dat kan bereiken. Naast het gedisciplineerd ‘afwerken’ van een uitgebalanceerd trainings-schema hoort terugdenken aan hoogte- en dieptepunten daar absoluut bij. Ook al bieden successen uit het verleden geen garanties voor de toekomst; je kan er wel lering uit trekken.

Mijn eerste marathon liep ik ‘om hem uit te lopen’. Dat dit binnen de 4 uur lukte en dat dat best goed was, daarvan was ik me destijds (eind 2015) niet bewust. In feite liep ik maar wat. Mijn coach had wel een plan meegegeven maar ik was gewoonweg te onervaren om er echt wat mee te doen in New York. Het enige dat ik wist was: niet te hard gaan. En daar hield ik me aan. Mijn tweede marathon was 5 maanden later. Veel wijzer was ik niet maar ik had wel doorgetraind en ik durfde -zwaar beïnvloed door runbuddy Robin- alles te geven wat ik die dag in april 2016 in me had. Het was de marathon van Rotterdam dus wat kon mij -naast de onverwachte warmte- gebeuren? Ik had geen dure reis en dito hotel hoeven regelen dus ik zou wel zien waar het schip zou stranden. Bij 32 kilometer de man met de hamer tegenkomen? Niet leuk maar geen ramp: ik zou zonder veel verloren te hebben zo weer thuis zijn. Deze onbevangen opstelling resulteerde in een prachtige tijd waar ik nog altijd super trots op ben. Nog eens 5 maanden later liep ik met een slechte voorbereiding op een paar seconden na dezelfde mooie tijd. Ondanks dat ik op meer gehoopt had, wist ik dat ik te weinig had kunnen trainen om echt een verbetering te mogen verwachten. Toch ben ik in de aanloop naar deze run een beetje overmoedig geworden denk ik want in Berlijn is er iets veranderd. Ik liep er de laatste 20 kilometer met minder plezier dan in de 2 marathons ervoor…

IMG_20170904_112424_921Marathon 4 was Boston. Trouwe lezers kennen het verhaal erachter… mocht je dit gemist hebben dan kan je het hier teruglezen. Heel kort samengevat: een geweldig avontuur maar qua PR méér dan teleurstellend. Marathon 5 stond voor het eerst op deze afstand in het teken van hazen; ik hielp Sieta haar doel te verwezenlijken. Super leuk en mooi om te doen maar het geeft geen vertrouwen als het gaat om het halen van een eigen PR. Sterker nog: tijdens deze marathon (die ik op een ‘easy’ tempo liep) besefte ik dat het ECHT zwaar blijft om ruim 42 kilometer hardlopend af te leggen. Ook als je dit op een voor jou zogenaamd ‘lager tempo’ doet.

Wat ik inmiddels naar aanleiding van die 5 marathons heel duidelijk zie is dat ik op zondag 15 oktober 2017 in ieder geval één ding voor elkaar moet zien te hebben (al is moeten dus al niet een goed uitgangspunt maar ik denk dat je snapt wat ik bedoel). Ik moet met plezier aan de start staan. De druk ‘eraf houden’. Genieten van het lopen, mijn oude stadje en van het feit dat er voor het eerst meerdere familieleden en vrienden komen aanmoedigen. Ik heb een super goede haas gevonden in Erik de Jongh dus om zaken zoals ‘pace’ hoef ik mij geen zorgen te maken, die houdt hij in de gaten.

