Podcasts

Screenshot_20180218-172425Mijn schouders verkrampten al binnen het eerste half uur. Voor een zondagse lange duurloop op rustig tempo liep ik niet bepaald ontspannen. Mijn maag voelde wat weeïg. Dat zou kunnen komen doordat ik moest aanhoren hoe 3 menselijke lichamen en dat van een hond uit elkaar gehaald werden in een badkuip ergens in de V.S.

Hoe het zo kwam dat ik al lopend luisterde naar een heftige moordzaak? Na jaren van hardlopen op muziek afgewisseld met lopen ‘puur natuur’ (zonder ‘herrie’ dus) was ik toe aan iets nieuws. Mijn Spotify muziek-lijstjes zijn hartstikke fijn. Er is genoeg variatie om uit te kiezen om zo mijn verschillende trainingen met muziek te ondersteunen. ‘Het koffiehuis’ voor zondagse lange tochten, De Nederlandse top 40 als ik tijdens een herstelloopje eens een nieuw hitje wil horen of mijn eigen lijstjes zoals Lekkere hardloopliedjes en Marathon Amsterdam die ik meestal maak voor een specifiek doel.

Toch kreeg ik behoefte aan wat anders. Vooral tijdens de zondagse sessies die inmiddels al weer behoorlijk lang beginnen te worden. Als je 2 tot 3 uur op pad bent kan je dat op vele manieren doen. Bij mooi weer kan ik mij prima vermaken met alles wat er ‘is’. De bomen, de zon, wandelaars, vogels, koeien. De natuur in het algemeen… Ik heb dan niet perse iets nodig om de tijd mee te doden. Als de weergoden zorgen voor sombere taferelen, vind ik wat afleiding wel fijn. Meestal begin ik zonder iets. Dan ben ik in gedachten verzonken en denk ik na over blogs zoals deze. Op een gegeven moment heb ik genoeg van mijn gedachten en zoek ik op de tast mijn telefoon (oordopjes zitten eigenlijk standaard al in mijn oren, dat scheelt weer wat gepruts). De muziek gaat aan en ik stamp zo mijn kilometers weg totdat mijn missie voor die dag klaar is.

Screenshot_20180218-172309Soms begint de muziek mij te irriteren. Een nummer past niet bij wat ik aan het doen ben of ik wil een ander ‘genre’ en het is zo’n gedoe om dat al hardlopend te regelen. Dan moet ik stoppen terwijl ik dat liever niet wil. Dan de muziek maar uitzetten dus…. wat eigenlijk ook niet helemaal is wat ik wil.

Sinds kort heb ik dus iets ‘nieuws’ ontdekt. Al is het helemaal niet nieuw. Ik luister tegenwoordig graag naar podcasts! Podcasts zijn echt top! Het goede is dat je namelijk iets te luisteren hebt èn dat je er ook nog iets van opsteekt. Ik begon met de podcast van HRDLPN maar haakte al snel af door de korte duur van de ‘uitzendingen’ (een paar minuutjes) en de slechte kwaliteit van de opnames. Op de loopband zijn ze ronduit onverstaanbaar maar ook tijdens gewone loopjes is amper duidelijk wat er gezegd wordt ook omdat de verteller vaak aan het lopen of fietsen is tijdens de opnames. Jammer want de verhalen zijn inhoudelijk best vermakelijk. Gelukkig ontdekte ik al gauw Looppraat. Deze podcast is gloedje nieuw en bestaat -helaas!- pas uit 1 aflevering maar wat is hij leuk! Ik had tijdens het luisteren echt het gevoel dat ik met 2 vrienden aan het lopen was en dat we gezellig over ons lievelingsonderwerp aan het praten waren. De makers (Anton-Jan Thijssen en Tim Baks) zijn zelf ook dol op podcasts en ‘show notes’ dus zo vind je weer nieuwe tips voor tijdens het lopen. En…het geluid is perfect! Toen hun eerste aflevering afgelopen was, heb ik verwoed gezocht of er niet heel toevallig al een tweede uitzending was gepost maar helaas…. ik hoop echt dat ze er snel veel meer zullen maken!

Inmiddels heb ik de ‘Podcast Addict’ app geinstalleerd op mijn telefoon (een soort bibliotheek voor podcasts) en hoewel het soms nog zoeken is: ik heb ook al veel plezier gehad met het luisteren naar The Runner’s World show. Gisteren luisterde ik nogal geëmotioneerd naar een gesprek met Roberta “Bobbi” Gibb die vertelde over haar baanbrekende deelname aan de Boston marathon in 1966 toen het voor vrouwen verboden was om mee te doen. Gelukkig scheen de zon en had ik mijn zonnebril op want anders had een jankende hardloopster waarschijnlijk wat vragen opgeroepen bij passerende wandelaars 😉

Screenshot_20180218-171833-01Wat mij minder is bevallen? Het leek mij wel ‘leuk’ om naar wat ‘true crime’ te luisteren. Ik had ergens gelezen dat ‘Serial’ een fantastische en zeer populaire podcast is over waargebeurde delicten… Zo kwam het dus dat ik gisteren tijdens het eerste deel van mijn lange duurloop zo gespannen liep. Ook al was het overdag… Als ik door de bossen loop en tot in detail hoor hoe een seriemoordenaar zijn slachtoffers in stukken hakt, werkt dat niet erg bevordelijk op mijn ademhaling….

Zo meteen ga ik dus maar lopen met in mijn oren NPO radio 1: luisteren naar de Olympische Spelen blijkt een stuk beter voor mij te werken als inspiratiebron om straks in Kopenhagen weer wat sneller te lopen! De komende tijd hoop ik nog meer mooie podcasts te ontdekken en die hoeven zeker niet alleen maar over hardlopen te gaan dus als je nog een tip voor mij hebt? Graag!

 

 

 

Waarom je een wedstrijd bijna altijd ‘makkelijk’ loopt

Screenshot_20180211-153906-01Mensen lopen hard met verschillende redenen en doelen. Die kunnen door de tijd heen uiteraard ‘verschuiven’. Twee en een half jaar lang liep ik -niet zonder reden- maar wel doelloos rondjes van 5 tot maximaal 16 kilometer. En de ’10km-of-meer-loopjes’ waren dan echt een grote uitzondering.

Sinds twee en een half jaar train ik ‘serieus’. Hoewel er regelmatig gelachen wordt en ik graag met anderen op pad ga is het vrijblijvende ‘ik doe maar wat’-verhaal niet langer van toepassing.

Ik volg mijn schema’s nauwgezet en sla eigenlijk zelden een training over. Vroeger (zonder trainers en schema’s) liep ik op afstand, tegenwoordig op tijd. Ik loop nu dus niet 21 kilometer maar bijvoorbeeld 120 minuten op een bepaald tempo. En hoewel ik eerst bij een andere trainer liep die mij anders trainde, is 1 ding hetzelfde gebleven: de variatie in ‘loopjes’. Die variatie kent dan ook wel weer een soort voorspelbaarheid want ik kan ter plekke, zonder mijn schema’s te bekijken, vertellen hoe mijn loopweken er uitzien.