Daarnaast zijn er een paar dingen die ik óók nog zelf in de hand heb. Daar zou ik veel woorden aan vuil kunnen maken maar kort gezegd bestaat dit lijstje uit 3 dingen:

Rust nemen (meer en goed slapen), gezond eten en geen alcohol drinken. Afgelopen zondag is mijn leven in ‘monnikenstijl’ van start gegaan. Voorlopig lig ik op tijd in bed, eet ik nog bewuster en drink ik geen druppel. Uitgerust zal ik aan de start staan en misschien zelfs wat lichter, ook dat scheelt weer 😉

…Proost!IMG_20170903_141259_415

 

 

 

 

 

Arithmofobie

IMG_20170825_215108_711Zo. De vakantie zit er ook in dit deel van het land bijna op. Na drie weken Zweden met daarna een vervolg van de schoolvakantie in Nederland gaat ook voor mij het gewone leven bijna beginnen. De hele zomer schreef ik geen letter maar liep ik des te meer. Onze vakantiebestemming bleek nog fijner en leuker te zijn dan we van te voren hoopten, ook qua lopen kon ik mijn hart ophalen. Zweden maakte zelfs een beginnend trail runner van me. De heuvels, bergjes en onverharde ondergrond hebben mij voor mijn gevoel sterker gemaakt en tot mijn verbazing begin ik deze vorm van lopen echt leuk te vinden! Thuis gekomen wist ik met behulp van het schema van trainer Tiny en de loopband die ik tegenwoordig kan gebruiken mijn loopjes gevarieerd en uitdagend te houden.

Al die onbeschreven maar wel belopen weken leverden veel gedachten op. Gedachten die hier niet gedeeld werden maar die ik nu (deels) opschrijf omdat ze absoluut bij mijn hardloopverhaal horen. Als ik terug denk aan de dagen, weken, zelfs maanden vanaf Boston tot gisterenavond rond een uur of 18.30 dan werd die periode gekenmerkt door onzekerheid, weinig zelfvertrouwen en twijfels. Boston was een geweldige ervaring, mijn indrukwekkendste marathon tot nu toe maar mijn resultaat was zeer teleurstellend. Zeker na het harde trainen dat ik er -met plezier- voor gedaan heb. In mijn ‘marathon hoekje’ in ons huis hangt een prachtige foto van mijn finish daar. Het geluk straalt eraf. Daar ben ik trots op. Maar de tijd die op deze plaquette gegraveerd staat, vervult mij geenszins met trots. Mijn slechtste tijd ooit. Zelfs 8 minuten langzamer dan mijn eerste marathon (en ja; ik weet dat ik in Boston expres een tijd met mijn lief heb staan kletsen tijdens de race en dat ik er heel bewust voor koos om hem te lopen zoals ik hem liep maar toch… het zit me niet helemaal lekker).

Regelmatig schoten in de afgelopen tijd gedachten door mijn hoofd zoals: ‘ik ben slomer geworden’… of: ‘de manier waarop ik train is niet goed voor mij; ik moet vaker op hoger tempo lopen’ of: ‘Tiny heeft mijn tempo’s niet goed vastgesteld’ en ga zo maar door. Ik las voor een ongewild maar ook versterkend effect op dit gevoel geregeld artikeltjes op websites van bijvoorbeeld Runnerworld en Pro Run. Zoals ik al eens aanhaalde: er wordt zoveel over hardlopen geroepen en geschreven, er zijn zo veel verschillende theorieën; je ziet door de bomen het bos niet meer. Die arme Tiny: regelmatig vroeg ik zijn mening over deze publicaties of stelde ik vragen in de hoop van mijn onzekerheid af te komen.

Daarnaast ontdekte ik iets nieuws over mijzelf: als het om hardlopen gaat heb ik  Arithmofobie, dat betekent: angst voor getallen … Ik zal het proberen uit te leggen…

In mijn schema staat bijvoorbeeld dat ik intervals ga lopen. Tiny noteert dat dan als volgt: warm lopen, 2 * 1200 – 2 * 600 – 2 * 400 – 2 * 200, uitlopen. Hij zet er nog wat dingen bij maar ik houd het hier even eenvoudig. Voor de niet-hardlopers (die tot mijn plezier geregeld meelezen! Dank daarvoor!): dit betekent dat ik 2 keer 1200 meter loop, daarna 2 keer 600 meter etc. Bij deze opdracht horen bepaalde snelheden. Die zijn op mij toegespitst. 1200 meter ‘moet’ ik bijvoorbeeld lopen in 5 minuut 30 dat is omgerekend  een tempo van 4 minuten en 35 seconden. Oftewel: 1200 meter lang loop ik in een tempo van 4.35. Voor 600 meter geldt een tempo van 4.26 voor 400: 4.17 en voor 200 meter: 4.05