Zo’n anderhalve week geleden stond er op vrijdag een experiment op het programma. Na even warm lopen, moest ik  ‘op een bepaald tempo’ 5 minuten heen lopen op een zo recht mogelijke weg. Dat op zich was al even zoeken in ons dorp dat ineens uit enorme hoeveelheden kronkelwegen leek te bestaan. Na 5 minuten moest ik omkeren en hetzelfde stuk terug lopen in 4 minuten. ‘Een bepaald tempo’ zorgde aanvankelijk voor wat vraagtekens bij mij maar eenmaal aan het lopen, kwam al snel het besef dat ik zou moeten leren inschatten hoe ik dezelfde afstand in minder tijd terug zou kunnen afleggen. Dat je op de ‘heenweg’ niet te hard moet gaan merkte ik vooral toen ik dezelfde opdracht moest uitvoeren bij 4 minuten heen, 3 terug en zo verder naar 3 heen en 2 terug tot uiteindelijk 2 heen en 1 terug. Hoe korter de tijd ‘heen’ werd, hoe meer moeite ik kreeg om in de nog kortere tijd de terugweg af te leggen. Ik moest mezelf echt pushen en zelfs toen haalde ik het niet om in 1 minuut de afstand terug te rennen die ik in 2 minuten (naar mijn idee redelijk rustig) heen had overbrugd. Kan je me nog volgen? Hoe dan ook; ik leerde wederom dat de juiste snelheid voelen en leren inschatten een kunst is.Screenshot_20180208-173451-01

Dat bleek ook tijdens de Midwinter marathon die ik onlangs liep. Omdat de Kopenhagen marathon pas in mei plaatsvindt, zou ik deze 25-kilometer wedstrijd niet gebruiken als ‘proef’. Het zou gewoon een lange duurloop worden maar wel wat sneller dan normaal. “Loop de eerste 15 kilometer maar op 5 minuten per kilometer en de laatste 10 km op 4.45 per kilometer” Zei Tiny. Dus zo geschiedde. Dat ik de eerste kilometers harder liep dan de bedoeling was, vond ik niet zo heel gek. Dat gebeurt mij eigenlijk bij alle races in de beginfase. Maar dat het zo makkelijk voelde en dat ik het gevoel had dat ik keurig het gewenste tempo liep, blijf ik zo’n raar fenomeen vinden! Ook na veel meer kilometers, toen mijn GPS in het bos moeite kreeg het juiste tempo weer te geven en ik dus op mijn eigen tempogevoel moest vertrouwen, bleek naderhand dat ik vaak te snel liep. Toch voelde het allemaal heerlijk. Ik kwam onderweg soms een bekende tegen en maakte dan een praatje dat mij totaal geen inspanning kostte! En dat bij een tempo waarvoor ik ‘thuis’ mijn ademhaling onder controle moet houden en een parcours dat hier en daar behoorlijk wat ‘klim’ kent. Van andere lopers hoor ik eigenlijk zonder uitzondering dezelfde ervaring; lopen op een ‘onaangenaam tempo’ tijdens een wedstrijd voelt ‘ineens’ heel prima. Hoe kan dit?

Screenshot_20180211-154038-01Dat ik in Amsterdam meer dan 42 kilometer een tempo van 4.50/kilometer volhield is ook zo’n ‘wonder’. Eergisteren hield ik tijdens mijn duurloop met moeite een tempo van 5.45 vast terwijl ik maar 22 kilometer heb afgelegd.

Natuurlijk zijn er voor de hand liggende redenen zoals ‘de vorm van de dag’ die heel veel zaken tegelijk behelst (eergisteren had ik tijdens mijn zondagse duurloop bijvoorbeeld vermoeide benen door een hills training die ik te kort op de duurloop gepland had). Ik kan me ook nog voorstellen dat je voor een wedstrijd extra aandacht besteedt aan voeding en rust. Dat doe ik namelijk meestal wel maar bij de Midwinter marathon had ik niks bijzonders gedaan op dat gebied en toch ging alles zo enorm makkelijk. Het verschil moet hem dus zitten in iets dat er tijdens reguliere loopjes ‘thuis’ niet is.

Zonder wetenschappelijk onderzoek maar wel na goed nadenken, kom ik tot de volgende simpele conclusie: De reden dat lopen tijdens wedstrijden vaak zoveel makkelijker voelt en dat er daardoor ook vaker PR’s gelopen worden, zit in de aanwezigheid van publiek en ‘concurrerende’ lopers. Hierdoor wordt je focus anders vermoed ik. Het krijgen van een medaille en het feit dat er naderhand een overzicht is waarop staat hoe je het hebt gedaan ten opzichte van anderen helpt wellicht ook mee. Eén van die drie of een combinatie ervan moet de oorzaak zijn.Screenshot_20180208-173317

Ik kan niets anders bedenken maar ik roep eenieder die hier goede ideeën over heeft, er een studie naar heeft gedaan of die keihard bewijs kan overleggen 😉 op dit met mij te delen zodat ik een volgende keer niet wéér mijn hoofd blijf breken over dit vraagstuk.

 

\

 

Lopen als religie

Screenshot_20180207-190941-01Het gebeurt niet vaak, niet eens wekelijks of zelfs maandelijks maar soms overkomt het mij toch. Dan ren ik ergens door het bos of over de hei, maar ook op asfalt kan het zo maar gebeuren. De zon in mijn gezicht, een frisse wind of tijdens een regenbui… het maakt allemaal niet uit.

Plotseling overvalt mij een bijna niet te beschrijven, intens gelukkig gevoel. Hoewel helemaal alleen begin ik te lachen. Meestal ingetogen: een grote glimlach op mijn gezicht. Als vanzelf versnel ik mijn pas, endorfines stromen door mijn aderen. Surfers zouden dit gevoel omschrijven met het prachtige woord ‘everglow’, hardlopers noemen het -ook niet verkeerd- een ‘runners high’. Dit gevoel is minstens zo fijn als heel veel dingen in het leven die een stuk minder gezond zijn. Het laat je de zonnige kant van alles zien, je wordt er een soort van lyrisch van. Gecombineerd met de juiste muziek lijkt niets meer onmogelijk en waan je je een super mens of krijg je een top idee.

Screenshot_20180205-105857-01-01

Ik betrapte mijzelf er onlangs tijdens zo’n zeldzaam moment op dat ik bijna in staat was om bij wildvreemden aan te bellen om ze ervan te overtuigen een stukje met mij mee te rennen om zo dit fantastische gevoel met ze te kunnen delen. Het schoot -echt waar- even door mijn hoofd! Zal ik?… Toen ik dit stuk voorlas aan mijn ‘ghost reader’ zei hij dat hij dit nogal ongeloofwaardig vindt: “dat gelooft niemand dat je wilde gaan aanbellen?!” En toch is het zo. Het gevoel dat ik op die momenten krijg maakt mij zo gelukkig en enthousiast dat ik blijkbaar (bijna) in staat ben om iets te doen dat zelfs mijn eigen man ongeloofwaardig vindt.

Er zijn mensen die een bepaald geloof aanhangen die dit werkelijk doen: van deur tot deur verkondigen ze het woord van hun God. In veel opzichten zou je hardlopen kunnen vergelijken met zo’n geloof. Omdat ik niemand wat wil opdringen, doe ik het niet. Maar heel eerlijk? Tussen ons gezegd en gezwegen? In mijn hoofd biedt hardlopen voor vrijwel  alles de oplossing. Net zoals bij ‘gelovigen’ hun bijbel/God voor alles soelaas biedt.

Zit iemand in een dip? ‘Ga een eindje lopen!’ denk ik meteen. Te zwaar of op zijn minst niet lekker in je vel? Lopen lost het op! Vragen die onbeantwoord blijven? Iets onder de leden maar niet echt ziek? Stoppen met roken? Relatiecrisis? Gedoe met de kinderen? Je verkering doet moeilijk? Je raadt het al… In mijn hoofd wordt alles een stuk beter als men zijn gympies (of liever goede hardloopschoenen) aantrekt en een stukje gaat lopen. Wij lopers hebben zelfs onze heilige boeken, bijbels zoals je wilt. ‘Meb for mortals’, ‘Born to run’ en ‘waar ik aan denk als ik aan hardlopen denk’ beantwoorden veel van de prangende vragen waarmee wij hardlopers worstelen.

Maar net zoals bij echte geloven vind ik dat iedereen zelf moet ontdekken wat bij hem of haar past. En wat gelukkig maakt. Dus houd ik mijn mond.

Kon ik iedereen maar laten voelen wat ik voel. Kon ik ze maar heel even laten ervaren hoeveel lichter het leven wordt door lopen. (ok ok; het vraagt wat geduld en ook tijd, bijna niemand vindt het meteen fantastisch… je moet even ‘opbouwen’ maar dan…. krijg je ontzettend veel terug voor deze ‘investering’).

Misschien durf ik het ooit en zet ik in een bijzonder geval mijn hardloopschoen tussen de deur bij iemand die het kan gebruiken… 

Screenshot_20180207-190843-01

 

 

 

Op naar de top (100) met deze grote voorbeelden!

20x30-AMDA4719

richting plaats 128

Voor restauranteigenaren is er de Michelin Gids en rijke mensen worden jaarlijks opgesomd in de Quote 500. Voor marathonlopers is er echter maar één lijstje dat er toe doet ;-): De Runner’s World Marathon ranglijst die ieder jaar gepubliceerd wordt in het februari nummer van het blad. Alleen mannen die de 42,195 kilometer binnen de 3 uur weten te lopen en vrouwen die de afstand in 4 uur of korter afleggen, worden in de ranglijst opgenomen. Dit jaar waren dat in totaal 1801 Nederlandse lopers. Ik weet niet hoeveel marathonlopers er in 2017 waren maar in 2016 waren het er volgens Wikipedia ongeveer 35.000. Dan is het bijzonder om 1 van die 1801 snelsten te zijn. (voor de volledigheid: Belgen worden ook vernoemd maar in een ‘eigen’ lijst)   

In 2016 zag ik mijzelf bij toeval in het overzicht van 2015. Ik had mijn eerste marathon gelopen in november van dat jaar en wist niet van het bestaan van deze erelijst (sterker nog ik kende ‘Runner’s World’ amper, iets dat ik mij nu niet meer kan voorstellen). Mijn verbazing was dan ook groot toen ik mijn eigen naam ergens aan het einde van het overzicht ineens zag.

Het jaar erop kon ik eerlijk gezegd niet wachten tot het weer februari was, zo benieuwd was ik. Ik bleek op plaats 163 te zijn geëindigd ! Ik was zo trots als maar kan. Deze plek had ik te danken aan de 3.27.23 die ik tijdens de marathon van Rotterdam liep (en een paar maanden later op 5 seconden na precies dezelfde tijd in Berlijn). Het harde trainen was beloond!

20180129_102228Ook dit jaar keek ik uit naar de ‘Februari-Runner’s World’. Met een tijd van 3.24.26 tijdens de marathon van Amsterdam moest ik toch weer een beetje geklommen zijn? Vol verwachting scheurde ik het plastic van mijn tijdschrift. Ik bleek maar liefst 35 plaatsen opgeschoven te zijn naar nummer 128 van Nederland! Als je wat sneller wordt, maken minuten of zelfs seconden veel uit voor je positie in de lijst.

 

Een aantal heel snelle lopers die in mijn lievelingsranglijst staan ken ik. De één wat beter dan de ander, maar toch. Zij zijn één van mijn grootste inspiratiebronnen. Het zijn mannen en vrouwen met heel normale levens. Vaak hebben ze gewoon een baan, een gezin of zelfs beide. Ze trainen in de schaarse uurtjes die ze overhouden maar weten dit op een manier te doen waardoor ze geweldig presteren tijdens dat ene moment waarop ze hun kans moeten grijpen. Sommigen hebben 2 of 3 kansen omdat ze meerdere marathons per jaar lopen (waarbij de meesten het er toch bij maximaal 2 houden) maar dat blijft weinig.

Het zijn vaak bescheiden mensen. Type ‘niet lullen maar lopen’. Ze zijn wel te vinden op sociale media maar in beperkte mate. Soms wordt er eens een fotootje gedeeld of een blogje geschreven maar het zijn niet de lopers met een hele schare fans op Instagram of Facebook. Dat verbaast mij enorm: deze mensen belichamen het hardlopen! Ze zijn voorbeelden voor mij! Hoe trainen ze? Wat doen of laten ze? Ik zou het graag allemaal weten (ik probeer ze dan ook te observeren via Strava of live als ik de kans krijg om met ze te lopen).

20180125_111320-01Hoewel ik denk dat ze er niet perse op zitten te wachten, zet ik ze hier graag in de ‘spot lights’. Dit zijn de mannen en vrouwen die je wat mij betreft in de gaten moet houden. Ze zetten ongekende prestaties neer terwijl ze niet de luxe hebben zich totaal op hun sport te kunnen richten zoals veel topsporters dat wel kunnen. Het moge duidelijk zijn dat ik in iedereen die sneller was dan 3 uur 24 en 26 seconden een voorbeeld zie (en lopers die langzamer waren ook maar om andere redenen) maar deze mensen noem ik omdat ik ze ken en heel bijzonder vind:

Joke Pollet. Nummer 42 van België (en nummer 52 van NL als ze Nederlandse was). Joke is 42, getrouwd en moeder van 2 kinderen. En ze is mijn snelste vriendin. Ik bewonder haar vermogen om diep te gaan tijdens trainingen. Ik weet dat ik haar tijden nooit zal lopen maar alleen al het idee dat ik misschien een beetje in de buurt kan komen, is enorm stimulerend. 3.13.14 was haar snelste tijd in 2017 maar ze liep al eens 3.11.29 en ik weet zeker dat haar limiet nog niet bereikt is.