Nou weet ik niet hoe het met jullie is maar als ik dus léés dat ik 2 keer 200 meter op 4.05 moet lopen dan knapt er wat tussen mijn oren (zeker met het gegeven dat ik daarvoor dus al die andere afstanden heb gelopen). Dan denk ik: maar dat kan ik helemaal niet! Hetzelfde geldt als ik bijvoorbeeld hoor dat ik 10 kilometer lang 4.30 ga lopen. Dat kan ik best (dat is meerdere keren gebleken) maar ik word er angstig van omdat het zo moeilijk klinkt. ….Als je mij van te voren zegt: je moet 42,195 kilometer lang een tempo van 4 uur 54 lopen dan antwoord ik hoogstwaarschijnlijk dat ik dat niet volhoud. Als je niets zegt dan loop ik 2 keer deze afstand op dit tempo (Rotterdam en Berlijn) zonder dat ik er erg in heb dat ik zo hard liep (voor mij dan he?! Uiteraard zijn er lopers die veel harder gaan). 

Screenshot_20170829-193537-01En zo stond ik gisteren rond 18.30 voor het eerst sinds lange tijd weer op de baan bij GAC. Na ingelopen te hebben met 2 jongens uit de groep, trok ik mijn eigen plan. Ik kreeg de opdracht die ik hierboven beschreef (2 * 1200 – 2 * 600 – 2 * 400 – 2 * 200) Het was hartstikke warm dus ik kneep hem flink. Ik begon met de 1200-tjes, die gingen perfect. Ik liep de 600-tjes: easy! Toen de 400-tjes: mijn angst voor een pace van 4.17 verdween al gauw toen ik zag dat ik uit moest kijken dat ik niet te snel zou gaan; regelmatig schoot ik naar een tempo van 3.45 – 3.50. Zelfs de 200-tjes in 4.05 haalde ik met gemak.

Wat had ik dit nodig! Met 30 van Amsterdam Noord over 2 weken, die ik toch wel als een grote proef voor de marathon van Amsterdam zie, kon ik deze ervaring enorm goed gebruiken. Ik heb een uitdagende opdracht meegekregen van ‘de trainert’ voor die run maar ik heb nu het vertrouwen dat ik het kan. Over 10 dagen weet ik het…

 

 

‘The dark side’

Screenshot 2017-07-07 15.21.36Maanden geleden -volgens mij woonde ik nog net in Amsterdam- ging ik Klaas volgen op Strava. Via deze app kan je je sportactiviteiten vastleggen en die van anderen volgen net zoals je dat kan doen met bijvoorbeeld Runkeerper en NikePlus. Waarom ik Klaas ging volgen of hij mij weet ik niet meer. Wie er mee begon? Geen idee. Misschien was de reden dat we elkaars blog lazen? Of begon dat pas na onze ‘Strava-connectie’? Ik weet nog wel dat ik maandenlang niet door had dat hij het broertje is van die andere Boomsma: Arie. Ik schrok er een beetje van toen ik daarachter kwam; als Klaas maar niet dacht dat ik hem ‘volgde’ vanwege zijn broer! Ik checkte Klaas inmiddels met interesse. Ik vond het leuk om vanuit mijn nieuwe woonplaats zijn vorderingen in mijn oude stad te bekijken. Even wegdromen naar het Vondelpark en andere mooie hoofdstedelijke plekjes. Ik las zijn blogs met plezier. ‘Die kan wel schrijven!’ dacht ik nog, niet wetende dat hij dit voor zijn werk ook doet. Broer Arie is hartstikke aardig en enorm gespierd (ik sportte een tijdje bij zijn destijds net geopende Vondelgym) maar hij is geen hardloper. En dat is Klaas dus wel. Zelfs een heel goede met veel potentie! En daardoor vind ik als loopgek de jongere broer in tegenstelling tot de rest van vrouwelijk Nederland vele malen interessanter dan de oudere 😉

Klaas zijn blogs zijn echt goed. Ik lees graag hardloopverhalen (meestal van bloggers) maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze niet allemaal even goed geschreven zijn. Dat maakt op zich niet uit maar het is heerlijk als je dan ineens een pareltje ontdekt. Iemand die iedere keer weer wat interessants of moois weet te schrijven. Of iets herkenbaars. En dat dan op een manier die maakt dat je dagelijks wat van hem of haar zou willen lezen!

Screenshot 2017-07-07 14.25.58Twee weken geleden viel mijn oog op een post van de hardloop-blogger die ik ooit als eerste begon te volgen: Mari Durieux. Mari wees op een nieuw hardloopboek: ‘Ren voor je leven’ dat tot mijn stomme verbazing door ‘mijn’ Klaas geschreven is. Dat boek moest ik zo snel mogelijk in handen krijgen! Ik trok een sprintje naar de plaatselijke Bruna en ‘normale’ boekhandel maar beiden hadden hem niet (dit is inmiddels wel anders: een derde druk is onderweg!). Dus dan maar snel onze vrienden van bol.com inschakelen. Twee dagen later was mijn nieuwe bijbeltje binnen en bracht ik alle uurtjes die ik kon, tevreden lezend door.

Toen ik het boek bijna uit had, verscheen Klaas met broer Arie in een uitzending van Jinek. Hij moet zijn ‘kindje’ natuurlijk promoten want dat hoort er nu eenmaal bij. Ik wist wel beter: dit is zo’n bijzonder verhaal. Op zo’n openhartige manier opgeschreven. Dat boek verkoopt zichzelf. Toch was het super om hem te horen vertellen over zijn levensverhaal. Hij sprak zo gepassioneerd over hardlopen dat ik hem bijna wilde uitnodigen om onder het genot van een mooi glas Spa of een kopje thee urenlang te lullen over lopen. Heerlijk! Ik vind hem niet mislukt of zielig. Ik vind hem een loper die de sport enorm goed verwoordt en vertegenwoordigd. Eva Jinek vroeg zich na zijn ‘betoog’ zelfs af of ze dan niet toch naar ‘the dark side’ zou overstappen. Hiermee tot mijn grote vermaak niet refererend aan middelenmisbruik maar aan ons geliefde lopen.

Alle hardlopers hebben een verhaal. Soms lijkt dat met wat nuances op dat van Klaas. Zelfs ogenschijnlijk brave moeders kunnen met verslaving te kampen hebben gehad al is het dan in de vorm van ‘onschuldig’ roken en konden ze daarmee pas stoppen toen ze gingen hardlopen. Soms hebben ook zij dingen gedaan waaraan ze alleen met het schaamrood op de kaken kunnen terugdenken. Ook zij vermijden bepaalde mensen of onderwerpen graag omdat ze deze liever uit de weg gaan. Het boek trof mij diep op bladzijde 171 omdat ik hier het gevoel herkende dat ik ooit omschreef in Bloot . De halve van Amsterdam die ik daarin beschrijf blijkt mijn ‘Redemption Run’ te zijn geweest: Verslaafden laten met zo’n run aan zichzelf en anderen zien wat ze waard zijn. In mijn geval liet ik aan mijzelf zien dat ik nog steeds veel kan en waard ben ook al degradeerde ik van geslaagde ZZP’er naar ‘vrouw van en moeder van twee’.

Ik ben nog dagelijks blij met mijn keuze voor ‘the dark side’ 🙂

Bedankt voor het schrijven van je inspirerende boek Klaas Boomsma. Ik wens je alleen maar moois toe, mooi mens!