Christiaan Franken. Nummer 17 van de Nederlandse mannen. Chris is vader van 2 kinderen, getrouwd en werkt full time. Ik liep in dezelfde marathongroep als hij bij Phanos in Amsterdam. Christiaan was toen al snel maar maar hij heeft mij sinds de marathon van Rotterdam alleen maar doen verbazen. We liepen ‘samen’ de marathon van Boston. Daar waar ik zo’n beetje dood ging en mijn slechtste tijd ooit liep, deed hij er slechts 2.43.35 over om het zware parcours af te leggen in de hitte. Daarna deed hij er nog een schepje bovenop: 2.32.42 in Berlijn bracht hem naar de nummer 17 notering in Runner’s World.

Sunny Schippers (nummer 123), Patrick de Man (nummer 283), Erik de Jongh (nummer 315) en Arjan Kroder (nummer 262) vormen geen Boy Band maar wel een indrukwekkend loopgroepje. Ze lopen in verschillende samenstellingen indrukwekkend snelle trainingen die ik met stijgende bewondering terug zie op strava. Hun ‘warmlooptempo’ is mijn snelste tempo. Ik ben meer dan benieuwd wat deze mannen in 2018 laten zien!

Nesrine Leene. Nummer 9 bij de vrouwen. Deze getrouwde, werkende moeder van 2 kinderen lijkt bovenmenselijke prestaties neer te zetten. Met 2.54.58 geeft ze menig man het nakijken. Ook haar trainingen bekijk ik altijd met wat extra aandacht. Niet dat ik ze na wil doen want nuchter een halve marathon lopen voordat ik aan de slag moet… daar ben ik echt te veel een watje voor 😉

Krista Bruns. Nummer 40 bij de vrouwen. Deze hardwerkende dame loopt de sterren van de hemel en omdat ze nog hartstkke jong is verwacht ik dat het beste nog moet komen. Krista is een bijter die de lat hoog legt. Net zoals ik liep ze niet op haar best in Boston, volgens mij volgde er nog een marathon waar ze niet tevreden over was dus nam ze revanche in Spijkenisse en knalde in 3.10.06 naar haar nieuwe plaats in de ranglijst.

en last but not least Sameena van der Mijden. Nummer 38 bij de vrouwen. Sameena werkt (en volgens mij volgt ze ook nog een opleiding!) en heeft een heel bijzonder levensverhaal (dat lees je hier) Dat zij heel heftige dingen heeft moeten meemaken zorgt er wellicht voor dat ze -ogenschijnlijk?- met het grootste gemak op enorm tempo kan lopen; diep gaan raakt haar denk ik minder dan watjes zoals ik. Een echt natuurtalent dat haar grens nog lang niet bereikt heeft.

IMG_20180128_172143_258Mijn doel voor 2018 is de top 100 te bereiken en dus qua prestatie iets dichter bij de mensen te komen die mij inspireren. Tijdens de marathon van Kopenhagen in mei heb ik een eerste kans om 3.20 te lopen (want daarmee moet het lukken denk ik) Mocht het nou mis gaan dan waag ik een tweede poging in oktober tijdens de marathon van Chicago (al acht ik mijn kansen daar niet zo groot omdat het een onvoorspelbare plaats is qua weer).

Ik ga ervoor!

 

 

Segmentjes

IMG_20180119_174625_875Eén van de redenen waardoor ik hardlopen in het verleden vreselijk vond, was het gebrek aan competitie. Daar waar ik gewend was dat er gescoord moet worden (ik deed lange tijd aan tennis) bleek er bij mijn nieuwe sport niets te halen. Bij mijn eerste looppogingen ging van alles mis maar het belangrijkste was denk ik dat ik vrijwel de hele tijd dacht: waarom doe ik dit? Ik vind het saai want er is geen doel. 

Als je wat langer loopt blijkt het tegendeel waar. Saai vind ik lopen al lang niet meer. Ik kan uitkijken naar een bepaalde route, een lastige training of een wedstrijd waarbij er logischerwijs zo veel competitie is als je maar wilt.

Dat laatste zeg ik heel bewust zo want voor mij geldt inmiddels een dubbele moraal als het op lopen aankomt. Aan de ene kant ben ik met name in competitie met mijzelf. Ik stel iedere keer weer doelen zoals bijvoorbeeld een baantraining die wat sneller gaat dan daarvoor of grotere, algemenere doelen zoals tijden die ik wil halen tijdens een bepaalde afstand (in mijn geval focus ik eigenlijk alleen op de marathon. Andere afstanden staan in dienst van de 42 km). Als een doel niet bereikt wordt, is de teleurstelling puur op mijzelf gericht. Dat een andere loper zijn of haar doel wel bereikt, maakt mij dan ook niets uit: ik ben oprecht blij als anderen weer een stap vooruit hebben kunnen zetten. 

Maar -zoals zo vaak- zit er een andere kant aan dit verhaal. Ik kan er namelijk op gezette tijden genoegen in scheppen om andere lopers ‘in te halen’. Dat is vooral tijdens wedstrijden. Die ‘wil’ is denk ik ook nodig als je jezelf wilt pushen naar grotere hoogten. Er is zelfs een term voor waarvan ik niet meer weet of ik die ooit eens gehoord heb of dat ik hem zelf heb bedacht: vissen. Bij vissen ‘hengel’ je tijdens een wedstrijd telkens een loper binnen die voor je loopt. Daardoor blijf je (als het lukt) voortdurend inhalen. Hoe dan ook: niets menselijks is mij vreemd ook niet als het om een lekker potje competativiteit gaat!

Tot zover het ‘pure lopen’… Vroeg of laat gaan vele hardlopers hardloop-apps gebruiken. Zo ook ik. Via ‘Nike Plus’ en ‘Runkeeper’ ben ik inmiddels aanbeland bij ‘Strava’. Eén van de onderdelen van deze sport-app (want je kan er ook mee wielrennen, zwemmen, skiën en ga maar door) zijn de zogenaamde ‘segmenten’. Een segment duidt een bepaalde route aan waarover hardlopers kunnen strijden om de snelste tijd. Ze kunnen door alle gebruikers gemaakt en gelopen worden (bron:Runnersworld). Als je de snelste blijkt te zijn op een bepaald stukje, verdien je een kroontje maar ook als je een pr loopt, krijg je dat te zien.

Ik ben tijdens mijn runs nooit bezig met die segmenten omdat ik braaf mijn schema afwerk. Als mijn trainer voor een bepaalde dag een langzame duurloop heeft ingepland, zou ik deze verpesten door de hele tijd mijn lage tempo te onderbreken voor spintjes omdat ik ‘over een segmentje loop’. Ik heb wel meegemaakt dat ik met iemand liep die ineens riep dat er een segment aankwam dus dat we even keihard moesten lopen. Op zich wel grappig maar het heeft mij dus niet zo gegrepen. Tijdens trainingen waarbij ik een hoog tempo mag lopen, scoor ik wel eens een kroontje of een PR maar ik weet vaak niet eens waar zo’n segment is dus het gaat eigenlijk per ongeluk.