 

 

 

Ik doe het niet vaak maar bij deze: leestip: Ren voor je leven — ‘I just felt like running’

Het liefst was ik elke dag dronken. Of stoned. Onder invloed in ieder geval. Ik was dat niet altijd, want ik moest werken en anderszins functioneren of presentabel zijn. Maar het kwam wel voor dat het onder invloed zijn doorlekte in de dagdelen waarin nuchterheid vereist was. Een tijdje lang dronk ik een paar keer […]

via Ren voor je leven — ‘I just felt like running’

Haas

13227633-4519E9672699F50B1969-01Na 4 jaar van vooruitgang en PR’s lijkt 2017 vooralsnog een hardloopjaar waarin ik leer omgaan met de andere kant van de medaille. Dat dit erbij hoort en logisch is mag geen vraag zijn maar leuk is anders.

Met een dubbele kwalificatie voor Boston op zak voelde ik mij al snel ‘heel wat’ en als je dan om je heen voortdurend hoort dat je lekker bezig bent dan is een zelfverzekerde hardloopster in no time geboren. 

Boston werd in de praktijk mijn heftigste marathon tot dan toe. Natuurlijk kan ik zeggen (en dat doe ik dan ook graag ;-)) dat het mij nog meeviel: twee keer plassen tijdens de race, 5 minuten kletsen met lief bij het 30-kilometerpunt om hem te vertellen dat ik bij 8 km al de conclusie trok dat ik in 27 graden geen beste tijd ga lopen, lopend water drinken waar ik dat normaal rennend doe en high five-en met zo mogelijk alle kinderen langs de kant van de weg en dan toch nog 4.04 lopen…. Ja: zo kan je alles ‘knap’ laten klinken. Feit is: voor mij was het by far mijn slechtste tijd. En omdat je bij hardlopen met name tegen jezelf loopt, ben ik op die tijd niet trots. Wel op het feit dat ik de knop om kon zetten en heb genoten maar dat is een ander verhaal.

Een aantal weken later deed ik een poging om een scherpe 10 km neer te zetten. Wederom is het warm. Daarbij ben ik moe vanwege onderbroken nachten omdat onze zoon geopereerd is. Dus loop ik een niet indrukwekkende 45 minuten op die afstand. Verre van mijn doel. Ik ben teleurgesteld omdat ik ooit veel sneller liep en ik zelfs denk dat ik nu sneller zou moeten zijn dan ‘ooit’. Helaas: praatjes vullen geen gaatjes en ook hier geldt: geen woorden maar daden. Op papier ben ik dus niet sneller en daar moet ik het mee doen.

Ik train door en peins geregeld over hoe het nu verder moet. Ik wil sneller worden en beter presteren. Dat is nou eenmaal wat ik leuk vind. Hoe ga ik dat doen? Waarom komt, ondanks hard trainen, niet datgene eruit wat ik voor ogen heb? Kan ik echt ‘de warmte’ en ‘de omstandigehden’ de schuld geven? Ondertussen komt mijn vijfde marathon dichterbij: die van Sneek. Het belooft een bijzondere te worden want ik ga hem niet zozeer voor mijzelf lopen: ik ga Sieta proberen aan een PR te helpen. Zij wil graag eens onder de 4 uur lopen dus met goedkeuring van trainer Tiny zal ik deze marathon zodoende als lange duurloop lopen.

Afgelopen zaterdag was rond het middaguur de aftrap van een fantastisch hardloopweekend. Ik reis met Marjolein naar Sneek waar we bijzonder veel hardloopvrienden en bekenden zien. In de auto begint de voorpret al en die zetten we voort als we in ons hotel de eerste andere lopers tegenkomen. Marjolein loopt vanaf een ander startpunt de Halve marathon dus tegen de avond zeggen we elkaar gedag en reis ik met John (voor velen bekend als ‘hardlopendeboer’) naar Sneek. Daar zien we bij de plek waar we uren later zullen finishen de andere leden van ‘teamSneek’; Sieta en Stefan (dat van laatstgenoemde de instgram-naam ‘stefanloopt100km’ is, zegt denk ik genoeg).