Waarom dit blog? Omdat mijn loopvriendin Joke -die tot de top van de Nederlandse en Belgische marathonloopsters hoort en dus hartstikke snel is- mij van het weekend dit screen-shotje stuurde:

Screenshot_20180122-102825

Ze feliciteerde mij met dit mooie overzichtje. Ik sta boven Michiel, Niels, Joke en Alex. Knap hoor! Ware het niet dat ik Joke en haar mannen allemaal in meer of mindere mate ken en ik met grote zekerheid kan stellen dat ik de langzaamste loper ben in dit rijtje.

Wat ik jammer vind van dat hele segmenten-verhaal is dat het geen rekening houdt met de afstand die de loper loopt. Je kan (als je een heel treurig iemand bent) een segmentje uitzoeken, er met de auto heenrijden, het segment zo snel als je kan afwerken en hopla: kroontje in the pocket! Maar je kan ook bezig zijn met een 10-kilometerloopje of lange duurloop en -zonder het te weten- een segment lopen.

Ik ben heel benieuwd of mijn visie hierop klopt en als dat dan zo is, waarom vinden veel lopers dit Strava onderdeel dan zo leuk? … want eigenlijk is het appels met peren vergelijken, toch?

IMG_20180121_173059_869

 

Naar de basis

_ND29035-Edit

foto: Andy Astfalck

Aan ideeën geen gebrek. Ieder loopje, lang of kort brengt mij verhalen. Toch heb ik sinds de marathon van Amsterdam niets meer geschreven. Je hoort wel eens over een ‘writers block’. Ik wilde nu eigenlijk gaan zeggen dat ik daar dus geen last van heb want inspiratie had ik al die tijd zoals gezegd meer dan genoeg. Maar toen ik net opzocht wat een ‘writers block’ eigenlijk inhoudt, bleek bij verduidelijking van de term dat dit bij mij toch het geval was. Het is volgens wikipedia namelijk  ‘het tijdelijk onvermogen van een schrijver of componist om tot schrijven te komen’. Dat hoeft niet alleen uit een gebrek aan inspiratie of ideeën te ontstaan.

Ik weet waardoor het bij mij kwam. Door het bang zijn voor wat ‘anderen’ vinden van mijn blogs en dat komt dan weer omdat ikzelf op mijn beurt kritisch kijk naar andermans publicaties.

Angst is een slechte raadgever en werkt beperkend. Een blog is naar mijn idee juist bijzonder, mooi of spraakmakend omdat iemand gedachten onbeperkt durft te delen. Je moet je dan vooraf of tijdens het creëren ervan niet bang maken over wat een ander mogelijk vindt. Dus hoewel die ‘angst’ er nog steeds is en voorlopig ook wel zal blijven, stop ik nu met daardoor dan maar helemaal niets meer op papier te zetten.

Ik gaf het al een beetje aan: het is mijn ‘eigen schuld’. Ik ben op sommige vlakken een kritisch persoon, ook naar mijzelf. (Hardloop)blogs vind ik niet altijd even goed. Mijn eigen creaties lees ik daarom ook geregeld enigszins gegeneerd terug. Daarnaast irriteer ik mij in toenemende mate aan de wijze waarop een aantal hardlopers en ‘ervaringsdeskundigen’ -vaak op het gebied van voeding- zich profileren op blogs en sociale media. Met een schare ‘volgers’ denken sommigen plotseling de wijsheid in pacht te hebben en wordt er gestrooid met raad, zogenaamde wijsheden en ongevraagde adviezen. Sommige ‘voedings-ervaringsdeskundigen’ zijn ronduit lachwekkend. ‘Minder of geen cola drinken is gezonder dan een fles per dag wegwerken’ wordt als totaal nieuw inzicht gepresenteerd. ‘Het is beter om water of thee te drinken’ las ik laatst. Nee joh?! Echt??? Je meent het! Mijn angst is dus dat ik ook overkom als een zelfverklaard hardloopexpert of dat ik lezers irriteer met zaken die lijken op mijn eigen ergernissen. Dus schrijf ik niets meer omdat ieder blog door zelfkritiek een zachte dood sterft in mijn hoofd.

Iets anders maar wat er voor mij toch wel ‘bijhoort’: Instagram. Nou schrijven mensen op dit platform meestal geen enorm relaas maar bij een foto hoort toch vaak een verhaal. Ik lees deze korte toelichtingen graag omdat ik ze inspirerend vind. Helaas zie ik steeds vaker dat foto’s standaard begeleid worden door een of andere tegeltjeswijsheid of quote. Toen dit net ‘in’ was, vond ik het best aardig vooral omdat ik toen nog heel naïef  dacht dat mensen deze wijsheden zelf bedacht hadden. Nu het lijkt alsof velen een boek vol spreuken kado hebben gekregen en deze te pas en te onpas rondstrooien, begint het te vervelen. Ook het stellen van vragen aan het eind van zo’n begeleidend verhaaltje is een trend. ‘ga jij nog lopen?’ ‘Wat draag jij liever; een korte of lange hardloopbroek?’ ‘Vind jij het fijn om in de winter door te trainen?’ ‘wat eet jij als ontbijtje?’ ‘veeg je je kont van achter naar voor af of andersom? Je kan het zo gek niet bedenken of er wordt een vraag over gesteld. Als je veel mensen volgt op Instagram, zou je je dag kunnen vullen met antwoorden geven. In het begin dacht ik nog dat men werkelijk geïnteresseerd was in mijn reactie…

Inmiddels weet ik dat dit vooral een manier is om meer interactie met ‘het publiek’ en daardoor meer volgers te krijgen. Iedereen mag zelf bepalen wat hij schrijft of wat hij waar dan ook wil delen maar ik stoor mij nogal aan deze ‘verzamelwoede’. Dat is namelijk hoe ik het zie: met een marketingtrucje ‘volgers’ verzamelen in plaats van werkelijk van mensen te willen weten wat zij het liefst ‘zus of ‘zo’ doen. Er is naar mijn mening echt een verschil in oprecht een advies willen en dit soort standaard afsluiters van ‘een post’.

Ergo: ik heb de afgelopen maanden relatief veel energie gestopt in ergernissen. Het was niet mijn dagelijkse bezigheid ;-), ik heb enorm leuke weken beleefd tussen oktober en nu. Maar tijdens mijn ‘blog lees / Facebook / Instagram – momentjes’ vielen mij deze zaken vaak op. Het is zonde van energie en tijd om er te veel belang aan te hechten maar het is ook een ‘eye opener’ en iets waar je vervolgens wat mee kan: namelijk proberen om dergelijke schrijfsels zelf te voorkomen. Het laatste dat ik wil is mensen irriteren.

Anderzijds mag de vraag of anderen zich mogelijk aan mij storen niet langer mijn passie voor schrijven in de weg staan. Dus hoe lastig ook: ik ga voortaan proberen ‘onbelemmerd te schrijven’. 

Het plezier in hardlopen en het vastleggen van de avonturen die ik hierdoor beleef, is mijn basis. Ik ga mij dit jaar eerst focussen op de marathon van Kopenhagen die in mei plaatsvindt. Daarna zal ik het in mijn eerste 1/4 triatlon (die van Brugge) opnemen tegen mijn man en één van zijn vrienden. Daarna mag ik aan de slag voor de marathon van Chicago. Genoeg stof tot schrijven dus.

Ga jij nog een marathon lopen dit jaar? Loop jij wel eens in het buitenland? Heb jij wel eens een triatlon overwogen? Whahahahaha! Ik kon het niet laten,

Ciao!

 

 

Shoot for the moon and land at 3.24.25

20x30-AMBD1898Vorige week zondag liep ik een PR tijdens de marathon van Amsterdam. Man oh man wat ben ik er blij mee! Het werd niet de beoogde 3 uur 20 maar “Shoot for the moon, even if you miss you’ll land among the stars” bleek waar te zijn want het lukte me wel om de afstand in 3 uur en 24 minuten af te leggen. Ik legde de lat hoog waardoor ik zelfs onder de warme omstandigheden toch mijn ware doel behaalde: het verbeteren van mijn tijd op de marathon. 3 hele minuten liep ik eraf! Ik glim nu nog van trots! Ik heb geen race-verslag willen schrijven maar ontkom er niet aan flarden van deze dag  te beschrijven om je mee te nemen in het gevoel en de uitleg over hoe dit gelukt is.

Zo rond de 30 kilometer leek die 3.20 en het lopen van een PR echter nog een onhaalbare droom te zijn… Waar de eerste 21 kilometers makkelijk verliepen -zelfs bij het gemiddelde tempo van 4.44/km- voelde de terugweg langs de Amstel al pittiger. Dat was niet zo gek want op dat deel hadden we tegenwind en was het toch echt warm aan het worden. Bovendien stonden mijn ‘fans’ bij het halve marathonpunt. Eerst mijn lieve vriendin Marleen die met haar twee kleine mannen helemaal uit Brabant was komen afreizen om mij een paar seconden voorbij te zien komen! Dat ontroerde mij enorm. Daarna mijn ouders, tante en gezin met een prachtig spandoek dat mijn kinderen in elkaar hadden geknutseld met een beetje hulp van papa. Van ver herkende ik mijn eigen vader al: ik zag hem naar mij zoeken en werd emotioneel. Hoe gaaf als je ouders speciaal voor jou super vroeg opstaan, meer dan 100 kilometer rijden en vervolgens op een graslandje aan de Amstel op hun rennende dochter gaan wachten omdat zij persé zo snel als ze kan 42 kilometer wil rennen. Als kers op de taart stond mijn moeder enorm trots op me te zijn. Zo trots dat ze ervan moest huilen. Toen schoot ik ook vol. En probeer dan nog maar eens je ademhaling onder controle te houden! Een paar meter verder stond nicht Anja met de knuffel van onze dochter te wuiven… Zo veel emoties maken op tempo hardlopen niet eenvoudig heb ik geleerd. Voor het eerst liet ik Erik (mijn haas) weten dat ik heel even wat kalmer aan wilde doen om mijn ademhaling op orde te krijgen.

… Terug naar waar naar het mis leek te gaan. Rond de 34 kilometer kreeg ik enorm veel pijn in mijn rechter zijde. Daar waar je galblaas zit leerde ik later. De pijn werd zo erg dat ik raad vroeg aan Erik: wat te doen? Door de pijn heen lopen of toch vertragen? Erik had ook geen idee dus ik besloot te wandelen totdat de pijn weg was met het risico dat ‘opnieuw starten’ lastig zou worden. Op dat moment zag ik mijn PR als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik vroeg mij af hoe ‘slecht’ mijn tijd nu zou worden. Toch bleef ik positief. Ik heb keihard getraind, alles gedaan en gelaten wat nodig was. Deze pijn was pure overmacht. Ik heb mij eraan overgegeven en het geaccepteerd. Ik besloot: nu ga ik voor het genieten! Het is zo gaaf en bijzonder om in je oude home town met zoveel toeschouwers, waarvan je er veel kent, te mogen lopen. Niet genieten is dan zo’n beetje een doodzonde. Na een tijd trokken de steken weg en durfde ik het aan om weer echt te gaan hardlopen. Met een nevel van teleurstelling in mijn hoofd vervolgde ik mijn weg aan de zijde van mijn trouwe haas.

We passeerden mijn oude huis aan de overzijde van de Stadhouderskade. Dat gaf nieuwe power. Allerlei herinneringen kwamen boven. Daar liggen mijn hardloop-roots. Mijn eerste stappen op het hardlooppad zette ik vanuit die voordeur aan de overkant van de gracht. De halve marathon van Amsterdam, die over exact dezelfde weg liep, was de aanzet tot het lopen van mijn eerste hele marathon. Een kilometer verder werd ik door de Running Junkies getrakteerd op een enorm confetti-kanon-feest met fijne high fives van Banana Eve en Sneezy Wil. Met hernieuwde kracht begon ik aan de laatste 5 kilometers waarin mijn partner in crime Marjolein -die haar race helaas had moeten beëindigen- mij onverwachts ook stond toe te juichen. Weer die emoties….

Mijn voeten schoten in de kramp maar ik dacht alleen nog maar aan mijn familie en kinderen. Door rennen is op dat punt de enige optie om zo snel mogelijk een einde te maken aan fysieke ongemakken. Op de Amstelveense weg stopte mijn playlist. Hij was ‘op’. Ik wist dus dat ik de 3 uur 20 grens passeerde omdat ik hem exact zo lang had gemaakt: het eigenlijke doel van deze marathon.

Maar hey! Zo ver hadden we niet meer te gaan. Erik gaf aan dat een PR een heel aannemelijke optie was. Aangekomen in het Olympisch stadion durfde ik dan ook niet naar mijn ‘fans’ met spandoek te kijken hoewel ik meteen doorhad waar ze zaten (alleen al door het geschreeuw van liefie die : ‘harder, harder!!’ aan het brullen was). Ik gaf alles wat ik nog in mij had om te voorkomen dat ik eventueel ‘net geen’ PR neer zou zetten.

Al het harde werken werd beloond: op 3 uur, 24 minuten en 25 seconden liet ik de klok stil staan! 3 hele minuten sneller dan mijn oude tijd! En dat bij deze warmte!