Bij de start wordt het nog gezelliger als we kort samen zijn met mega snelle mannen Sunny en Patrick die zich op tijd uit de voeten maken om vooraan te kunnen starten. Van alle kanten zie ik lopers elkaar groeten en ook zelf zie ik nog meer bekenden. Wat een feest!

Om 19.00 klinkt het startschot. John, Stefan, Sieta en ik beginnen aan de eerste van in totaal ruim 42 kilometer. De volgende 25 minuten zijn we vooral ontspannen aan het lopen. We kletsen soms wat en genieten van ons nieuwe avontuur. Dan, bij 5 kilometer zegt John onverwacht dat hij te veel last van zijn blessure heeft. Hij loopt nog even door maar bij de eerste waterpost besluit hij -ervaren en verstandig als hij is- om uit te stappen.

Met zijn drieën vervolgen we onze weg. Sneek en omgeving blijkt best gevarieerd te zijn maar echt mooi wordt het wat mij betreft pas als we het stuk bij het Sneekermeer bereiken. Het waait behoorlijk, Stefan en ik proberen Sieta uit de wind te houden. We lopen een mooi tempo maar net wat harder dan we eigenlijk van te voren hadden afgesproken. Ik trap dus geregeld een beetje op de rem om te voorkomen dat onze sub-4 debutante later de man met de hamer tegen zal komen. Bij 21 kilometer begint Sieta misselijk te worden. We verlagen het tempo en ik bedenk mij dat ze vertelde over haar Yoga-instructrice die haar op haar ademhaling had gewezen. Vanaf dat moment probeer ik Sieta regelmatig op haar ademhaling te wijzen en dat lijkt succesvol: op die manier weet ze de misselijkheid te verdrijven. We passeren inmiddels voor de tweede keer Sieta’s ouders die het ook spannend vinden voor hun dochter. Ze juichen ons toe en blijken ons gefilmd te hebben

Het waaien houdt aan, Sieta krijgt het zwaarder en bij 36 kilometer zegt ze:’jongens ik kan eigenlijk niet meer’. 

Dit is mijn ‘cue’. Nu moet ik haar helpen: nu moet ik pas echt hazen. Vanuit mijn tenen word ik echt een beetje boos. Ik zeg dat dit ZO NIET WAAR IS! Echt niet! Natuurlijk kan ze nog wel! Wil ze dan een volgende keer weer helemaal opnieuw beginnen? Nu heeft ze al 36 kilometers achter de rug: kan ze net zo goed even doorpakken zodat ze haar droom waar maakt en sub 4 loopt. En zo roep ik alles wat er in mij opkomt om Sieta in zichzelf te laten geloven. Dat haar benen en conditie het makkelijk kunnen (haar maag moet ze maar even negeren) maar dat ze het wel zelf moet geloven. Tegelijkertijd besef ik hoe makkelijk ik praten heb. Hoe zou ik me voelen als ik 3.20, 3.15 of sneller wil lopen? VRESELIJK! Dan moet ik echt diep gaan en dat is wat deze heldin nu exact aan het doen is!! Hoewel ik mijn getergde bilspier regelmatig voel tijdens deze race, ben ik verder helemaal in mijn element. Ik geniet met volle teugen. Wat bijzonder om de marathon eens zo te beleven: zonder druk, zonder spanning. Althans: spanning voor mijzelf want Sieta en wij beleven een ware thriller: gaan we het redden of niet? 

Screenshot_20170626-121306

Zo worstelen we door tot 2 kilometer voor de finish. We zijn een geoliede machine. Stefan haalt water wanneer dat kan, ik blijf tempo lopen voor Sieta. Om en om roepen Stefan en ik dingen om haar aan het lopen te houden. 500 meter voor de finish pakt ze onze handen omdat ze duizelig is. We hebben nog 3 minuten om sub 4 te lopen. Dat zeg ik Sieta en het idee dat ze het dus gaat redden, lijkt haar te ontspannen zodat ze door kan rennen.

Ik schiet vol maar houd me in: aan een jankende haas heeft niemand wat. Maar het emotioneert me zo dat het ons gewoon gaat lukken!!

Het podium verschijnt voor ons, hand in hand rennen we erop! WE DID IT!

Sieta is super blij! Stefan is super blij. En ik? Ik ben zo mogelijk -achteraf gezien- über blij. Deze marathon heeft mij precies gegeven wat ik nodig had. Ik zie nu hoe ik verder moet en wil. De basis: het pure genieten van lopen, vond ik terug tijdens die kilometers met deze twee fijne lopers in Sneek. Bedankt Sieta en Stefan!

(Sunny maakte het volgende filmpje van onze finish:)

 

De komende tijd ga ik heerlijk doortrainen, ook tijdens mijn vakantie. Vanaf dan bouw ik langzaam weer op. Naar mijn volgende doel: sterker dan ooit aan de start staan van de marathon van Amsterdam.

 

p.s.: bedankt Marjolein, Sieta, Stefan, John, Ans, Hans, Sunny en Patrick voor een mega gezellig weekend!

 

#fitgirl #fitboy #fitmom

IMG_20170611_125529_959Hoe je het ook wendt of keert; na vier en een half jaar hardlopen, moet ik concluderen dat ook de hardloopwereld bestaat uit subculturen. We zijn meestal en op de eerste plaats ‘one big happy running family’ maar net zoals vroeger op school vormen zich (on)gewild toch ‘groepjes’.

Op school waren er bijvoorbeeld de punkers, kakkers, alto’s, nerds en ‘populairen’. Bij lopers zie ik andere groepjes. ‘In real life’ maar vooral op de sociale media die vaak deel uitmaken van het leven van veel actieve hardlopers.

Ik vind het leuk om mijn hardloopactiviteiten en avonturen met anderen te delen. Dat is inmiddels eigenlijk vooral omdat het mij op de een of andere manier extra stimuleert om te blijven lopen. Niet voor niets schrijf ik dit blog. De afgelopen maanden ben ik ook actiever op Instagram. Voor wie het niet kent: dat is een soort Twitter in beelden. Of een compactere vorm van Facebook. Ik deel er vrijwel uitsluitend hardloopfoto’s zodat ik een soort online dagboek heb waarop ik terug kan kijken naar de reis die ik lopend afleg. De interactie met andere lopers op Instagram vind ik speciaal: ik leer er soms mensen kennen waarmee ik uiteindelijk ook echt ga lopen (of waarmee ik zelfs vrienden ben geworden). Veel mensen die mij ‘volgen’, volg ik terug zodat we elkaars ontwikkeling, vorderingen, tips en plannen kunnen meebeleven…

Maargoed; terug naar die groepen. Door Instagram werd voor mij nog duidelijker dat er een onderverdeling te maken is in de ‘instagrammende hardlopers’ (of hardlopende instagrammers).

Zo heb je de Fit Girls. Naar mijn idee zouden dit fitte meisjes moeten zijn (en gelukkig zijn de meeste van hen dit ook) maar verbazingwekkend genoeg zie ik ook dames die de leeftijd waarop je ze met goed fatsoen een meisje kon noemen al lang gepasseerd zijn (of het moment waarop ze fit waren) die zichzelf met droge ogen ‘hashtaggen’ met #Fitgirl. In het echte leven valt mij op dat ‘Fit Girls’ graag in groepen deelnemen aan evenementen die vaak uitsluitend voor vrouwen zijn. Ook lijken ze het prettig te vinden om bepaalde ‘Über – fitgirls’ in grote getale aan te hangen en foto’s van hun maaltijden, shakes en (healthy!) snacks te delen. Ik merk dat wat ik nu schrijf een beetje negatief klinkt. Zo bedoel ik het niet: ik denk alleen dat de ‘fit girl’ wat verder van mij af staat,… waarschijnlijk omdat ik al een tijdje een woman ben ha ha!