De belangrijkste lessen die ik leerde? ♦Als het fysiek kan, loont doorzetten altijd ♦bij het doen van een dergelijke inspanning heb je al je energie nodig voor het lopen op zich ♦It ain’t over till it’s over (in de laatste kilometers maakte ik mijn pr pas waar)

Heel veel dank aan mijn trainer Tiny, gewoon ‘voor alles’, Erik die de beste haas bleek te zijn, iedereen die zo gek was om speciaal voor mij naar Amsterdam af te reizen, Joke voor alle liefs vooraf en de magische oorbellen, en alle toeschouwers die ons 42 kilometer lang aanspoorden om door te gaan (ik heb jullie gezien hoor Patty, Sieta, Iris, Robert, Wil, Banana Eve, Nellie, Jeanique, John, Marjolein, Mari en al die anderen die ik nu vergeet maar die deze marathon tot een feest hebben gemaakt!) De meeste dank gaat naar Eelco die mij de ruimte geeft om zo enorm te genieten van hardlopen terwijl ik er nooit wat mee zal bereiken. Dat is echte liefde.

Recept voor een marathon in 3 uur 20

20171010_104408-01Voor sommigen is de tijd die ik aanstaande zondag wil lopen tijdens de TCS Amsterdam marathon een eitje. Dat zijn lopers die zich focussen op tijden rond de 3 uur of minder. Om niet te spreken over profs die tijden lopen tussen de 2.02 en 2.30. Die vinden mijn tempo een soort van wandelen vermoed ik…Voor anderen is het een tijd die niet haalbaar is (of dat is dan in ieder geval wat ze denken). Een doel stellen en behalen blijkt daarmee maar weer iets enorm persoonlijks te zijn. Iedereen doet dat dan ook op zijn eigen manier.

3 uur 20. Dat betekent dat ik gemiddeld 4 minuut 44 over iedere kilometer mag doen. Oftewel 12,7 kilometer per uur, en dat dan ruim 42 kilometer lang. Dat is geen kattenpis. Maar ik kan het, daarvan ben ik inmiddels overtuigd. Nou blijkt dat laatste toevallig ook 1 van de voorwaarden te zijn om een dergelijke prestatie neer te zetten, maar daarover straks meer.

In de aanloop naar deze marathon heb ik meer gedaan dan ‘slechts’ het lopen trainen.  De afgelopen maanden heb ik toegewerkt naar zondag. Niet altijd heel bewust maar toch deed ik het. Ik ben zo gefocussed geweest dat ik maar weinig geschreven heb. Ik had (of maakte) er simpelweg geen tijd voor. Aan onderwerpen en ideeën geen gebrek maar ze haalden het papier niet. Dit laatste verhaal, 3 dagen voordat ik aan de start sta, moet geschreven zijn. Daar maak ik bewust tijd voor, omdat ik weet dat het daarna niet meer kan. Alleen nu kan ik oprecht opschrijven wat mijn drive is, wat ik allemaal geïnvesteerd heb in mijn volgende race. Als het dan lukt (en dat doet het uiteraard!!) dan weet ik later nog precies hoe ik het voor elkaar kreeg. En anderen kunnen er misschien ook hun voordeel mee doen. Hoewel ik mij er dus erg bewust van ben dat dit mijn verhaal is. Wat voor mij werkt, hoeft niet voor een ander op te gaan.

Mijn recept voor een marathon in 3 uur 20 (maar hier kan iedere andere droom-tijd ingevuld worden) is als volgt:

De basis is volledig vertrouwen op het schema dat mijn trainer Tiny voor mij gemaakt heeft. Daar waar ik er in de aanloop naar Boston nog wat vraagtekens over had, heb ik mij nu volledig verbonden aan zijn schema en heb ik op 1 herstelloop na, het hele plan afgewerkt. In totaal liep ik 1391,9 kilometers. Ter vergelijking: naar de marathon van New York trainde ik mij in 887 kilometers. Dat scheelt toch zo’n 500 kilometer. Wat er dit keer ook gebeurde: ik volgde het schema met ijzeren discipline. Ook als dat betekende dat ik niet mee kon met mijn GAC-loopgroep het bos in maar in plaats daarvan op de baan ‘moest’ trainen. Ook als mijn vriendinnen de sauna in doken na de marathon van Berlijn maar er voor mij nog een uurtje interval op de rol stond. En ook als ik s’avonds laat mijn loop voor die dag nog niet had gedaan: ik ging! De opdrachten in mijn schema deed ik daarbij dit keer veel preciezer. Hills trainingen voerde ik uit op een loopband zodat ik de beoogde hellings-graad ook echt pakte en daarbij het juiste tempo. Intervals op de baan ging ik steeds netter uitvoeren. Heel soms was ik ‘opstandig’. Dan liep ik een bepaald loopje op een veel te hoog tempo. Maar ik weet dat ik dit nodig heb gehad om zondag goed uit de verf te komen. En Tiny vergaf het mij gelukkig 😉

Ik paste mijn levensstijl verder aan dan voorheen. Ik stopte 6 weken geleden volledig met het drinken van mijn geliefde rode wijntjes en at daardoor ook een stuk minder (franse) kaasjes, olijven en andere lekkere dingen. Daarmee hoopte ik mijn organen maximaal te ontlasten, dieper te slapen en wellicht wat kilo’s af te vallen. Ik ben 43 dus voor anorexia hoef ik niet meer te vrezen maar tijdelijk 2 tot 3 kilo lichter zijn, scheelt toch weer op zo’n afstand. Het leek aanvankelijk totaal geen invloed te hebben op mijn gewicht maar met D-day in zicht lijk ik nu toch echt die 2 tot 3 kilo lichter te zijn geworden. Ook dit keer neem ik shotjes bietensap, magnesium (tegen kramp) en vitamine D (waaraan lopers al snel een tekort schijnen te hebben). masseur Carolien Bleeker verzorgt mijn spieren iedere 2 weken door ze een goede sportmassage te geven en daardoor eventuele opkomende kwaaltjes de kop in te drukken. Vanaf vandaag loop ik rond met een bidon water zodat ik super goed gehydrateert ben (want uiteraard wordt het zondag warm: het is tenslotte een marathon waarbij ik aan de start sta dus de weergoden zorgen voor ongepaste temperaturen voor de tijd van het jaar).

20171008_201447

met Erik

Ik loop voor de eerste keer met een ‘haas’. Dat is een ongekende luxe! Erik de Jongh loopt vaker als officiële haas bij marathons. Hij geeft dan de pace aan voor groepen die op dat tempo de eindstreep willen halen. Dit keer bood hij aan om met mij mee te lopen. Hoe chique is dat? Dit betekent dat ik niet alleen ben. Dat ik mij op moeilijke momenten ‘in hem vast kan bijten’ (en ja; hierover kan Erik dan weer hele leuke grappen maken die de scherpe kantjes van het hele gedoe afhalen). Alleen dit gaat al verschil maken, daarvan ben ik overtuigd.

Ik haalde aan het begin van dit blog al aan dat ik dit keer geloof in mijzelf. Niet dat dit nooit eerder het geval was maar zeker bij ‘Boston’ was er niet echt sprake van blakend zelfvertrouwen. Het is voor mij op dit moment een feit dat ik 3 uur 20 ga lopen. Ik droomde vannacht zelfs dat ik in 3 uur en een minuut over de finish kwam maar dat was dus letterlijk een droom. Met het zelfbeeld zit het in ieder geval goed. Ik las gisteren pagina 72 tot en met 76 uit een oude Losse Veter. Ik heb deze bladzijden uit editie maart/april 2016 gescheurd maar nooit gelezen. Ik vond ze terug als boekenlegger in ‘Meb for Mortals’ en las gisterenavond precies wat ik voel en weet: een goede marathon zit tussen je oren. Mijn lichaam kan het, alleen mijn hoofd zou het kunnen verpesten. En dat sta ik niet toe.