Een andere groep bestaat uit de Pro’s. De Topsporters zoals je wilt. Zij vallen op door zwijgzaamheid. Ze ‘liken’ niks en reageren zelden ergens op (al zijn er uitzonderingen zoals Abdi Nageeye). Dat wordt ze door fans zoals ik vergeven: zij moeten AL hun tijd en energie in de sport steken. Wij trouwe volgelingen snappen dat volledig! 😉  In het echte leven zie ik ze (als het meezit) in het startvak voor me 😉 of anders 2 vakken…. Sociale media horen er -marketing technisch gezien- vast bij voor deze lopers maar doet ze denk ik niet veel. En gelijk hebben ze!

Een groep waarvoor ik echt moest nadenken over de naam: The Celebs. Dit zijn lopers die veel volgers willen maar vrijwel niemand terug volgen. Ik weet niet wat hierachter zit maar ik denk dat deze mensen een beetje narcistisch zijn? Inmiddels ben ik erachter dat zij vaak ‘groomen’: ze volgen mensen of reageren tijdelijk heel intensief op foto’s maar zodra ‘het target’ ze terug volgt, ontvolgen zij ‘het slachtoffer’ snel. Hoe sneu. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe ‘the celeb’ zich in het echte leven manifesteert… ik vermoed op eenzelfde manier: hij of zij doet erg vriendelijk maar in hoeverre dit oprecht is….?

Het goede nieuws is dat de grootste groep volgens mij gevormd wordt door de ‘Happy Hardloper’. Dit is de ongecompliceerde hardloper die geniet van zijn/haar sport en die je ‘de pis niet lauw maakt’. Deze loper reageert veelal positief op andermans prestaties, doelen en plannen en is verder niet zo erg bezig met wat er allemaal gebeurt in ‘Instagramland’. Als de foto’s maar mooi zijn, en de prestaties navenant dan is het goed. En dit geldt eigenlijk ook voor het echte leven.

Last but not least de groep waar ik (onder andere) toe behoor. De sportende moeders oftewel: de #FitMoms. Een super suffe naam maar het is niet anders. Het blog dat je nu leest, is ontstaan doordat onze zoon geopereerd werd. Anderhalve week moest hij thuis herstellen. Dat was voor hem absoluut niet fijn. Maar voor mij was het soms ook een behoorlijk geregel. Bijvoorbeeld qua hardlopen. Hoe train je door als je voor je kind wilt zorgen? Ik bedacht me dat de #fitmom het soms best zwaar heeft. Natuurlijk kiezen we er zelf voor om voor een marathon of iets dergelijks te trainen maargoed: de #runningdad en vaak kinderloze #fitgirls, #fitboys en #pro’s hebben niet te kampen met dit soort (luxe) problemen terwijl zij voor dezelfde hobby kozen. Lopen terwijl je s’nachts 4 keer wakker gemaakt werd. Aan een wedstrijd meedoen terwijl je anderhalve week lang iedere nacht meerdere keren wakker gemaakt wordt… ‘moeten’ trainen terwijl je kind ziek op de bank ligt en je geen oppas of runningdad ‘bij de hand hebt’ om het even over te nemen (diep respect dus voor single ouders!)…

IMG-20170605-WA0022-01

met haas robert tijdens een mislukte pr poging op de 10 km in IJsselstein

Ik zou voor geen goud zonder mijn kinderen willen maar ik wil alle #FitMoms bij deze even een veer in hun bips steken. Knap wat wij doen ;-)! Vaak met een (drukke) baan, kinderen en zorgtaken ook nog trainen voor onze sport! (Al weten wij zelf dan ook wel weer dat we het juist doen omdat lopen soms het beste medicijn is tegen ALLES 😉 ) En een voordeel:  als je dan weer eens een mooie prestatie neerzet ondanks de situatie waarin je moest trainen, dan voelt het als ‘extra goed’!

p.s.: dit geldt uiteraard ook voor #runningdads die naast hun werk en overige verantwoordelijkheden thuis mee-zorgen voor de kinderen of die volledig zorg dragen voor ze. Helaas is dit een zeer zeldzaam type loper. Haast net zo zeldzaam als ‘in het gewone leven 😉 .