Wat nu nog rest is rust, focus en 2 lijstjes. Het eerste lijstje is een perfecte playlist op Spotify voor in noodgevallen. Het tweede lijstje is mentaal. Daarop staan voor de eerste 2 uur 20 de mensen die mij kracht geven, inspireren en energie geven. Het laatste uur is gereserveerd voor mensen waarover ik mij kwaad kan maken. Zij geven mij net dat extra duwtje waardoor ik dieper kan gaan. Raar maar waar.

Mijn Bib-nummer is 2750. Via de App TCS Amsterdam marathon kan je mij zondag volgen als je dat leuk vindt om zo te zien of ik mijn doel bereik en daarmee mijn droom uitkomt.

 

 

 

 

 

 

Supporters

 

20170917_101906-01

voor de race, een moment zonder publiek (gelukkig 😉 )

“…Zo bereikte ik Wilbert weer. Ik moest toen nog een kilometer of 8 denk ik. Ik had een dipje maar zijn gezicht tussen de massa gaf me kracht. Zijn blik was zo bemoedigend. Alsof hij wilde zeggen: je kan het!!! Kom op! “

Dit schreef ik in april 2016 over de marathon van Rotterdam. Je zou kunnen denken dat Wilbert een familielid is of op zijn minst een goede vriend die ik al jaren ken. Maar nee: ‘Sneezy Wil’ zoals hij ook genoemd wordt is een ‘loopmaatje’; ik ontmoette hem zo’n anderhalf jaar geleden voor het eerst. Ten tijde van die marathon kende ik hem dus pas een maand.

Dat ik zoveel kracht putte uit zijn stille aanwezigheid daar langs de lijn in Rotterdam deed mij onlangs beseffen hoe belangrijk supporters zijn. 

Het blog dat ik van de week plaatste over ‘oortjes’ leverde -naast antwoorden op mijn vraag- ook reacties op over het lopen met muziek. Sommige lezers vinden het gevaarlijk, een aantal anderen gaven aan het a-sociaal te vinden om tijdens hardloopevenementen naar muziek te luisteren. Je zou je daarmee afsluiten van het publiek. Die mening deel ik niet, tenzij je je muziek keihard aanzet en je geen oogcontact maakt met je omgeving. Als er iemand veel lacht, high five’s uitdeelt en dingen zoals ‘bedankt’ roept tijdens het lopen in een wedstrijd dan ben ik het wel. Maar dit dus wèl geregeld met mijn ‘muziek op’. Het belemmert mij niet om contact te maken en enorm te genieten van de energie die toeschouwers geven.

Ik heb nog nooit de ‘luxe’ gekend van een marathon of andere wedstrijd waar heel veel vrienden, familie en bekenden langs de weg stonden. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat 3 van mijn marathons in het buitenland waren. Daarnaast geldt voor de Nederlandse ’42 kilometers’ dat ik het voor onze kinderen te lang vind duren. Die blijven dan bij oma en opa waardoor mijn ouders vrijwel nooit kunnen komen. Van vrienden mag je het eigenlijk ook niet verwachten: (vaak) een lange reis naar de wedstrijd toe, in een weekend waarin ze echt wel andere dingen te doen hebben. Bovendien hebben ook zij vaak te maken met partners en kinderen. En als ze er dan zouden staan, dan is het voor die paar seconden dat ze je kunnen toejuichen… voor een loper goud waard maar als je niet van ‘onze sport’ houdt, is er voor een supporter geen drol aan.

En dan mag ik nog niet klagen met thuis een fantastische supporter die werkelijk overal met mij naartoe gereisd is: mijn lief! Na maanden met uren van afwezigheid waarin ik overal rondstruin om mijn kilometers te maken, gaat hij ook nog met mij mee om per fiets wereldsteden te doorkruisen zodat hij me moed in kan spreken tijdens verschillende stadia van de marathon. Daarnaast sturen ontzettend veel familieleden en vrienden lieve berichtjes waaraan ik onderweg denk. Mijn schoonzusje maakte zelfs een film voor mij toen ik de marathon van New York ging lopen met daarin allemaal vrienden en familie die mij succes wensten.

20170417_181946

IMG-20151104-WA0005IMG-20170417-WA0034img-20160925-wa0020 champagne!

Wat is het toch ‘extra speciaal’ om -als je helemaal stuk zit- een paar bekende ogen te zien. Of iemand je naam te horen roepen met een bemoedigende kreet erbij. ‘Kom op Hedjuuuuuh! Je kan het!’ Finish stroooooong! Kippenvel en adrenaline geeft het mij. En vaak ook een brok in mijn keel want het is zo lief.

Vorig weekend liep ik de 30 van Noord: een race met zeer weinig publiek. Gisteren was het tegenovergestelde het geval tijdens de legendarische ‘Dam tot Damloop’: langs bijna het hele parcours werden wij -zo’n 50.000 hardlopers- vol enthousiasme aangemoedigd.  Daar waar ik in ‘Noord’ de kracht uit mijzelf moest halen, krijg je bij de Damloop energie van wildvreemden. Zodra je de IJtunnel inrent staat er een kippenvel-bezorgende steelband: heerlijk!! Mijn pas versnelt dan, of ik het nou wil of niet. Als je de Damloop vaker hebt gelopen, begin je met de jaren de verschillende D.J.’s langs de route te herkennen. Ieder jaar weer zwepen zij ons op met stampende disco-beats. Ook de woonwijkjes waar je doorheen loopt, zorgen voor warmte: buurtbewoners staan extra glaasjes water, schijfjes komkommers en sponsjes uit te delen. Gewoon omdat het kan; hoe lief is dat? En dat terwijl hun straten een dag lang in beslag worden genomen door ons! Echt te gek!

En altijd weer staan ZE er bij kilometer 10: Lief en de kinderen. Ik mag inmiddels echt spreken van een traditie. In de verte zie ik de auto al op het gras langs de route staan. Ik raas dan van links op het parcours naar rechts terwijl ik hard de namen van mijn gezinsleden roep. Wild zwaaien en gillen we naar elkaar. Maar ik word er nooit kortademig van! Met een grote glimlach en een extra portie energie begin ik aan de laatste 6 kilometer, altijd weer….

Zonder al die enthousiaste familieden, vrienden, bekenden, bandjes, d.J.’s, vrijwilligers (laten we die niet vergeten!!!) en wildvreemden loop je je race ook wel uit. Maar PR’s loop ik alleen maar met hen erbij. Ze geven mij vleugels.

Dank jullie wel daarvoor!

Screenshot_20170917-160233